Door: Jan Jager

13 december 2021 om 11:31


Foto:

Gedeputeerde over datacenter Zeewolde: ‘Meta kreeg geen voorrang’


Facebook-moederbedrijf Meta kreeg geen voorrang bij aansluiting op het elektriciteitsnet. Dat stelt gedeputeerde Jop Fackeldey van Flevoland in een reactie op de storm aan negatieve publiciteit rond de voorgenomen bouw van een hyperscale datacenter van Meta in Zeewolde. Andere kritiekpunten, dat het datacenter buitenproportioneel veel ruimte, stroom en water gebruikt, kunnen volgens hem met feiten worden weersproken.


Ook spreekt Fackeldey tegen dat de netcapaciteit die het datacenter vraagt ten koste gaat van andere gebruikers die lang moeten wachten op een aansluiting, omdat Flevoland is aangemerkt als congestiegebied. Meta tapt volgens de gedeputeerde direct af van het hoogspanningsnet van TenneT. De congestie zit op het net van de regionale netbeheerder, aldus de gedeputeerde. ‘Meta heeft zich in eerste instantie gewoon gemeld bij TenneT en kon aangesloten worden. Anders dan bij terugleveren was er bij levering van stroom geen sprake van congestie.’

Aanstaande donderdag 16 december stemt de gemeenteraad van Zeewolde over het bestemmingsplan dat de bouw van het 166 hectare metende datacenter van Meta mogelijk moet maken.

Twee weken terug ontstond ophef over het datacenterplan, omdat hoogspanningsnetbeheerder TenneT de Amerikaanse internetgigant op aanwijzing van voormalig minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) voorrang zou hebben gegeven bij een aansluiting. Dat schreef NRC op basis van documenten die het ministerie van EZK naar aanleiding van een WOB-verzoek van De Telegraaf had vrijgegeven. Saillant detail is dat Wiebes in de media herhaaldelijk verklaarde dat hij niet over de vestiging van datacenters gaat.

'Die aansluiting zelf was geen discussie'

Volgens Fackeldey is er geen sprake van voorrang bij aansluiting op het hoogspanningsnet. ‘Die aansluiting zelf was geen discussie. Meta zou gewoon op basis van het first come, first served-principe aangesloten worden. Wat hier echter speelde, was dat Meta de afstand van vijf kilometer van het bestaande onderstation van TenneT (tot bedrijventerrein Trekkersveld waar het beoogde datacenter is gepland, red.) te groot vond. Ze kwamen daarom met de eis dat ze een eigen onderstation wilden bouwen, dichter bij het datacenter.’

In de vrijgegeven documenten valt te lezen dat de onderhandelingen tussen Tennet en ‘Tulip’ zoals de codenaam voor Meta luidde, over de wijze van aansluiting vastliepen en beide partijen om die reden beroep deden op EZK.

Ambtenaren van het Directoraat-Generaal Klimaat en Energie schrijven Wiebes dat EZK formeel een beperkte rol heeft bij de ontwikkeling van het elektriciteitsnet en ‘geen rol’ bij de aansluiting van individuele bedrijven, en dat het wettelijke kader Tulip het recht geeft op een aansluiting op een bestaand transformatorstation bij Zeewolde, op vijf kilometer afstand van het beoogde datacenter.

‘Tulip vraagt in plaats daarvan om een maatwerkaanpak die niet ondubbelzinnig past binnen het wettelijk kader. Zij wil naast haar vestigingslocatie en nieuw onderstation (laten) bouwen en deze vervolgens aansluiten op de hoogspanningskabel die daar (toevallig) dichtbij langsloopt. Dit betekent een onderbreking van de bestaande hoogspanningslijn.’

Het bedrijf zou hebben aangegeven dat als zij de aansluiting op het net van TenneT niet op deze manier krijgt, zij op zoek gaat ‘naar een andere investeringsplek (een ander land in Europa)’, aldus de documenten. Meta vraagt een positief signaal van het ministerie, liefst binnen een week.

Op 13 mei 2020 schrijven de ambtenaren van het Directoraat-Generaal Klimaat en Energie dat het hen ‘gezien de maatschappelijke, regionale voordelen van het project’ wenselijk lijkt ‘te verkennen hoe de specifieke aansluitwensen van Tulip zo goed mogelijk geaccommodeerd kunnen worden binnen het wettelijk kader, welke interventiemogelijkheden EZK heeft en welke risico’s, voordelen en nadelen daarmee gepaard gaan’. Uiteindelijk resulteert dit in een verzoek van Wiebes aan netbeheerders TenneT en Liander om de wensen van Tulip te honoreren.

Ruimte- stroom- en watervreter

Het verhaal rond de interventie van de minister is bepaald niet de eerste keer dat er rumoer is rond het beoogde datacenter. Afgelopen vrijdag schreef Marleen Stikker, oprichter en directeur van Waag future lab for technologie en samenleving, in een opinie in het Financieele Dagblad dat de komst van datacenters ‘ondoorzichtig en ondemocratisch’ verloopt, dat datacenters buitenproportioneel gebruikmaken van (groene) stroom en publieke ruimte en dat aangedragen punten tijdens een informatieavond van de gemeente Zeewolde over de voorgenomen bouw het datacenter van Meta zich ‘beter lijken te lenen voor een Tweede Kamerdebat’. Ze vindt dat we ‘ons lot en dat van de natuur’ niet in handen moeten leggen van ‘lokale deeltijdpolitici’. Ofwel: het gemeentebestuur van Zeewolde.

Dan is er nog het waterverbruik. Het nieuwe datacenter zou volgens De Telegraaf jaarlijks 25 miljoen kubieke meter aan water opslurpen, net zoveel als het verbruik van 125 duizend gezinnen.

Fackeldey zegt zich onvoldoende bewust te zijn geweest van de maatschappelijke spanning die de vestiging van het datacenter met zich meebracht. ‘Ik heb het in eerste instantie beschouwd als een normale bedrijfsvestiging, waarbij we keken naar hoe we bijvoorbeeld zo goed mogelijk gebruik zouden kunnen maken van restwarmte. De achterliggende discussie over sociale media en in wat voor wereld we willen leven had ik niet scherp genoeg op het netvlies. Immers, we maken allemaal gebruik van diensten van grote internetbedrijven en daar zijn nu eenmaal datacenters voor nodig.’

De opmerkingen over het stroomverbruik en ruimtegebruik zijn volgens hem ongegrond. ‘Intern hebben we historische gegevens op een rijtje laten zetten. Daaruit kwam naar voren dat datacenters in Nederland momenteel 0,32 procent van alle energie verbruiken en datacenters in Nederland nu samen 120 hectare aan perceeloppervlak in gebruik hebben. Dat is 0,0035 procent van het totale landoppervlak van Nederland. Daarvan is 67 hectare effectief bebouwd.’

Meta voegt daar in één keer 166 hectare aan toe. ‘Daarop komen meerdere datahallen die landschappelijk zijn ingepast’, aldus Fackeldey. Het landgebruik valt volgens de gedeputeerde in het niet bij de 14.600 hectare perceeloppervlak die logistieke hallen op bedrijventerreinen samen vertegenwoordigen.

Ook over het waterverbruik bestaan volgens hem veel mistverstanden. In het geval van Meta moet alleen water dat verdampt worden meegerekend, stelt hij. Dan gaat het volgens hem om het waterverbruik van 2.400 gezinnen. Het gaat bovendien niet om drinkwater, maar om oppervlaktewater. Bierbrouwer Heineken zou jaarlijks ongeveer 60 miljoen kubieke meter drinkwater verbruiken.

Fackeldey erkent dat het stroomverbruik van datacenters toeneemt, maar benadrukt dat verbruikte stroom bij Meta als warmte wordt aangeboden aan de omliggende wijken. In een vorige week overeengekomen anterieure overeenkomst hebben de provincie en de gemeente daar bindende afspraken met Meta over gemaakt. In een samenvatting die de gemeente Zeewolde afgelopen vrijdag online zette, staat dat Polder Networks BV (de rechtmatige vertegenwoordiger van Meta in Nederland die het datacenter voor het internetbedrijf bouwt en beheert) voor een periode van twintig jaar gratis restwarmte ter beschikking stelt en op eigen terrein investeert in de benodigde infrastructuur om de restwarmte te leveren bij het Warmte Opwaardeer Station (WOS).

Daarnaast zouden er met Polder Networks afspraken zijn gemaakt over een bijdrage om de aansluitkosten voor woningeigenaren te verlagen. Bovendien zegde het bedrijf toe op haar terrein 13 megawattpiek capaciteit aan zonnepanelen te installeren.

Economie en Rijksregie

Een ander punt van discussie is de economische spin-off van het datacenter. Anders dan de aanvankelijk nog verwachtingsvolle ambtenaren van het Directoraat-Generaal Klimaat en Energie wijzen ambtenaren van het Directoraat-Generaal Bedrijfsleven & Innovatie er in een brief uit augustus 2020 gericht aan voormalig staatssecretaris Mona Keijzer met cc naar Wiebes op dat met name hyperscale datacenters weinig economische spin-off genereren, waarbij ze zich baseren op een verkenning van adviesbureau Buck Consultants International (BCI). Ze adviseren Keijzer akkoord te gaan met de inzet van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Directoraat-Generaal Bedrijfsleven & Innovatie en het Directoraat-Generaal Klimaat en Energie voor een ‘selectiever vestigingsklimaat voor datacenters om impact van datacenters te beheersen’.

Verder stellen de ambtenaren voor met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in gesprek te gaan over het indienen van een zienswijze op de bestemmingsplanwijziging van de gemeente Zeewolde ten aanzien van het Tulip datacenter ‘aangezien dit niet past binnen haar beleid en het nationale datacenterbeleid’. In dat beleid zouden met name de hyperscales een plek toegewezen krijgen aan de randen van het land, dichter bij duurzame energiebronnen.

Het RVB is nog eigenaar van het overgrote deel van de grond en zal dit eerst aan Zeewolde moeten verkopen, voor de gemeente de grond kan doorverkopen aan Meta. Vorige week werd bekend dat het RVB niet tot verkoop wil overgaan zolang het van Zeewolde niet meer duidelijkheid krijgt over hoe het techbedrijf wil omgaan met de restwarmte. Het is de vraag in hoeverre de inmiddels gesloten anterieure overeenkomst het RVB geruststelt.

Volgens Fackeldey druist de vestiging van Meta in Zeewolde helemaal niet in tegen landelijke beleidslijnen. Wel onderkent hij dat in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) inderdaad staat dat de grootste datacenters idealiter aan de randen van het land worden geplaatst. Maar hij benadrukt dat de Novi alleen zelfbindend is voor het Rijk. ‘We hebben per saldo in dit land ruimtelijke ordening gedecentraliseerd. Daar kan iedereen wat van vinden. Maar feit is dat het zo is en dat betekent dat de gemeenteraad uiteindelijk een afweging moet maken, soms samen met de provincie.’

‘We hebben per saldo in dit land ruimtelijke ordening gedecentraliseerd.’

‘Ik begrijp de logica dat het aantrekkelijk is om dichtbij de aanlanding aan de kust van de kabel van offshore windparken te zitten. Maar anderzijds wil je ook in de buurt van een internetknooppunt zitten. Het zijn vestigingsfactoren die je tegen elkaar zult moeten afwegen.’

De in januari afgetreden VVD-minister Wiebes lijkt veel waarde te hechten aan de decentrale bevoegdheid. In een reactie op het advies voor een selectiever datacenterbeleid en de onderliggende NOVI, schrijft hij de inhoud te begrijpen, maar dat ‘de ruimte een regionale afweging’ is en de aansluitmogelijkheden onder het netbeheer vallen. ‘Dat is toch voldoende?’.

Als hem later door ambtenaren van het Directoraat-Generaal Klimaat- en Energie wordt gevraagd of hij alles afwegende TenneT en Liander wil vragen samen te werken met Tulip om ‘deze bijzondere aansluiting te realiseren’ en, indien hij dat wil, een bijgaande brief aan TenneT en Liander wil ondertekenen, komt de minister met de suggestie om eerst per brief te vragen of de provincie Flevoland en de gemeente Zeewolde de komst van het datacenter naar de polder nog steeds op prijs stellen en bereid zijn dit te ondersteunen. Met de kanttekening dat het niet de ideale locatie is ‘zoals geïdentificeerd in de NOVI, maar lokale overheden het laatste woord hebben.

Waarom?

De hamvraag blijft: waarom willen Flevoland en Zeewolde toch zo’n hyperscale binnen de provincie- en gemeentegrenzen waarvan het externe werkgelegenheidseffect volgens experts vrijwel nihil is? Tijdens de presentatie van de plannen drie weken terug sprak gedeputeerde Jan-Nico Appelman nog van ‘stuwende werkgelegenheid’ waar in Flevoland behoefte aan is, en dat Meta hier een bijdrage aan gaat leveren.

Is dat geen onjuiste argumentatie? Fackeldey denkt van niet. Hij gelooft dat de komst van Meta zowel de uitstaling als de digitale infrastructuur van de regio ten goede komt, en dat dit extra bedrijven aantrekt, bovenop de directe werkgelegenheid van circa 500 banen die het datacenter genereert. Daarbovenop zegt het ‘moederbedrijf van Polder Networks’ (Meta) volgens de gemeente in artikel 22 van de anterieure overeenkomst (die tijdens een presentatie van de provincie en de gemeente drie weken geleden nog in de maak was) toe dat het investeert in de langetermijnvitaliteit en ontwikkeling van de regio’s waar haar datacenters zijn gevestigd.

‘Het bedrijf heeft gemeenschaps- en regiogerichte initiatieven ontwikkeld en geïmplementeerd voor al zijn operationele datacenters, inclusief die in Europa. Het bedrijf gaat investeringen en programma’s van een vergelijkbare omvang en reikwijdte in de regio Zeewolde en in provincie Flevoland ondersteunen zodra het eerste datacentergebouw in gebruik genomen wordt’, aldus het document.

Fackeldey wijst er verder op dat bedrijven die zich vestigen op de resterende 35 hectare uitgeefbare grond op Trekkersveld, profiteren van het nieuwe onderstation dat Meta aanlegt. Los van dit alles stelt de gedeputeerde dat de gemeente Zeewolde als bevoegd gezag een aanvraag voor een bedrijfsvestiging heeft geaccommodeerd op een terrein dat voor logistieke bedrijvigheid bestemd is. Daar is volgens hem niets mis mee.

Beren op de weg

In de vrijgegeven stukken valt te lezen dat de ambtenaren van het Directoraat-Generaal Klimaat en Energie wel de nodige beren op de weg zagen rond de wens van Meta om een eigen onderstation te bouwen, wat het bedrijf niet alleen een hogere leveringszekerheid zou moeten opleveren en een eenvoudige aansluiting van een eventuele uitbreiding van haar datacenter in de toekomst. Ze concluderen dat de varianten waarin Tulip zelf het onderstation bouwt of laat bouwen en TenneT alleen de ‘knip’ in het bestaande net uitvoert om uiteenlopende, zwaarwegende redenen afvallen, en in hun analyse maar één oplossingsrichting kansrijk en maatschappelijk verdedigbaar is: TenneT verzoeken het onderstation te bouwen, onder in elk geval de voorwaarde dat ‘Tulip’ de kosten voor de aansluiting en het nieuwe onderstation bekostigt.

Dit vraagt volgens de ambtenaren naar verwachting om een ‘bindende aanwijzing’ op het investeringsplan van TenneT. Ze constateren dat het wel een ‘fundamentele afwijking’ is van de normale relatie tussen TenneT en EZK om haar te vragen ‘het net uit te leggen met het oog op de wensen van één individuele afnemer’, en dat de aanpak precedentwerking kan hebben. ‘Wij zouden in dit geval TenneT vragen om Tulip bijzonder te behandelen. Niet alleen vragen we TenneT om onderbreking te maken in hun bestaande verbinding, maar ook om nabij Tulips vestigingslocatie en nieuw onderstation te plaatsen.’

Niettemin concluderen ze dat in andere landen vergelijkbare oplossingen worden gevonden voor soortgelijke, grote aansluitingen. ‘Mits omkleed met goede randvoorwaarden lijkt het ons in theorie verdedigbaar.’

Probleem is nog wel dat een wettelijk kader voor het verhalen van de kosten op het bedrijf ontbreekt. De ambtenaren stellen daarom voor om, vooruitlopend op eventuele aanpassingen in de Energiewet, met Tennet en Tulip afspraken overeen te komen en TenneT een bindende aanwijzing te geven via het investeringsplan.

Uiteindelijk lijkt er toch te zijn gekozen voor een oplossing waarbij TenneT met Tulip overeenkomt dat Tulip de bouw van het onderstation ter hand neemt en na realisatie het onderstation eigendom wordt van TenneT. Tulip maakt daarbij gebruik van de wettelijke mogelijkheid om de bouw hiervan zelf te verzorgen en te bekostigen.

De aanbestedingsplicht die voor TenneT geldt, wordt voor de bouw van het onderstation ‘doorgelegd’ naar Tulip. Hierdoor wordt er volgens Fackeldey met privaat geld een publieke voorziening gebouwd die beheerd wordt door TenneT en ook openstaat voor ander gebruikers.