Net als de Nederlandse overheid zet de Vlaamse overheid in op het beter benutten van bestaande bedrijvenlocaties, in plaats van het aansnijden van nieuwe ruimte. In combinatie met een flinke vraag naar nieuwe ruimte voor wonen en economische activiteiten, lijkt herontwikkeling van bestaande bedrijvenlocaties een no brainer.

Uit een recente inventarisatie onder logistieke vastgoedontwikkelaars in Nederland door Buck Consultants International (BCI), blijkt dat die bij herontwikkeling tegen tal van obstakels oplopen.

Een belangrijkste bezwaar is tijd: herontwikkeling duurde volgens de respondenten gemiddeld 3 tot 18 maanden langer dan een greenfield-variant, onder meer door aankoop kavels, sloop, sanering maar ook stroperigheid bij het verkrijgen van bestemmingswijziging en vergunningen.

Brownfielddecreet, brownfieldconvenanten

Ook in Vlaanderen is herontwikkeling niet eenvoudig, zeker niet als lucratieve lofts langs voormalige industriekanalen aan de flanken van de stad niet langer als enige op het menu mogen staan. Waar aanvankelijk de nadruk lag op transformatie van oude fabriekslocaties naar wonen, sturen steeds meer Vlaamse gemeenten aan op transformatie van werk naar werk.

Anders dan in Nederland voorzag de Vlaamse overheid 15 jaar geleden al wel in een wettelijk regeling voor herontwikkeling van verwaarloosde, verontreinigde of onderbenutte ‘sites’, zoals ze op z’n Vlaams heten. En het ontwikkelpotentieel is groot. Vlaanderen telt honderden zogenaamde ‘brownfields’ die wachten op herontwikkeling. 

Het ‘Brownfielddecreet’ bood de wettelijke grondslag voor de totstandkoming van inmiddels 140 ‘brownfieldconvenanten’. Coördinatie ligt bij VLAIO, de Vlaamse equivalent van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). 

Afgelopen vrijdag vierde VLAIO het 15-jarig jubileum van de brownfieldconvenanten met een symposium in de voormalige conservenfabriek Marie Thumas in Leuven, zelf een gelegen in een brownfield.

Brownfields in herontwikkeling in Vlaanderen. Bron: VLAIO

 

Voorwaarde: 70 procent grondbeslag

Voorwaarde om de status van ‘brownfield’ te krijgen is dat een gebied verwaarloosd, verontreinigd of onderbenut moet zijn. Het brownfieldconvenant zelf is een PPS-contract tussen de Vlaamse overheid, een lokale overheid en vastgoedontwikkelaars en/of grond- of vastgoedeigenaren. 

Het eigendom van deze grond- of vastgoedeigenaren moet minstens 70 procent van de grondoppervlakte van een gebied beslaan. 

Onderdeel van de samenwerking is dat dat de VLAIO als uitvoerinstantie van de Vlaamse overheid álle relevante disciplines in stuurgroep bijeenbrengt om procedures voor herontwikkeling te versnellen. Daarnaast gelden er fiscale voordelen, zoals vrijstelling op overdrachtsbelasting. Daardoor pakt de herontwikkeling veel efficiënter en praktischer uit.

Er zijn 34 projecten gerealiseerd, goed voor 220 hectare herontwikkelde bedrijvenlocaties. Zo'n 1440 hectare aan brownfieldprojecten is nog in ontwikkeling. 

Voorbeelden van brownfieldprojecten zijn Ford Genk, Blue Gate Antwerpen, Eiland Zwijnaarde, Veurne Suikerfabriek, de CAT-site in Vilvoorde en herontwikkeling van de Campinavestiging in Sleidinge tot bedrijvenpark De Melkerij. 

Lees ook: Verweefcoaches maken van Vlaamse steden weer echte steden