Het Brainport Smart District Helmond moet de slimste wijk van de wereld worden. Een wisselwerking tussen de gemeenschap en de nieuwste technologieën vormt de basis van het ‘living lab’ dat een mix wordt van 1500 huizen en bedrijvigheid. Een utopisch project. Maar wiens utopie is dit? Zeven vragen aan architect Michiel van Driessche.

Een wijk waar bewoners en lokale bedrijven zelf energie opwekken, samen voedsel verbouwen en de watervoorziening op peil houden waarbij slimme data-analyse deze processen optimaliseert. Het moet werkelijkheid worden in het Het Brainport Smart District Helmond, ten noorden van de bekende wijk Brandevoort. Het project staat onder supervisie van UNStudio. Felixx Landschape Architects & Planners verzorgt onder leiding van Michiel van Driessche het landschapsontwerp.

Is er vraag naar een dergelijk ‘utopisch’ woonproject?

‘Dit project geeft een concreet antwoord op een urgent thema: de smart city. Je ziet termen als ‘smart city’, slimme buurten en intelligente wijken overal voorbij komen. Deze wijk brengt dit allemaal integraal samen en wordt daarmee de slimste wijk van de wereld. Het project zet in op technologische innovaties en creëert tegelijkertijd veel vrijheid voor mensen. Uit een consultatie onder bewoners in de omgeving, komt veel enthousiasme naar boven. Wij leiden daaruit af dat er zeker vraag is naar deze ‘utopische’ nieuwe woonvorm. Zelfs huidige bewoners van de aangrenzende wijk Brandevoort zijn geïnteresseerd om een overstap te maken naar de nieuwe buurt. In de eerste groep van 40 zelfbouwende initiatiefnemers zien we op basis van verschillende wensen verschillende groepen ontstaan. Een voorbeeld is een groep die een project wil ontwikkelen op basis van ‘tiny housing’. Daarnaast is er een groep ouderen die onderzoek doet naar mogelijkheden voor gecombineerde faciliteiten.’

Het Brainport Smart District heeft naast de technologische ook een sociale ‘community-based’ insteek. Wat houdt dit precies in?

‘Het landschap wordt ingericht als een productief gebied waar bewoners communities vormen. Deze communities houden zich bezig met voedselproductie, lokale duurzame energieopwekking en de watervoorziening. De data die hierbij gegenereerd wordt, delen de bewoners met lokale ondernemers en toeleveranciers die hun dienstverlening relevanter maken.’

‘Het delen van deze data leidt naar verwachting tot een betere economische positie van inwoners en ondernemers. Ook denken de bewoners intensief na over de inrichting van de openbare ruimte. Het landschap verbindt aan de ene kant verschillende ecosystemen, aan de andere kant werkt het als verbindende schakel tussen de bewoners van het smart district. Door zowel de ruimtelijke inrichting als de technologie zo in te richten dat bewoners met elkaar zijn verbonden, is de verwachting dat er een sterke sociale cohesie ontstaat waarbij mensen goederen met elkaar delen, maar ook diensten delen.’

Bewoners zijn niet allemaal professionals, in hoeverre is sturing nodig?

‘Er zijn heel veel scenario’s mogelijk. We dealen nu met meerdere sociale vragen: waar ligt de rol van de individuele bewoner, van de communities en van eventuele professionele ‘derden’. Is er een overkoepelend orgaan nodig en in hoeverre komt het beheer onder de bewoners zelf?’. We zijn bezig met een traject om dit participatieproces vorm te geven. Het ontstaan van zoveel samenwerkingsverbanden is nieuw, we denken dat er wel een zekere sturing nodig is.’

‘We beginnen het traject met 40 kavels en initiatiefnemers, dit zijn toekomstige bewoners die een intentieovereenkomst hebben getekend. In een aantal bijenkomsten kijken we samen met UNStudio en de initiatiefnemers hoe we de sociale kant van dit project gaan vormgeven. Deze bijeenkomsten koppelen de huidige visie met de mensen die het uiteindelijk gaan doen. Tijdens deze testfase gaan we ontdekken hoe veel sturing nodig is en hoe de groepsverbanden ontstaan. We moeten opzoek naar de interessante balans tussen technologiesystemen, menselijke communities en de benodigde sturing.’

Hoe voorkom je dat alle plannen worden gereduceerd tot de kleinste gemene deler wanneer zoveel mensen inspraak hebben op de openbare ruimte en landschapssystemen?

‘Wij maken een handboek met randvoorwaarden. Binnen dit handboek zijn er zogenaamde ‘paspoorten’ opgesteld die randvoorwaarden bieden voor verschillende onderdelen binnen het plan. Bijvoorbeeld voor de inrichting van die openbare ruimte, maar ook over het gebruik van landschap en de bebouwing. Binnen dit systeem zijn bewoners vrij om zelf te bepalen op welke manier zij zich aan deze voorwaarden houden. Een voorbeeld van zo’n randvoorwaarde kan zijn dat men 30% van het oppervlaktewater vast moet houden. Bovendien is er een kwaliteitscommissie die adviseert op ‘beeld- en ruimtelijke kwaliteitszaken.’

Het is de bedoeling dat bewoners 30% van het voedsel zelf verbouwen. Wat als zij geen zin en tijd hebben om met hun eigen handen in de aarde te wroeten?

‘Dit hoort bij de visie van het gebied, de mensen die hier komen wonen zijn onderdeel van deze visie, daarom gaan wij er vanuit dat zij zullen bijdragen aan het landschap en het beheer daarvan. Aan de andere kant zijn wij nog wel bezig met bepalen wat we moeten uitbesteden en wat niet. Wanneer de toegankelijkheid van het project in het geding komt doordat zulke voorwaarden niet haalbaar blijken kijken we naar andere oplossingen. Het slimme, technische onderdeel van het smart district leert van zijn fouten, hierdoor maken we het plan ook steeds haalbaarder en toegankelijker.’

Hoe wordt de sociale mix tussen koop, midden- en sociale huur in de openbare ruimte gerealiseerd?

‘Het landschap wordt gemixt ingericht. De verschillende woonmilieus worden over het district verdeeld. In de openbare ruimte stimuleren we ontmoeting door bijvoorbeeld pleinen, gemeenschappelijke tuinen en zitplekken. Omdat de bewoners samenwerken in gemeenschappen, denken we dat er veel sociaal contact in de openbare ruimte zal zijn. Zo wordt het een sociaal inclusieve wijk waarbij er ook echt contact is tussen de bewoners. Via de Stichting Brainport Smart District wordt bovendien gestuurd op een bewonersgroep die een afspiegeling vormt van de samenleving.’

Hoe zit het met privacy?
UNSense, de verantwoordelijke voor de data- en technologiestrategie, geeft antwoord op de ethische vraag hoe zij omgaat met de privacy van bewoners.
‘UNSense heeft een Board of Ethics opgericht. Deze dient als objectief adviesorgaan over data, privacy, regelgeving en eventueel (commercieel) gewin voor de eindgebruiker. Hiermee bereikt UNSense op een verantwoorde manier zijn doel om nieuwe standaarden en betere regels te onderzoeken, in een gelijk speelveld voor inwoners, (lokale) dienstverleners en overheid. Hierdoor wordt het mogelijk nieuwe (lokale) businessmodellen te creëren, waarbinnen het een grondrecht is anoniem te zijn en te blijven, maar waarbinnen het ook mogelijk is te profiteren van individuele of collectieve kostenverlaging, efficiëntie en services middels het principe van data exchange.’ 
Brainport Brandevoort Smart District
Het Brainport Brandevoort Smart District in Helmond moet de slimste wijk van de wereld worden. In het district komt een mix van 1500 sociale- en middenhuur, koopwoningen en bedrijven. Het is ‘het stedenbouwkundige plan van de toekomst’ doordat slimme data over energie, water en voedsel gecombineerd wordt met een sociaal-inclusieve buurt waarbij bewoners over de data beschikken.
Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl