Foto: Martin Hols

Congres Walk21 in Rotterdam

Deze week vindt in Rotterdam het grootste internationale voetgangerscongres plaats: Walk21 Rotterdam. Ruim 800 politici, stedenbouwkundigen, bestuurders en wetenschappers bezoeken presentaties en ‘walkshops’. Voor Rotterdam zelf markeert het congres een mijlpaal op weg naar een loopvriendelijkere stad.

Door Ton van Leeuwen

Van het verbeteren van de bereikbaarheid en de luchtkwaliteit tot het aantrekkelijker maken van de buitenruimte en het stimuleren van sociale cohesie. Investeren in voetgangers levert een belangrijke bijdrage aan verschillende beleidsopgaven. Dit besef dringt bij steeds meer gemeenten door. ‘In Rotterdam besteden we sinds anderhalf jaar expliciet aandacht aan de voetganger’, vertelt Mechteld Oosterholt, strategisch beleidsadviseur Landschap bij de afdeling Ruimte en Wonen. ‘Een van de aanleidingen hiervoor was dat de afdelingen Ruimte en Wonen en Mobiliteit steeds vaker aan dezelfde doelen werkten, maar dat dit versnipperd gebeurde vanuit verschillende projecten of programma’s. Daarnaast heeft ook de samenleving steeds meer aandacht voor het belang van wandelen. Zowel voor de gezondheid als voor het milieu.’

De gemeente besloot te verkennen wat de positie van de voetganger was in de stad én om het internationale voetgangerscongres Walk21 naar Rotterdam te halen. ‘Hier zouden we bestaande initiatieven breed voor het voetlicht kunnen brengen. Tegelijkertijd zou dit congres een vliegwiel vormen voor de uitwerking van een integrale loopaanpak.’

Voetgangerskaart

Een van de initiatieven die de gemeente deze week presenteerde, is het concept van een strategische voetgangerskaart. ‘Op deze kaart houden we bijvoorbeeld bij hoe breed de stoepen zijn en hoe de luchtkwaliteit is. Deze gegevens combineren we met crowd sourced data van activiteitentrackers als Endomondo. Zo krijg je een blauwdruk van populaire routes en zie je waar mensen juist niet graag lopen, en wat daar mogelijke redenen voor zijn. Soms is er te weinig groen of zijn er geen bankjes om uit te rusten. Op andere plekken moeten mensen misschien te lang voor een stoplicht wachten.’

De gemeente toetst deze theorieën vervolgens via experimenten. Een voorbeeld hiervan is een experiment dat zich richtte op ouderen in de wijk Overschie. ‘Aangezien zij relatief vaak in verzorgingstehuizen wonen, hebben we vanuit die plekken de meest logische looproutes in kaart gebracht. De bevindingen die dit heeft opgeleverd hebben we vervolgens voorgelegd aan de doelgroep; via wijkteams zijn we met de ouderen in gesprek gegaan. Met dit soort onderzoek willen we stap voor stap komen tot ontwerpprincipes per buurt en per doelgroep.’

Ingericht voor auto’s

De ambitie van Rotterdam is om de voetganger “op een voetstuk” te plaatsen. ‘Een uitdaging hierbij is de inrichting van Rotterdam als autostad. Tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog kregen auto’s ruim baan. Dit maakte de stad toen heel modern, maar tegenwoordig maakt deze inrichting de opgaven van de stad een stuk ingewikkelder. Hier komt bij dat de stad snel groeit en dat we nu al knelpunten ervaren op het gebied van luchtkwaliteit. We moeten goed nadenken over hoe we in de toekomst door de stad willen bewegen en welke rol de voetganger hierin heeft.’

Een pilotproject dat hier goed bij past is de recent gestarte Mobility Challenge Hoogkwartier, een van de showcases tijdens Walk 21 Rotterdam. Deelnemers aan deze challenge laten twee maanden lang hun auto in een parkeergarage staan en maken gebruik van deelvervoer, fietsen en het openbaar vervoer. De vrijgekomen parkeerplekken worden tijdelijk omgebouwd tot groene plekken, zoals een miniparkje. ‘Zo slaan we twee vliegen in een klap. We onderzoeken op een eenvoudige manier wat de mogelijkheden zijn voor de vrijgekomen ruimte, en mensen ervaren zelf wat de voordelen zijn als ze hun auto laten staan. Bevalt het experiment, dan kunnen we onderzoeken hoe we de tijdelijke oplossing naar een permanente situatie kunnen ombuigen.’

(tekst gaat verder onder de foto)

Lokale aanpak

Door dit soort projecten te evalueren en de resultaten naar een hoger abstractieniveau te tillen, ontstaan langzaam maar zeker de ingrediënten voor integraal loopbeleid. Toch blijft het de vraag of er specifiek beleid voor lopen moet komen, stelt Oosterholt. ‘Misschien is het wel veel effectiever om het onderwerp volledig te integreren in de aanpak van bestaande beleidsterreinen. Ook terreinen die misschien minder voor de hand liggen. Voetgangersbeleid gaat namelijk niet alleen over makkelijk van A naar B komen, maar ook over welzijn en verschijnselen als eenzaamheid. Om dit soort problemen te analyseren en aan te pakken, is samenwerking met collega’s van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling erg belangrijk. Zij staan het meest in verbinding met de inwoners en vangen signalen en ideeën op waar we de leefomgeving echt mee kunnen verbeteren.’

De breedte van het thema voetgangersbeleid blijkt ook uit het programma van Walk21 Rotterdam. Lucy Saunders van Healthy Streets laat in haar bijdrage zien hoe doordacht voetgangersbeleid in Londen bijdraagt aan de gezondheid van inwoners. En onderzoeker Giuliano Minguardo van de Erasmus Universiteit licht toe waarom lopen ook goed is voor de economie. Ook na het congres zal volgens Oosterholt de aandacht voor voetgangers in de stad niet verslappen. ‘De geleerde lessen gaan we de komende tijd toepassen. En tijdens het congres is ook het startsein gegeven voor de Nationale loopagenda “Ruimte voor lopen”. Die zal er voor zorgen dat dit belangrijke thema de komende jaren ook landelijk op de kaart blijft staan.’


Foto: Martin Hols

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl