Door: Team Stadszaken.nl

15 januari 2020 om 09:30


Foto:

Het nieuwe besturen

Stappen zetten naar realtime omgevingsbeleid


Steeds meer overheden gebruiken data voor het ontwikkelen en evalueren van hun beleid. Hoe ze aan geschikte, kwalitatief goede data moeten komen, is een uitdaging. Laat staan dat duidelijk is hoe ze deze data op een juiste manier kunnen gebruiken. De komst van de Omgevingswet in 2021 is een belangrijke katalysator om de omgang met data gestructureerd op te pakken. De provincie Zuid-Holland ontwikkelt daarom samen met Civity, een bedrijf dat zich bezighoudt met datalogistiek in de smart city, een handleiding bedoeld voor mensen die met beleidsvorming te maken hebben. 


Door Arjen Hof (Civity) en Katja Zweerus (Future City Foundation) 

De directe aanleiding is het omgevingsplan van de Provincie Zuid-Holland, waarin een groot aantal ambities zijn beschreven die moeten leiden tot een hogere kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het is belangrijk dat beleidsmedewerkers weten hoe ze data kunnen gebruiken bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van omgevingsbeleid. De handleiding bevat verschillende bouwstenen die elk ingaan op een aspect rondom de meetbaarheid, controleerbaarheid en monitoring van data. Zij beschrijft de onderdelen en stappen die samenhangen met een beter gebruik van data voor het realtime verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. De handleiding is een levend document en iedereen kan input en feedback geven.

Stap 1: meetbare data

Als voorbeeld nemen we één van de ambities van de provincie Zuid-Holland: ‘een klimaatbestendige delta’. Om de voortgang op het beleidsthema meetbaar te maken wordt de hoofdambitie opgesplitst in deelonderwerpen, zoals bodemdaling, hittestress en wateroverlast. Bij elk van deze deelonderwerpen wordt aangegeven welke databronnen beschikbaar zijn om het onderwerp meetbaar te maken.

Om ambities meetbaar te maken, zijn heldere indicatoren noodzakelijk. Kritieke prestatie-indicatoren, afgekort KPI’s, helpen om te beoordelen of een organisatie op koers ligt ten opzichte van haar ambities en doelstellingen. Om bruikbaar te zijn, moeten deze indicatoren tenminste onderstaande vragen duidelijk beantwoorden:             

Wat - De conditie, het gedrag of de karakteristiek die gemeten wordt.
Wie - Op wie richt de indicator zich?
Hoeveel - Formuleer de omvang van de verandering.
Waar - Op welk gebied heeft de indicator betrekking?
Wanneer - Op welke tijdsperiode heeft de indicator betrekking?

Als de ambities zijn uitgewerkt in thema’s, de bijbehorende databronnen inzichtelijk zijn en de indicatoren zijn benoemd, is een belangrijke basis gelegd voor meetbaar beleid.

Stap 2: controleerbare data

De inhoud, kwaliteit, relevantie of bruikbaarheid van data zijn op voorhand niet altijd duidelijk. Wanneer zijn de data voor het laatst ververst? Zijn de gegevens compleet? Wie is de eigenaar? Hoe zijn de gegevens verzameld en ontsloten? Zonder deze informatie over de informatie, de metadata, is de waarde van ervan moeilijk te controleren.

Een interne datacatalogus is een handig hulpmiddel voor organisaties om deze metadata te beschrijven en structureren. Een catalogus helpt bij het inzichtelijk maken van de informatieproducten (dashboards, visualisaties, kaarten) waarin databronnen zijn gebruikt, en de definities die worden gehanteerd. Het komt nog regelmatig voor dat organisaties verschillende definities hanteren voor een zelfde term in hun dataset. Wanneer die door elkaar gebruikt worden, kan dat tot verkeerde conclusies leiden.

Als de kwaliteit van de (meta)data op orde is, wordt de controleerbaarheid van indicatoren en maatregelen eenvoudiger. Waardering van datasets is een van de manieren om snel inzicht te geven in de kwaliteit. In het Digitaal Stelsel Omgevingswet wordt de kwaliteit van datasets bijvoorbeeld beoordeeld op een aantal kenmerken, de 3 B´s:

Aangezien in veel gevallen conclusies zullen worden getrokken op basis van een combinatie van databronnen, is het van belang dat duidelijk is welke individuele datasets zijn gebruikt in een model, simulatie of analyse. Kortom, het gehele proces moet controleerbaar zijn.

Provincie Zuid-Holland: realtime omgevingsbeleid
De provincie Zuid-Holland heeft inmiddels realtime omgevingsbeleid, ook wel datagesteund omgevingsbeleid genoemd. Ze wil de meetbaarheid, controleerbaarheid en monitoring van haar doelstellingen met betrekking tot de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren met behulp van data.
Een voorbeeld:
De gemeente Den Haag heeft de stap gezet naar een interne datacatalogus. Hierin zijn aanwezige bronnen, gebruikte definities en gelinkte producten inzichtelijk gemaakt. Ook is duidelijk wie de eigenaar van een bron is en wat de kwaliteit is. Om gebruikte data te kunnen controleren, kent de datacatalogus de mogelijkheid om aan te geven welke definitie gebruikt is bij een bepaald product. Deze datacatalogus is volledig gebaseerd op de open source software (via internet voor iedereen toegankelijke software).

Stap 3: evalueerbare data

De wereld staat niet stil. Voortdurend zullen nieuwe technologieën, datastromen en inzichten beschikbaar komen. Uitvoeringsmaatregelen zullen bijstelling behoeven om de ambities en doelstellingen te halen. Juist daarom is het belangrijk dat acties meetbaar, controleerbaar én evalueerbaar zijn. Een mooi voorbeeld is het Snuffelfiets-project in de provincie Utrecht. Met de inzet van burgers wordt met sensoren de luchtkwaliteit en fietsroutes in de provincie Utrecht in beeld gebracht. Alle ruwe data worden gevalideerd ten opzichte van het officiële meetnet van RIVM. Deze data zijn voor iedereen beschikbaar en helpen daarmee om maatregelen te toetsen en betere indicatoren te formuleren om beleidsambities te kunnen monitoren.

Dit artikel komt uit het boek ‘Een slimme stad, zo doe je dat – Verbonden, flexibel en betekenisvol; maak de echte future city’, geschreven door de Future City Foundation in samenwerking met 26 partners. Wilt u meer lezen? Klik hier om het boek (gratis) te bestellen.