Foto: Maurice Vinke

Van kostenpost naar verdienmodel. Met een circulaire benadering kunnen we veel meer waarde halen uit onze omgeving. Voor ABN AMRO betekent een omslag naar de circulaire economie ook dat nieuwe financieringsvormen nodig zijn. ‘We moeten ons gaan realiseren dat we in een circulaire economie echt anders moeten gaan denken en doen’, zegt Petran van Heel, sectorbanker bouw bij ABN AMRO.

Dit interview komt uit vakblad BT#1 en is onderdeel van een special over de circulaire economie. De special verschijnt eind maart. BT Magazine is hét vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat. Meer informatie of een nummer gratis inzien? Klik dan hier.

De Amsterdamse Zuidas kenmerkt zich door glimmende kantoorgebouwen en hoogbouw in aanbouw. Aan de voet van een van de hoogste kantoortorens in het gebied, het 105 meter hoge hoofdkantoor van ABN AMRO, staat een opvallend onopvallend gebouw: Circl. Het paviljoen is sinds het najaar van 2017 geopend en bevat naast een aantal conferentie- en vergaderzalen, een exporuimte en een restaurant met rooftopbar en ontmoetingsplek voor het publiek.

Circl biedt voor ABN AMRO niet alleen extra ruimte. Het is ook een gedurfd voorbeeld voor de visie van de bank op circulair vastgoed. Maar niet het hele gebouw is van de bank. ‘Deze lift bijvoorbeeld niet’, vertelt Van Heel, terwijl we onderweg zijn naar de rooftopbar op de bovenste etage van Circl. ‘De installatie blijft eigendom van leverancier Mitsubishi, ABN AMRO betaalt per liftbeweging een bedrag.’ Het is een voorbeeld van een product-as-a-service, ABN AMRO neemt de lift af als dienst. Dat heeft een aantal voordelen. De verantwoordelijkheid voor ontwerp, exploitatie én eindwaarde is in een hand. Van Heel heeft zelf een achtergrond als vastgoedontwikkelaar. ‘Ik heb heel wat gebouwen neergezet, ook hoogbouw. We selecteerden altijd de liftenleverancier die met de laagste bouwkosten inschreef. Maar dat bedrag zegt niets over het energieverbruik of de onderhoudskosten. Laat staan eindwaarde of mogelijkheden van het materiaal aan einde van de levenscyclus. Voor Circl hebben we gekozen het begrip kosten veel breder te trekken: de kosten én opbrengsten over de gehele levenscyclus, en daarna. Dat is van lineair naar circulair.’

Van Square naar Circl
De totstandkoming van Circl was geen vanzelfsprekendheid. De oorspronkelijke – al goedgekeurde – plannen gingen uit van een meer traditioneel paviljoen dat weliswaar erg duurzaam was, maar niet circulair. Aanleiding om anders te gaan nadenken over het eigen grondstofgebruik was de sloop van een gebouw van ABN AMRO aan het Rokin in Amsterdam. De chique natuurstenen gevel van dat gebouw bleek niet herbruikbaar. Zelfs wanneer het geïmporteerde natuursteen gratis werd weggegeven, bleek er geen interesse te zijn vanuit de markt. Vervolgens is het materiaal als puin afgevoerd, vergruisd en waarschijnlijk als onderlaag onder een snelweg toegepast.

Omdat er al een uitgewerkt plan voor een conventioneel paviljoen was uitgewerkt (laten we dat Square noemen), is het mogelijk het materiaalgebruik van een circulair gebouw (Circl) en een niet-circulair gebouw (Square) te vergelijken. Voor Circl is 36 procent minder materiaal nodig, een reductie van 2400 ton beton, staal, aluminium, glas, hout en natuursteen. Doordat een deel van dat materiaal bovendien hergebruikt is, was voor Circl 39 procent minder primaire grondstoffen nodig.


Tijdens de ontwikkeling van Circl werd samengewerkt met New Horizons Urban Mining van Michel Baars. Dat bedrijf stond aan de basis van het Urban Mining Collective. Hierin werken ongeveer vijftien bedrijven samen om ‘sloopmaterialen’ opnieuw waarde geven. Ze oogsten materialen uit gebouwen en geven die een volgend leven in een nieuw gebouw. In Circl bestaat de houten vloer uit verzameld hardhout uit vijftien gebouwen – onder meer afkomstig van een oud klooster en de bar van voetbalclub TOP Oss. De karakteristieke hardhouten puien van de vergaderruimtes zijn afkomstig uit een oud Philips-gebouw in Hilversum. Wie goed kijkt, ziet dat ze eigenlijk niet helemaal passen in het stramien, waardoor de vergaderruimtes hier en daar een extra ‘passtukje’ hebben gekregen om de wand te sluiten. ‘Het valt eigenlijk pas op, als je het doorhebt.’

‘Materialen hebben vaak een andere levensduur dan de gebouwen waar ze in verwerkt zijn’, zegt Van Heel. ‘De circulaire economie vraagt om andere materialisering, terugneembare en modulaire concepten. En niet alleen hier op de Zuidas. Op werklocaties in het hele land zal dit principe belangrijker worden. Als je tegenwoordig niet duurzaam bent, in de zin van energietransitie, dan tel je eigenlijk niet meer mee. Maar circulariteit, de grondstoftransitie, staat nog aan het begin van een versnelling. In elke situatie kan je nadenken over de hoeveelheid grondstoffen die je verbruikt, welke grondstoffen dat zijn, demontabel bouwen, gemakkelijke reparatie, afvalreductie en andere verdienmodellen. Er zijn ook steeds meer bedrijven die materialen kunnen upcyclen, of ze op een andere manier als tweedehands bouwmaterialen inzetten. De echt innovatieve bedrijven verkopen deze materialen dan ook niet meer, die lenen je de grondstoffen uit als dienst, een product-as-a-service. Daar zie je de verschuiving van bezit naar gebruik. Dat is een principieel verschil van circulaire economie.’

Wat betekent dat concreet voor ondernemers?

‘Daar zijn we als bank nu over aan het nadenken: zo werken we bijvoorbeeld aan een project met de circulaire bedrijfshal van de toekomst. Maar ook: wat is nodig om bestaande bedrijfshallen nu al circulair te maken en welke circulaire verdienmodellen kunnen we daarbij ontwikkelen? De bedrijfshal-as-a-service is als een meccanodoos van onderdelen die uitbreiden, optoppen of inkrimpen en zelfs eenvoudig verplaatsen mogelijk moet maken. Tegelijkertijd zul je zien dat de markt voor tweedehands producten een vlucht gaat nemen; opgestuwd door de Milieuprestatie Gebouwen en de overheidsambitie om in 2030 50 procent circulair te zijn, gaan steeds meer ondernemers hier kansen zien.

‘Ik verwacht dat daardoor ook de eindwaarde van gebouwen weleens heel anders zou kunnen worden. Nu worden leegstaande gebouwen gezien als kostenpost, want ze moeten nog gesloopt en gestort worden. Maar vanuit het perspectief van urban mining staat er een bovengrondse mijn met waardevolle grondstoffen. Misschien zijn veel bedrijventerreinen wel toe aan een upgrade en worden de onderdelen iets waard voor nieuwe bedrijfshallen.

‘Ook leveranciers moeten hun producten en bijbehorende levenscyclus onder de loep nemen. Ontwerpers moeten beginnen met producten te ontwerpen die minder grondstoffen nodig hebben, lang blijven functioneren, gemakkelijk te repareren zijn en natuurlijk weinig energie verbruiken. Als het lukt om een gebouw te ontwikkelen dat energie levert en aan het eind van de gebruiksduur meer waarde heeft als geheel of in onderdelen, dan heb je een winnende businesscase in de circulaire economie.’

Hoe kan een bank circulariteit financieren?

‘Geld is an sich een heel circulair verdienmodel. Maar verduurzaming gaat niet alleen over geld, het gaat ook over kennis en netwerk. Mijn collega’s en ik praten met heel veel bedrijven en we bieden op veel verschillende plekken financiering. De grondstoffentransitie is niet alleen in de bouwsector gaande, maar ook in de industrie, de retail en de logistiek. We faciliteren kruisbestuiving en kennisuitwisseling waar dat kan.

‘Maar ook onze eigen financieringsproducten maken we passend voor de circulaire economie. Nu de verschuiving van bezit naar gebruik ook in gebouwen postvat, moeten we ons als bank gaan afvragen welke delen van een gebouw we straks nog financieren en welke partij. Is het de eigenaar, de gebruiker, de bezitter van het product?! En hoe regel je dat? Dat maakt circulaire financiering nog tot een hele uitdaging. Maar, al doende leert men.’

(Foto Petran van Heel door Hannie Verhoeven)

Stadszaken
Stadszaken
Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort
redactie@stadszaken.nl