Foto: Flickr

Klimaatdoelen lijken niet gehaald te worden

De verwachte reductie van uitstoot van broeikasgassen door mobiliteit in 2030 zal beperkt zijn ten opzichte van de uitstoot in 2018 en (zelfs) 1990. Dit schrijft adviesorgaan en de hoogst rechtsprekende instantie van Nederland, de Raad van State, in een reactie op het Nederlandse klimaatbeleid. Het advies is mede gebaseerd op de Klimaat- en Energieverkenning 2019(KEV 2019) van het PBL.

In deze verkenning staat dat de verwachte uitstoot van broeikasgassen door mobiliteit in 2030 ongeveer 33 megaton CO₂-equivalenten (meeteenheid die aangeeft hoeveel een broeikasgas bijdraagt aan opwarming aarde) zal zijn. Dat is een paar procent meer dan in 1990. Ter vergelijking: in 2017 ging 35,5 megaton CO₂-equivalenten de lucht in. Het absolute ‘topjaar’ was 2006, toen iets meer dan 40 megaton werd uitgestoten.

Dat de uitstoot in 2030 nog steeds een paar procent hoger ligt komt door de relatief forse stijging van de vervoersvolumes en de lange levensduur van voer- en vaartuigen. Technische ontwikkelingen als een efficiënter wagenpark zullen de uitstoot wel gaan drukken.

Wegverkeer is met een aandeel van ongeveer 85 procent de grootste bron van broeikasgassen binnen de Nederlandse mobiliteit. Van het wegverkeer zijn auto’s de grootste vervuilers. Naast het wegverkeer zijn mobiele werktuigen als tractoren, graafmachines en vorkheftrucks een belangrijke emissiebron. CO₂ is met een aandeel van 98 procent in de totale uitstoot in 2018, veruit het belangrijkste broeikasgas dat door de sector mobiliteit wordt uitgestoten. Fluoorkoolwaterstoffen, lachgas en methaan zijn verantwoordelijk voor de rest van de uitstoot.

Klimaatwet

In het concept-Klimaatplan, dat opgesteld is na het aannemen van de Klimaatwet, van het kabinet staat dat er een fundamentele verandering nodig is wat betreft de manier waarop wij onszelf vervoeren. De Raad van State is van mening dat het niet goed is uitgewerkt hoe dit moet gebeuren.

Verder is volgens het adviesorgaan een internationale aanpak van internationale zee- en luchtvaart onverminderd urgent. Op dit moment telt de uitstoot door internationale schepen en vliegtuigen niet mee met de nationale cijfers. Uit een praktijkvoorbeeld van KEV 2019 blijkt hoe nationaal klimaatbeleid nog is. De uitstoot van broeikasgassen worden aan Duitsland of België toegerekend als een Nederlander in die landen gaat tanken.

In de Klimaatwet is vastgesteld dat Nederland in 2030 49% minder en in 2050 95% minder CO2 moet gaan uitstoten dan in 1990. Als gevolg van de Klimaatwet is het Klimaatplan opgesteld. Het eerste plan is in 2019 gepubliceerd en bevat de hoofdlijnen van het kabinetsbeleid voor de periode 2021-2030. De Raad van State geeft onafhankelijk advies over het klimaatplan.

Het klimaatbeleid wordt door de RVS wel ‘stevig’ genoemd, maar is te onsamenhangend om de doelen te halen. Naast mobiliteit moet er ook op het gebied van landbouw, elektriciteit, industrie en gebouwde omgeving stappen gemaakt worden. Een gemene deler voor al deze sectoren is dat het opbouwen en versterken van draagvlak cruciaal is, aldus de beschouwing van de RVS.

Parijs is nog ver

Nederland heeft zich ook verbonden aan internationale afspraken, zoals het klimaatakkoord van Parijs. Nederland heeft daar ingestemd met een nieuw VN-klimaatakkoord.  Doel van het akkoord: de opwarming van de aarde beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. Met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius.

Vandaag bleek uit het Emissions Gap Report van de Verenigde Naties dat heel veel landen zich niet houden aan de afspraken die in Parijs zijn gemaakt. Zo heeft de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer een nieuw record bereikt. De toenemende rol van duurzame energie heeft de wereldwijde economische- en bevolkingsgroei niet weten op te vangen. In het rapport staat ook dat niets wijst op een afname van broeikasemissies.

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl