Column Jan Latten

Vorig jaar bereikte het geboortecijfer, het gemiddeld aantal geboorten per vrouw, in Nederland een dieptepunt van 1,6, vooral doordat twintigers en begin-dertigers minder kinderen krijgen. Millennials laten het blijkbaar afweten, althans als we het hebben over nakomelingen. Dat is nu al een aantal jaren zo. De vraag is of ze de achterstand binnenkort gaan inhalen.

Dan zouden eind-dertigers spoedig meer kids moeten krijgen. Daar ziet het echter nog niet naar uit. In de eerste negen maanden van 2018 bleef een stijging van het aantal geboorten uit. En dat in een sfeer van economische opleving en optimistisch consumentenvertrouwen. Dat is verrassend, want in de afgelopen dertig jaar was een oplevende economie steevast de voorbode van stijgende aantallen pasgeboren, zo’n twee tot drie jaar na een conjunctuuromslag. Na de laatste crisis is het echter anders gelopen. Wat is er aan de hand? Kan het zijn dat de woningmarkt daarbij een rol speelt? Speelt de arbeidsmarkt een andere rol?

Stijgende woningprijzen en ‘baby bust’ in de VS

Een opvallende parallel doet zich voor in de VS. Net als in Nederland daalde ook daar het aantal geboorten vanaf de recessie in 2008. En net als in Nederland verwachtten de meeste onderzoekers met de navolgende economische opleving een stijging van het kindertal. Maar de stijging blijft tot nog toe uit. Integendeel, de daling houdt aan, en er wordt in de VS zelfs gesproken van een ‘baby bust’

En ook in de VS stegen met de economische opleving de huizenprijzen. Statistisch vallen de stijgende huizenprijzen samen met dalende kindertallen voor eind-twintigers. Zelfs per staat toont het onderzoek van Zillow Research opvallende correlaties tussen de mate waarin huizenprijzen zijn gestegen en het kindertal daalt. Frappant detail: in het algemeen steeg ook de leeftijd bij eventueel moederschap mee met de stijgende woningprijzen. Ook in Nederland gaat intussen het dalende gemiddelde kindertal, net als in de VS, gepaard met een stijgende leeftijd van die vrouwen die toch een kind krijgen. Hoewel de geconstateerde samenhangen niet kunnen worden gezien als ultiem bewijs voor een oorzakelijk verband, staan de trends niet los van elkaar.

Woningmarkt als anticonceptie

Modelmatig kan het best ingewikkelder lopen dan een directe link tussen stijgende woningprijzen en dalende kindertallen. Maar het neemt niet weg dat de vergelijkbare samenhangen en omstandigheden ons op een spoor zetten van belangrijke connecties. Bovendien zijn er meer indicaties voor een beperkende rol van de actuele woningmarkt in de voortplanting. Neem de stijgende leeftijd waarop men voor het eerst een huis koopt. En vergeet niet waar millennials mee geconfronteerd worden. Door de opkomst van de flex-economie heeft deze generatie twintigers jaren langer dan voorheen een tijdelijke baan. Jonge vrouwen met een flexbaan stellen hun eerste kind vaker uit, een koppel met tijdelijke banen krijgt minder gemakkelijk een hypotheek voor een geschikte gezinswoning, ze moeten meer eigen geld meebrengen voor een koopwoning en er zijn lange wachtlijsten voor een sociale huurwoning. En meer dan ooit keren twintigers, vanwege financiën of ontbrekende huisvesting als boemerangkind terug naar hun ouders. Via allerlei omwegen kunnen er zo verbanden bestaan. Maar al met al lijkt het er toch op dat de situatie op de woningmarkt nu functioneert als eigentijdse anticonceptie.

Bevordert actuele woningmarktsituatie de vergrijzing?

Een belangrijke vraag is of er überhaupt nog inhaal komt. Immers, het woningtekort blijft nog wel even. De prijzen zakken niet en het aantal flexwerkers neemt niet af. Een kindertal van 1,6 zou wel eens langer kunnen aanhouden dan men verwacht. De TFR is nog lang niet zo dramatisch als in Zuid Korea (0,96), maar met 1,6 toch nog altijd een dikke 20% lager dan nodig om de bestaande bevolking op den duur in stand te houden. Is dat erg? Het krijg zijn weerslag in een sterkere vergrijzing: we zullen onszelf moeten verzorgen, langer moeten doorwerken en vrouwen zullen minder parttime moeten werken om de boel draaiende te houden.

In sommige landen willen ze daar niet op wachten, in Hongarije wordt geëxperimenteerd met woontoelages voor gezinnen om te voorkomen dat de woningmarkt functioneert als anticonceptie. In Duitsland hoor je oproepen van links als ‘Ein Kinderwunsch darf nicht am Geldbeutel scheitern. Notwendig seien eine wirksame Mietpreisbremse und Investitionen in den Wohnungsbau.’ In Nederland blijft het stil.

Lees meer columns van Jan Latten
Stadszaken

 

Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl