Door: Kasper Baggerman

26 mei 2021 om 09:49


Foto:

Burgemeesters willen structureel geld voor leefbaarheidsaanpak: 'bewoners moeten leven in plaats van overleven'


‘Dicht de kloof’, luidt de oproep van burgemeesters van vijftien steden aan de Tweede Kamer. De steden willen een meerjarig nationaal herstel- en perspectiefprogramma ‘Leefbaarheid en Veiligheid’ voor ’s lands kwetsbaarste wijken. De coronacrisis houdt het hardst huis in deze gebieden. Jaarlijkse investeringen van 500 miljoen euro moeten het tij keren. 'We hebben een generatie nodig om dit goed aan te pakken.'


Vanochtend presenteerden de burgemeesters Halsema van Amsterdam, Aboutaleb van Rotterdam, Buma van Leeuwarden, Hamming van Zaanstad, Weterings van Tilburg, Schuiling van Groningen en Van Zanen van Den Haag hun plannen namens de vijftien burgemeesters en een breed palet aan maatschappelijke organisaties aan de fractievoorzitters Tweede Kamer.

De leefbaarheidsaanpak moet samen met gemeenten en met bewoners worden uitgevoerd, in een langjarige aanpak, aldus de burgemeesters en hun partners.

Steunpilaar voor de plannen is het inmiddels een decennium lopende Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). Met een sociale en fysieke aanpak werken Rijk, de gemeente Rotterdam en maatschappelijke organisaties hier aan het verbeteren van de leefbaarheid. School, werk en wonen staan centraal. Marco Pastors, directeur NPRZ: ‘Je moet langjarig en met doelgerichte interventies heel dicht bij de mensen zitten. Met de juiste partijen, begin niet voordat je de relevante partners uit je stadsdeel aan boord hebt.’

Vooralsnog is Rotterdam-Zuid het enige gebied in Nederland waar het Rijk structureel in de leefbaarheid investeert. Als het aan de vijftien burgemeesters ligt verandert dat binnenkort.

De opgave is urgent, aldus de burgemeesters. Eén miljoen Nederlanders in zestien kwetsbare gebieden ('stedelijke vernieuwingsgebieden’ in BZK-terminologie) hebben herstel en perspectief nodig, zodat hun woongebieden niet verder achterop raken bij de rest van het land. De afgelopen jaren stegen de leefbaarheidsscores door heel Nederland, maar in deze gebieden bleven ze achter.

Door corona dreigt nu zelfs terugval. Ook in Rotterdam Zuid, waar de het afgelopen decennium behaalde successen door de crisis op glad ijs staan. Ter indicatie: de bijstandscijfers stegen er met acht procent, tegenover een landelijk gemiddelde van ruim drie. ‘We zijn teruggezet in de tijd’, zegt Pastors. ‘Maar de mensen die we eerder aan het werk kregen, hebben nu wel een betere startpositie. Stel je voor dat we níet die tien jaar verbetering hadden gehad… De netwerken en structuren die we de afgelopen tien jaar hebben opgezet helpen ook bij het herstel. We zitten nu met werkgevers aan tafel om ervoor te zorgen dat als de banen weer komen de mensen in deze wijken eens een keer vooraan staan in plaats van achteraan. Dat gesprek is goed te voeren omdat iedereen elkaar inmiddels kent.’

Gestapelde problematiek vergt lange adem

Eerder deed het Rijk al een aanzet tot een grootschalige nationale leefbaarheidsaanpak met het Volkshuisvestingsfonds. Met deze pot van 450 miljoen euro, opgetuigd in opdracht van de oppositie, kunnen gemeenten investeren in de (vooral fysieke) leefbaarheid in probleemwijken. De zestien stedelijke vernieuwingsgebieden krijgen voorrang bij het verdelen van de gelden. In augustus wordt bekend wie wat ontvangt.

Vooralsnog is het fonds echter incidenteel van aard. De burgemeesters pleiten nu voor een langjarige structurele aanpak, waarbij elk jaar 500 miljoen euro wordt verdeeld. 400 miljoen euro voor de zestien gebieden, 100 miljoen euro voor overige wijken waar de leefbaarheid onder druk staat. Het geld zal waarschijnlijk van verschillende ministeries moeten komen, omdat de leefbaarheidsproblematiek meerdere ministeriële beleidsvlakken raakt. Denk aan OCW voor onderwijs, BZK voor wonen en EZK voor werk.

De langjarige beleidsaandacht is nodig omdat de uitdagingen in de wijken zeer hardnekkig zijn, benadrukken Pastors en de burgemeesters. Je vindt er een stapeling van problemen. Bewoners hebben te maken met armoede, werkeloosheid, onderwijsachterstanden, een slechte gezondheid en criminaliteit. Stuk voor stuk problemen die elkaar versterken Bovendien wordt de problematiek van generatie op generatie overgegeven. Zo ligt een lastig te doorbreken negatieve spiraal op de loer. ‘Het zijn brede sociale en economische opgaven, zegt Roel Wever, burgemeester Heerlen. Heerlen-Noord is één van de zestien stedelijke vernieuwingsgebieden en de problematiek doet er niet onder voor Rotterdam Zuid. ‘We hebben minstens een generatie nodig om dit met een integrale benadering goed aan te pakken. Daar hebben we dus structureel geld voor nodig.’

De brede en verwoven problematiek benadrukt ook Ahmed Marcouch, burgemeester van Arnhem. In Arnhem-Oost, ook één van de zestien gebieden, staan de leefbaarheid en veiligheid onder druk. Marcouch: ‘Het gaat over onderwijs, want veel kinderen die daar opgroeien hebben minder perspectief op een goede onderwijscarrière en een goede baan. Zij hebben extra ondersteuning en stimulering nodig. Maar het gaat ook over fysiek. De woningen moeten worden verbeterd, om verpaupering en verloedering te voorkomen.’

Net als in Rotterdam signaleert Marcouch in Arnhem-Oost dat de coronacrisis hard in het gebied landt. ‘De coronacrisis raakt deze mensen sterk. Als het voor de crisis al moeilijk was om een opleiding te halen, laat staan perspectief te hebben, is dat met corona natuurlijk nog lastiger.’ Tegelijkertijd benadrukt de burgervader dat de huidige achterstanden niet met corona uit de lucht zijn komen vallen. ‘Dit komt voort uit een opeenstapeling van jaren. Het is dus belangrijk dat het kabinet, gemeenten, maatschappelijke organisaties en provincies zich hier nu aan committeren. Zodat bewoners kunnen leven in plaats van overleven.’

Geld van boven, uitvoer van onderen

De problemen in Arnhem-Oost en Heerlen-Noord doen in sommige opzichten niet onder voor die in Rotterdam-Zuid. Tegelijkertijd benadrukt de Heerlense burgemeester Wever wel dat de problemen in Heerlen-Noord een eigen karakter hebben. Zo is Zuid-Limburg een krimpregio, met veel vergrijzing, een heel andere situatie dan in Randstedelijk Rotterdam. Rijksondersteuning moet bij de burgemeesteroproep dus niet worden verward met Rijksregie, luidt de boodschap, want lokaal maatwerk is een must. En daar zijn gemeenten, corporaties en het lokale maatschappelijke middenveld beter voor uitgerust dan een ministerie.

Dat maatwerk moet ook meer ruimte in wetgeving voor onorthodoxe maatregelen bieden. Marcouch: ‘Waar regelgeving en wetgeving een pragmatische aanpak in de weg staan, moeten we die barrières wegnemen. Sommige achterstanden zijn twintig jaar lang opgebouwd, dan moet je de mogelijkheid hebben om net anders te kunnen handelen om het op te lossen.’

Pastors noemt de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek als voorbeeld. In de volksmond heet deze niet geheel onomstreden wet de Rotterdamwet. Het is een juridisch instrument om woningen al dan niet toe te wijzen op basis van binding met een wijk. ‘In wijken waar je al veel mensen hebt die hulp nodig hebben, is het onverantwoord om nog meer kansarme mensen toe te laten. Daar wordt iedereen slechter van en je overbelast het ambtelijk apparaat.’

Geen directe regie vanuit het Rijk, minder rigide wetgeving en wel een bijdrage van een half miljard euro, gaat de nationale politiek daar in mee? ‘Ik draai hem graag om’, zegt burgemeester Wever. ‘We willen doorbreken dat we met losse projectjes aan grote problemen blijven trekken die eigenlijk een generatie lang hard werken vergen. Zonder minder rigide wet- en regelgeving krijg je dat niet voor elkaar.’

Pastors: ‘Wij laten zien dat het geld dat je erin stopt er dubbel en dwars uitkomt. Dus alleen daarom moeten we dit doen, los van het feit dat het een zaak van goed fatsoen is dat je mensen met minder kansen in dit welvarende land ook perspectief biedt.’

Marcouch: ‘Ik heb er persoonlijk veel aan gehad dat er in mijn jeugd aandacht was voor school en dat er rolmodellen waren. En je gevoel van eigenwaarde stijgt met in een goed huis wonen. In Amsterdam-Oost woonden we met zijn achten op 45 vierkante meter, de woonkamer werd ’s avonds een slaapkamer. Dat doet wat met je perspectief, en daar gaat dit over.’

Kamer reageert positief

Een dag voor de overhandiging noemde burgemeester Marcouch het belangrijk dat Den Haag met de burgemeesters een 'commitment aangaat.' Burgemeester Sybrand van Haersma Buma (Leeuwarden), die vanochtend de oproep prestenteerde aan de fractievoorzitters van de Tweede Kamer, kreeg dat 'commitment' nog niet, maar keerde tevreden huiswaarts: 'De Kamer reageerde positief. We hebben bij alle partijen begrip gezien voor de situatie waarin deze miljoen Nederlanders in onze gebieden zich bevinden. We gaan de overleggen nu voortzetten.' 

In de aanloop naar een nieuw kabinet en regeerakkoord is het tijdstip van het manifest goed getimed. Buma: 'De hoop is dat het nieuwe kabinet een Nationaal Herstelprogramma meeneemt in het regeerakkoord. Door te blijven praten kunnen we ervoor zorgen dat er meer nationale sturing komt.'

Burgemeesters en maatschappelijke partners
De oproep ‘Dicht de kloof’ is ondertekend door burgemeester Halsema (Amsterdam), burgemeester Marcouch (Arnhem), burgemeester Depla (Breda), burgemeester Van Zanen (Den Haag), burgemeester Jorritsma (Eindhoven), burgemeester Schuiling (Groningen), burgemeester Wever (Heerlen), burgemeester Buma (Leeuwarden), burgemeester Meijdam (Lelystad), burgemeester Backhuijs (Nieuwegein), burgemeester Aboutaleb (Rotterdam), burgemeester Lamers (Schiedam), burgemeester Weterings (Tilburg), burgemeester Dijksma (Utrecht), burgemeester Hamming (Zaanstad).

De oproep van de burgemeesters wordt gesteund door de maatschappelijke partijen: Aedes, MBO Raad, VO-raad, PO-Raad, VNO-NCW, Movisie, Sociaal Werk Nederland, OM, Nationale Politie, CEDRIS, MKB Nederland, VSNU, Maatschappelijke Alliantie, Jeugdzorg Nederland, NOC*NSF, Kraijcek Foundation, Cruijff Foundation, Jinc, UWV Werkbedrijf, Divosa.