De pilot van WikiHouse in Almere is afgerond. In de wijk aan de Stripmaker wonen inmiddels 27 ‘zelfbouwers’ in hun eigen WikiHouse. Deze houten huizen zijn door hen zelf ontworpen en gebouwd, zijn deels vrijstaand, duurzaam én betaalbaar.

Deze pilot werd gezien als ‘hardcore-test’ omdat de bewoners zelf het ontwerp, de financiering, bouw en afbouw regelden. De zelfbouwers zijn blij met hun woning, wel vraagt deze uitvoering om de nodige tijdsinvestering en begeleiding bij de afbouw.

De potentie van de WikiHouse-techniek is echter breder, en met het doel om op te schalen lanceren de initiatiefnemers, WikiHouseNL en Het Woningbouwatelier, daarom nu een informele marktuitvraag. 

Ze zijn op zoek naar een partij, of een consortium van partijen, die de verdere opschaling van WikiHouse op zich wil nemen. ‘De partij met het beste plan om op te schalen wint’, aldus Ivar Diekerhof, projectleider bij het Woningbouwatelier. 

Aanmelden voor deelname aan de uitvraag of meer informatie daarover kan bij Ivar Diekerhof: ivar@woningbouwatelier.nl

Woningcorporaties of wooncoöperaties

‘Partijen met een commercieel belang zijn logische partijen om in te schrijven’, schrijven de initiatiefnemers in de uitvraag. ‘Denk aan (C)PO begeleiders, bouwbegeleiders, bouwers, houtbewerkers/CNC frezers, materiaalleveranciers, etc. of – nog mooier - een consortium van dit soort partijen.’

De bouwtechniek van WikiHouse is naast particuliere zelfbouw ook beschikbaar voor woningcorporaties of bijvoorbeeld wooncoöperaties, benadrukt Diekerhof. ‘Er zijn verschillende aanpakken mogelijk. Partijen kunnen vraaggericht een uniek huis bouwen, maar ze kunnen ook een standaard WikiHouse-ontwerp gebruiken om daarna meteen te gaan bouwen.’

Kant-en-klare ontwerpen van standaard WikiHouses kunnen gratis worden gedownload en na productie in elkaar worden gezet. Dat kan geheel zelf, met sociale kringen, of met hulp van een timmerman. Ook de ontwerpen van eerder gerealiseerde WikiHouses zijn online beschikbaar en kunnen gratis worden gedownload en gebruikt.

Projectenportefeuille van 300 woningen

Verschillende partijen in Nederland hebben al laten weten aan de slag te willen gaan met WikiHouse. Het totaal van potentiële projecten bedraagt zo'n 300 woningen, en zijn verzameld in de projectenportefeuille, ook wel de ‘goodwill portefeuille’ genoemd.

Dit zijn partijen zoals gemeenten, corporaties en particulieren, die graag aan de slag willen met deze innovatieve bouwmethode. Bij sommige partijen gaat het enkel om een ambitie die nog concreet moet worden gemaakt. Bij anderen is bijvoorbeeld al grond gereserveerd en is dit vastgelegd in een master- en/of bestemmingsplan.

Ben je geïnteresseerd om aanwezig te zijn bij het event ter gelegenheid van de oplevering van Wikihouse op de Stripmaker in Almere, op 20 september aanstaande van 15-18 uur? Stuur een mailtje naar ivar@woningbouwatelier.nl. Er is een beperkt aantal plekken beschikbaar. Geef in je aanmelding aan welke organisatie je vertegenwoordigt en waarom je interesse hebt om deel te nemen. De organisatie deelt de plekken toe.

De winnaar van de uitvraag wordt begin september bekend gemaakt. Dat wordt gevierd op een veelzijdige manier: op een speciaal opleveringsfeest op 20 september kijken de zelfbouwers en geïnteresseerde partijen terug op de pilot. Zowel de lessen, kansen als ook de verdere opschaling komen aan bod. Daarna dragen de initiatiefnemers de orderportefeuille symbolisch over aan de winnaar.

In het uitvraagdocument staat een planning van de 'als haalbaar geschatte’ opschaling van WikiHouse. Deze is gebaseerd op de huidige projectenportefeuille en een inschatting van de markt in de (directe) toekomst. De initiatiefnemers gaan uit van 90 WikiHouses in 2025, 250 WikiHouses in 2027 en mogelijk 1000 WikiHouses per jaar vanaf 2030.

Hoge duurzaamheid

WikiHouse is een bouwtechniek waarbij woningen via een toegankelijke open source-bibliotheek worden ontworpen. Een freesmachine zaagt het houten plaatmateriaal (18mm multiplex) tot handzame lichtgewicht onderdelen uit. Bewoners of bouwpartijen zetten de woningen zelf in elkaar. Dit maakt het concept anders dan andere bouwmethoden.

In het geval van zelfbouw vraagt het om de nodige begeleiding en tijdsinvestering, maar dat leidt dan ook tot betaalbare woningen. In Almere lagen de v.o.n.-prijzen tussen de 170.000 en 340.000 euro. Hoe meer de bouwers zelf doen, hoe lager de prijs.

WikiHouses zijn daarbij behoorlijk duurzaam. De woningen zijn – afhankelijk van afwerking – minimaal energieneutraal en het casco-materiaal hout heeft een negatieve CO?-footprint. Het materiaalgebruik is efficiënt gefreesd en door de handzame onderdelen zijn geen grote machines nodig. Stikstof is geen probleem: de WikiHouses op de Stripmaker zijn naast het Natura 2000-gebied de Oostvaardersplassen gebouwd.

Afhankelijk van de eindgebruiker kan het WikiHouse-skelet verder worden geïsoleerd en afgewerkt met biobased materialen. De woningen op de Stripmaker Almere, die niet volledig biobased zijn, slaan zo’n 17 ton per woning aan CO? op. Ook zijn WikiHouses volledig demontabel.

De ontwikkeling van het WikiHouse-systeem in de pilot op De Stripmaker is naast Het Woningbouwatelier ook georganiseerd vanuit het programma Almere 2.0. Via dit programma investeren de gemeente Almere, provincie Flevoland en het Rijk in de kwaliteiten van Almere.

Zo zet het programma onder meer in op de lijn ‘Vernieuwend Wonen’, om innovatie in de hele woningbouwketen te stimuleren. Het Woningbouwatelier is opgericht om nieuwe woonexperimenten aan te jagen. Het haalt vernieuwende ideeën en concepten van papier en past ze toe in Almere. Dat levert inzichten op die toepasbaar zijn in de stad, de regio en elders in Nederland.