Foto: Over Morgen

Waterstof staat volop in de belangstelling. De duurzame potentie van deze energiedrager is groot, net als de media-aandacht. Zo schreef Stadszaken vorige week nog over de ruimtelijke inpassing van waterstof. Ingrid Giebels, adviseur bij duurzaam ontwikkelingsbureau ‘Over morgen’, vindt dat een nuancering op zijn plaats is: ‘bejubel geen waterstof die er niet is’.

Giebels schreef samen met haar collega’s van Over Morgen een paper over de positie van waterstof in de energietransitie. Op haar blog benadrukt ze dat we naar oplossingen moeten kijken die nu al voorhanden zijn aangezien in 2030 de gaskraan in Groningen al dicht gaat: ‘We moeten nu aan de bak en niet wachten op een belofte.’

Geen zonnig vooruitzicht

‘Waterstof wordt te vaak gezien als de heilige graal van de energietransitie. Het is echter geen energiebron maar een energiedrager. Je moet het maken. En dat kost energie.’ Aldus Giebels. Voor duurzame waterstof is duurzame energie nodig. ‘Echter hebben we in Nederland momenteel relatief weinig groene energie. Op dit moment wordt waterstof vooral verkregen uit aardgas. Bij dit proces komt CO2 vrij, het is dus niet duurzaam.’ schrijft Giebels.

Ook voor het opslaan van toekomstige groene waterstof ziet Giebels het niet zonnig in: ‘Als we in 2030 alle windparken en zonnevelden hebben gerealiseerd naar de ambitie van het Klimaatakkoord, is 75% van onze elektriciteit hernieuwbaar. Maar... ook dan is er slechts op 75 dagen sprake van overschotten groene stroom. Veel te weinig om een fabriek op te laten draaien. De rest van de elektriciteit hebben we direct nodig!’

Het is zo 2050

‘Willen we groene waterstof produceren én gebruiken, dan moeten we vele extra windturbines (bovenop het Klimaatakkoord) bouwen. Groene waterstof produceren is namelijk niet efficiënt in vergelijking tot direct gebruik van elektriciteit.’ Maar waar plaats je deze windturbines? Windturbines concurreren op zee met natuur, scheepvaart en visserij. ‘Al die extra turbines op zee dat duurt nog wel even als het al kan maar we hebben haast: het is zo 2050’, aldus Giebels.

Het importeren van elektriciteit uit het buitenland kan een oplossing zijn. Daar moet echter ook een vergroeningsslag gemaakt worden, anders importeer je alsnog grijze waterstof. Dit is waterstof gemaakt met elektriciteit uit fossiele gas- en kolencentrales, of uit aardgas.

We moeten nú aan de slag

Volgens Giebels en haar collega’s wordt het risico dat er onvoldoende groene waterstof ter beschikking komt groter wanneer we te veel in zetten op allerlei verschillende routes. ‘Het is belangrijk om nu keuzes te maken. De meest kansrijke inzet is waterstof als grondstof voor de industrie en als brandstof voor de (zware) transportsector.’ De bestaande grondstof-route voor de industrie kan namelijk verduurzaamd worden. Voor de transportsector ziet Giebels een rol voor waterstof vanwege de ontwikkeling van een efficiënte brandstofcel.

In de paper worden 7 handelingsperspectieven voor de inpassing van waterstof voor overheden gedefinieerd:
1. Betrek waterstof als optie in planvorming. Niet door te kijken naar in welke routes waterstof een rol kán gaan spelen, maar door te kijken naar wat haalbaar en realistisch is op weg naar een klimaatneutrale toekomst. Beschikbaarheid, bron, doel van inzet en alternatieven bepalen hierbij het afwegingskader.
2. Ga nu aan de slag met bewezen technieken op alle vlakken van de energietransitie. Er is, gezien de stevige klimaatdoelstellingen van 2050, nu actie geboden.
3. Zet zo min mogelijk in op grijze waterstof. Indien er niet van duurzame bronnen gebruik gemaakt kan worden, zet dan (aard)gas direct in waar mogelijk, zonder de inefficiënte omzetting naar waterstof.
4. Gebruik CCS* in combinatie met aardgas waar mogelijk, zodra het grootschalig en commercieel aantrekkelijk wordt. CCS (Carbon Capture and Storage) is een techniek om de CO2 die vrijkomt bij verbranding van onder andere aardgas, ondergronds op te slaan. In de transitie naar duurzame bronnen kan CCS nu al de uitstoot van CO2 beperken. Op grote schaal is het nog geen bewezen technologie.
5. Produceer en gebruik alleen ‘blauwe’ waterstof (waterstof uit aardgas met CCS) daar waar er perspectief is op 100% groene waterstof in de toekomst. Anders is een route met direct gebruik van aardgas met CCS veel logischer.
6. Eerst de grijze waterstof die nu al wordt gebruikt gefaseerd verduurzamen voordat je grijze waterstof in nieuwe routes gaat inzetten. Creëer een gelijk speelveld voor de doorgroei van ontwikkelende innovaties. Waterstof is één van deze ontwikkelingen.
7. Denk goed na over hoe je waterstof transporteert. Doe geen onnodige investeringen in grote infrastructurele aanpassingen, als waterstof maar op een beperkt aantal plaatsen wordt ingezet. Gerichte inzet (bijvoorbeeld met lokale waterstofhubs) kan uitkomst bieden.

Waterstof in de gebouwde omgeving

Giebels pleit voor de gebouwde omgeving voor warmtepompen en warmtenetten. In een eerder artikel belichtte Stadszaken juist dat waterstof soelaas kan bieden in de gebouwde omgeving. Giebels zegt dat de keuze van waterstof voor gebieden waar warmtepompen en –netten niet voldoen op een later moment genomen kan worden genomen. ‘Keuzes over de inzet van waterstof in ‘moeilijke gebieden’ kunnen op een later moment worden genomen, zodat er ruimte is voor de ontwikkeling van innovaties’ aldus Giebels. Dit zou volgens het paper veel ombouwwerk (tijd en geld) van het gasnet schelen en zou bovendien onnodige energieverliezen en ingewikkelde hervormingsprocessen voorkomen.

Zie ook de volgende artikelen 'Waterstof: hoe nieuwe techniek en oude infrastructuur samengaan', '5 lessen uit de aardgastransitie van toen, voor de energietransitie van nu' en '‘Waterstof het beste alternatief’ en ander fake news in de energietransitie'

 

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl