Al bijna veertig jaar lang is de Trias Energetica de heilige graal van het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Hoewel het nut van het model buiten kijf staat, is het volgens Sven Ringeleberg anno 2019 toe aan een revisie. Hij pleit voor een omslag: van Trias Energetica naar een meer flexible Trias Pragmatica.

Door Sven Ringelberg. Ringelberg is Teamleider team verduurzaming bestaande woningvoorraad bij adviesbureau Balance. 

Als het gaat over verduurzamen van de bestaande woningvoorraad, hoor ik vaak de adviezen: ‘beginnen met isoleren kan nooit kwaad’ en ‘energie die je niet hoeft te verbruiken is het goedkoopst’. Helemaal waar natuurlijk, zeker wanneer de wens is uiteindelijk met lagere temperaturen de woning te verwarmen is goed isoleren een must.

Deze logica komt voort uit de Trias Energetica, de heilige graal van het verduurzamen van de (bestaande) gebouwde omgeving. Dit model is in al in 1979 ontwikkeld onder leiding van hoogleraar Kees Duijvestein en later in 1996 internationaal door de voorloper van Agentschap NL gelanceerd. Met de toegenomen urgentie duurzaam te bouwen, renoveren en aardgas (snel) uit te gebouwde omgeving te krijgen is het tijd om mijn favoriete model eens tegen het licht te houden. Dit artikel gaat in op hoe de Trias Energetica nu werkt, wat trends op het gebied van verduurzaming voor effect hebben en mijn eigen voorstel voor een nieuw model: de Trias Pragmatica.

Wat is de Trias Energetica?

De Trias Energetica gaat uit van een drietrapsstrategie om zo effectief mogelijk te verduurzamen. Bij een juiste toepassing assisteert dit model in het toepassen van energiebesparende maatregelen die samenwerken. Hier zit ook een economische reden achter, door slim met de Trias te werken wordt er meer energie bespaard per bestede euro. Deze drie stappen zijn:

  1. Beperkt de energievraag
  2. Gebruik energie uit hernieuwbare bronnen
  3.  Gebruik eindige (fossiele) energiebronnen efficiënt

Door de loop van de tijd zijn aan deze drie stappen kleine aanpassingen gemaakt, passend bij de wens om naar energieneutraal bouwen toe te werken. Zo wordt bij stap twee aandacht gevraagd voor het slim inzetten van reststromen (bijvoorbeeld restwarmte) en een stuk compensatie bij de inzet van fossiele energie bij stap stap. Het gebruik van de Trias Energetica kom ik nog dagelijks tegen bij vastgoedbeheerders, woningcorporaties, VvE’s en gemeenten. Het is een uitstekende strategie die goed werkt om de complexe verduurzamingsopgave in beheersbare stappen te knippen.

Veranderende wereld en urgentie

''Never change a winning team'' zei Alf Ramsey ooit. Hetzelfde geldt voor de Trias Energetica. Waarom zou je iets aanpassen dat al jaren effectief is? In dit geval is het niet het model waar fundamenteel iets mee ‘mis’ zou zijn, maar is het de wereld die is veranderd. Tot een aantal jaren terug was de verduurzamingsopgave vooral iets voor wetenschappers, hobbyisten en een hand vol techneuten die er hun boterham mee konden verdienen. Toen ik begon in de sector, ongeveer acht jaar geleden, ik had echt wat uit te leggen over het nut van mijn duurzame projecten.

De afgelopen jaren is er iets in ons denken veranderd. Het Parijs Akkoord (2015) heeft geholpen met een wereldwijd kader aan afspraken, maar de Nederlandse omslag kwam later. Op de achtergrond sluimerde de bevingen in Groningen die zeker na Huizinge in 2012 zeker niet langer ontkend konden worden en het inzicht dat het sluiten van de kolencentrales CO2 technisch een snelle stap waren in het bereiden van onze afspraken. Zie bijvoorbeeld ook het effect van Urgenda op het sluiten van de Hemweg centrale.

De doelstellingen die Nederland heeft omarmd (95% CO2 reductie in 2050), maken dat er al twee miljoen bestaande woningen aardgasvrij moeten zijn in 2030 om te voldoen aan deze ambities. Dit gecombineerd met het dichtdraaien van de Groningse kraan maakt dit niet alleen een klimaat-, maar ook geopolitieke overweging. Wanneer we de wereldwijde afspraken serieus nemen, die primair uitgaan van het voorkomen van klimaatopwarming, is een versnelling noodzakelijk. Zonder deze versnelling naar 2030 en 2050 zijn we al in 2037 te laat met het voorkomen van de kritische hoeveel CO2 in de atmosfeer en daarmee opwarming van ons klimaat.

Waarom dan de Trias Energetica aanpassen?

Nu hoor ik je denken, wat maakt het uit dat het sneller moet? Dat kan nog steeds via de Trias Energetica methode. Voor een deel is dat zeker het geval, alleen is het de aardgasvrij transitie die roet in het eten gooit, samen met een aantal trends en ontwikkelingen. Die twee miljoen woningen die aardgasvrij moeten zijn in 2030 zijn echt niet allemaal optimaal geïsoleerd volgens stap één, alleen dat warmtenet moet wel in één keer worden aangelegd. Welke exploitant van collectieve warmte heeft er tijd (en geld) om te wachten op de verschillende tijdpaden en strategieën om optimaal te isoleren van al die twee miljoen woningen? Precies, niemand dus.

Aanvullend houdt de Trias Energetica geen rekening met meer recente inzichten in gedrag en energiebesparing in woningen, draagvlak en participatievraagstukken. Een onderzoek van de Amsterdamse Rekenkamer liet bijvoorbeeld zien dat bij het isoleren van bestaande sociale huurwoningen uiteindelijk slechts 41% van de huurders energie (en hiermee CO2) bespaart. Dit wordt in de wetenschap ook wel het 'rebound effect' genoemd. Puur CO2 technisch bekeken is het per geïnvesteerde euro slim op korte termijn eerst te beginnen met opwekken van zonne-energie, dan aardgasvrij en tot slot het na-isoleren van bestaande woning, maar dit is ook niet een optimale route. 

Van Trias Energetica naar Trias Pragmatica

Ik pleit er dan ook niet voor het team te veranderen, maar de strategie en flexibiliteit te creëren in de bouwstenen van de Trias. Het is precies deze systeemflexibiliteit die zo sterk aangeraden wordt in deze energietransitie en waar we eerder de fout in gingen. Het was immers de monocultuur van aardgas die economen als ‘The Dutch Disease’ typeerden en wat maakte dat wij geen wereldleider werden in windenergie, maar onze Deense vrienden.

De Trias Pragmatica gaat uit van flexibele bouwstenen en respecteert hiermee de kracht van het bestaande model. Met onze nieuwe eindstreep in 2050 en zoektocht naar nieuwe standaard isolatiekwaliteit voor de bestaande woningen komt dit pragmatische model op het juiste moment. Wanneer we weten wat ons gewenste eindpunt is wordt het gemakkelijker om met de bouwstenen te schuiven en tegelijkertijd op ditzelfde eindpunt uit te komen. De Trias Pragmatica bestaat uit de volgende flexibele bouwstenen:

  1. No-Regret strategie: Met de komst van een basiskwaliteit voor de bestaande woningbouw is het zaak in de meerjarenstrategie telkens opnieuw slim kwaliteit toe te voegen (natuurlijke moment). Deze benodigde kwaliteit is afhankelijk van o.a. de toekomstige warmtebron, typologie en bouwjaar van de woning.
    Bij deze bouwsteen is het belangrijk in overweging te nemen of het zetten van een grote stap in een keer meer oplevert dan stapsgewijs verduurzamen. Het bieden van een keuze aan de vastgoedeigenaar, VvE of bewoner is hier belangrijk. De een zal door middel van een gebouwgebonden financiering of VvE lening in een keer een grote stap willen maken. De ander, ook al is het misschien financieel minder voordelig, kiest voor een stapsgewijze aanpak. Beide zijn prima, als het maar duidelijk wordt wat de gevolgen zijn van die keuzes.
  2. Aardgasvrije wijkaanpak: Tot aan 2030 gaan er twee miljoen bestaande woningen van het aardgas af. Het is prima om te beginnen met het vervangen van de warmtebron (en/of duurzaam op te wekken), mits er maar rekening gehouden wordt met toekomstige vraagbeperking. Als voorbeeld, zowel Rotterdam als Utrecht focussen zich op een midden temperatuur warmtenet op langere termijn. Dit heeft gevolgen voor de benodigde isolatie en afleversystemen in woningen. Het kan in dit geval ook zo zijn dat een combinatie van bouwblokken (aardgasvrij + energiebesparing) het meest voordelige lastenplaatje voor de bewoner oplevert. In dat geval, zeker combineren in de aanpak!
  3. Efficiency en gedrag: In theorie besparen, maar nog niet voldoende. Inzet van energie meetsystemen (zoals de TOON) helpt bij optimale reductie van CO2. Aansluitend kan het heel logisch zijn gebruik te maken van hybride systemen (bijvoorbeeld een hybride warmtepomp) tot het moment van een wijkaanpak of na-isolatie van de woning.

In het midden van het model staat ‘Kernwaarden organisatie’, omdat het de kernwaarden zijn die bepalen welke bouwsteen als eerste wordt gelegd. In het geval van de woningcorporatie kan het best zijn dat zijn dat extra investeringen in participatie en besparing (stap 3) hoger op de agenda komt te staan dan een aardgasvrije aanpak. Het kan ook zomaar zo zijn dat een of meerdere van de bouwstenen te hoge investeringsbedragen met zich meebrengen. Dit is dan waar de discussie over moet gaan en ook zal gaan de komende periode.

Ik hoop vooral dat de Trias Pragmatica zowel versnelling als flexibiliteit in ons denken over de energietransitie teweegbrengt. Een stuk inzicht in elkaars kernwaarden en bouwstenen gaat daar zeker bij helpen.

Meer lezen van Sven Ringelberg? Lees dan '5 lessen uit de aardgastransitie van toen, voor de energietransitie van nu' en 'Hoe we onze relatie met energie verloren en weer hervinden'
Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl