Foto: © Unie van Waterschappen

Interview Rogier van der Sande

De 21 waterschappen in Nederland trekken voor de komende vier jaar gezamenlijk 100 miljoen euro per jaar extra uit om onder meer de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Het geld is vooral bedoeld voor maatregelen die de gevolgen voor het waterbeheer moeten tegengaan, zoals bijvoorbeeld bodemdaling, extremer weer en verstedelijking. We bespreken de grote uitdagingen van dit moment met voorzitter Rogier van der Sande.

Dit artikel verscheen eerder in Groen, het vakblad voor professionals in de groensector. Meer weten of abonnee worden? Klik dan hier.

Het Nederlandse systeem van waterbeheer is bijzonder omdat in ons land de prioriteit ligt bij preventie. In andere landen (bijvoorbeeld Groot-Brittannië en de Verenigde Staten) komt de overheid pas ná een ramp in actie. Daarnaast betalen de burgers in Nederland per waterschap naar verhouding mee aan waterbeheer.

Alhoewel velen niet warmlopen voor waterschappen kenden de waterschapsverkiezingen in maart een opkomst van 51,4 procent tegen 43,5 procent in 2014. Waterschappen zijn echter niet onbekend: volgens een enquête van de Unie van Waterschappen in 2000 kende slechts 7 procent het waterschap niet. Maar bijna de helft van de ondervraagden gaf aan niet precies te weten wat de waterschappen eigenlijk doen. ‘Je kunt zeggen dat wij ons werk zo goed doen dat mensen niet merken dat we er zijn’, zegt Rogier van der Sande. Hij is sinds begin dit jaar de voorzitter van de Unie en zei bij zijn benoeming al dat er steeds meer uitdagingen op de waterschappen afkomen.

De rol van het waterschap wordt volgens Van der Sande alleen maar groter. ‘De kerntaak van de waterschappen is nu zorgen voor veilige dijken, voldoende water en schoon water. De vraag voor de toekomst is of wij niet breder moeten gaan kijken naar de effecten van de klimaatverandering en ons systeem meer circulair moeten inrichten, bijvoorbeeld door het hergebruik van water.’ Hij beseft dat de komende jaren ook het nodige werk gedaan moet worden om de periodes van droogte of hevige regenbuien goed door te komen. ‘We zullen ons landschap en onze steden anders moeten inrichten.’


Rogier van der Sande. Foto door Merlin Daleman

Onderwaterdrainage

Een voorbeeld van de problemen waarmee ook de waterschappen te maken hebben, is de bodemdaling. ‘Een vraag die speelt is: moet het grondwaterpeil omhoog of omlaag in een gebied? Voor de landbouw moeten we het grondwaterpeil eigenlijk laag houden om te voorkomen dat de weilanden te nat worden. Maar dat betekent bijvoorbeeld dat de veenweiden sneller oxideren en inklinken met bodemdaling tot gevolg. En daarbij veroorzaakt de afbraak van de veengrond voor 3 procent meer CO2-uitstoot.’ Uit een onderzoek van CBS in 2017 blijkt dat de Nederlandse natuur, door deze afbraak van het veen, twee keer meer koolstof uitstoot dan dat zij opneemt.

‘Er zijn allerlei mogelijkheden om de uitstoot van CO2 te verminderen en de bodemdaling te remmen, bijvoorbeeld onderwaterdrainage. In de polder Lange Weide bij Gouda loopt momenteel een groot project in samenwerking met onder andere Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.’ Bij onderwaterdrainage blijft de ondergrond middels infiltratiebuizen voldoende nat door in de zomer water uit de sloot naar de veenweide te laten lopen. Dat gebeurt door de buizen lager te leggen dat het slootpeil. Door de bodemdaling te verminderen, hoeven de dijken minder te worden opgehoogd en ook de kosten voor bemaling blijven gelijk. Voordeel is dat er een intensiever grondgebruik mogelijk is. Voor het project is zeven jaar uitgetrokken: twee jaar voor de aanleg van de drains en vijf jaar voor de proef.

Natte teelt

Een andere mogelijkheid is peilfixatie waarbij het bestaande grondwaterpeil blijft gehandhaafd: door de bodemdaling treedt na verkoop van tijd vernatting op waardoor de afbraak van veen gaat stagneren. Een derde mogelijkheid is wijziging van de functie naar natuur of aangepaste landbouw met natte productieomstandigheden.

‘Het is belangrijk dat wij naast het standaardoverleg ook het gesprek aangaan met de agrarische ondernemer om te kijken of er in de toekomst een andere vorm van bedrijfsvoering en andere verdienmodellen mogelijk zijn.’ Als voorbeeld noemt Van der Sande de teelt van lisdodde en cranberry’s (“natte teelt”), al lijkt dat voorlopig niet aan de orde omdat bijvoorbeeld lisdodde nog niet als landbouwgewas is erkend door de Europese Commissie.

‘Maar het is duidelijk dat in de toekomst functies gaan wijzigen en dat dat financiële gevolgen zal hebben en dat er vergoedingen moeten komen.’ D66 en GroenLinks pleiten in februari in een initiatiefnota voor een financieringssysteem waarbij boeren betaald worden voor de opslag van CO2 wanneer zij het waterpeil bij hun land omhoogzetten.

Gemaalcapaciteit

Wat heeft de droogte in 2018 en de wateroverlast in 2016 ons en de waterschappen geleerd? ‘Dat schade bij weersextremen niet volledig is te voorkomen’, zegt Van der Sande. ‘Nu was 2018 met die enorme droogte een uitzondering, maar het zet zich door. We kunnen als waterschappen heel goed het hoog- en laagwater regelen, maar als de extremen normaal worden moeten we het nodige veranderen. We moeten zorgen dat we bij extreme buien voor afvoer kunnen zorgen en in tijden van droogte het water kunnen vasthouden. Een vraag is hoe we het water beter kunnen vasthouden. Je kunt denken aan bijvoorbeeld groene daken; zo stimuleert Rotterdam middels subsidie de aanleg van groene daken die goed zijn voor de opvang van regenwater en voor verkoeling in de zomer en isolatie in de winter zorgen. Er zijn steeds meer slimmere mogelijkheden om hiermee om te gaan.'

'Uitgangspunt is wel dat wij als waterschappen onze gemaalcapaciteit op orde hebben (de waterschappen hebben 3700 gemalen en pieken kunnen opvangen. Aan de andere kant: wij zullen moeten leren leven met extremen en soms krijg je dan te maken met wateroverlast. De jaren 2016 en 2018 hebben geleerd dat wij heel veel kunnen. Een voorbeeld: vorig jaar hebben we met  het Hoogheemraadschap Rijnland tijdens de droogte West-Nederland via de Kleinschalige Water Aanvoer, een stelsel van stuwen, watergangen en gemalen, extra zoetwater kunnen leveren zodat de boeren niet hoefden te sproeien. We kunnen dus heel veel, maar we kunnen niet alles voorkomen.’

Steenbreek

Van der Sande wijst erop dat de mensen ook als individu al veel kunnen betekenen. Zij dienen echter wel een handelingsperspectief aangeboden te krijgen. De voorzitter van de Unie van Waterschappen is dan ook blij met de samenwerking met Stichting Steenbreek waar de Unie sinds vorig jaar mee samenwerkt. Steenbreek richt zich rechtstreeks tot de burger middels acties als “Stenen eruit, groen erin” om burgers te bewegen een groenere tuin aan te leggen. De waterschappen staan redelijk ver van de burger. Hoe probeert Van der Sande die kloof te slechten?

Volgens de voorzitter van de Unie dragen alle berichten over klimaatverandering en aanhoudende droogte al bij aan de bekendheid van de waterschappen. Om bekender te maken wát de waterschappen doen, richten zij zich onder meer op de jeugd. Zo wordt op scholen lesgegeven, rondleidingen georganiseerd en een evenement als Battle of the Beach gehouden, waarbij enkele honderden scholieren de strijd tegen elkaar aanbinden om een zandkasteel te bouwen dat het langste standhoudt tegen de opkomende vloed. Voorafgaand geeft een medewerker van het waterschap op de scholen een gastles over water.

‘Om onze bekendheid te vergroten koppelen we dat bij jongeren aan het klimaat. De jongeren hebben namelijk iets moois en dat is maatschappelijke betrokkenheid. Ze hebben geen stemrecht, maar wel een stem. Het werk dat wij doen blijft. Water is een ordenend element in onze samenleving. Hóe we het werk doen verandert; daarom zullen we veel meer in gesprek moeten, niet alleen met overheden, maar ook met de inwoners. We moeten veel meer gaan samenwerken en daar horen de inwoners ook bij. We moeten ons werk koppelen aan grote maatschappelijke thema’s.’

Biodiversiteit

Thema van Stichting Steenbreek dit jaar is ‘samenwerken aan biodiversiteit’. Een onderbelicht item in de klimaatdiscussie. Hoe staat de Unie daar tegenover en hoe wordt er werk gemaakt om de biodiversiteit te bevorderen? ‘Biodiversiteit is geen kerntaak van de waterschappen, maar uiteraard kunnen we wel samenwerken aan die biodiversiteit. Een voorbeeld is het verzwaren van een dijk (dijkonderhoud en de aanleg van begroeiing bij oevers en slootkanten is ook een taak van de waterschappen, . Dat kun je rechttoe rechtaan doen, maar je kunt het ook biodiversvriendelijk maken, bijvoorbeeld door bloemrijk grasland aan te leggen.’

Over de Unie van Waterschappen
De 21 waterschappen in Nederland zijn verenigd in de Unie van Waterschappen die de belangen van de leden behartigt, kennisuitwisseling en samenwerking stimuleert en de waterschappen vertegenwoordigd in overleg en gesprekken met overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen. De missie van de waterschappen is simpel gezegd zorgen dat iedereen in Nederland droge voeten, schoon water en voldoende water heeft.

De waterschappen heffen eigen belastingen om te zorgen voor veilige dijken, niet te veel en niet te weinig water en het zuiveren van afvalwater. De waterschappen moeten investeren om in te spelen op ontwikkelingen zoals extremer weer, zeespiegelstijging, bodemdaling, verstedelijking, verzilting en aangescherpte milieunormen. Uit gegevens van de waterschappen blijkt dat ze samen gemiddeld 1,5 miljard euro per jaar investeren in de periode 2019-2022.
Over Rogier van der Sande
Rogier van der Sande (Bergeijk, 1966) is per 1 januari 2019 de nieuwe voorzitter van de Unie van Waterschappen. Hij studeerde politicologie aan de Rijksuniversiteit Leiden en begon zijn politieke loopbaan als algemeen secretaris van het hoofdbestuur van Jongerenorganisatie Vrijheid en Democratie. Vervolgens was hij lid van de gemeenteraad van Leiden, wethouder van Leiden, vicevoorzitter van het hoofdbestuur van de VVD en lid van het College van Gedeputeerde Staten in Zuid-Holland. Sinds 2017 is hij dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl