De zeven principes hebben als doel om bouwbedrijven, en andere partijen in de bouwketen die bezig zijn met de bodemgezondheid in een gebied, te inspireren.  

De principes moeten volgens Heijmans en WUR uitdagen om over alternatieve methoden of maatregelen na te denken die de bodem gezond houden of gezonder maken.  

‘Bij het werken aan de gebouwde omgeving ontkomen we niet aan graaf- en grondwerkzaamheden en andere verstoringen van de bodem’, zegt Hessel Woolderink, onderzoeker bij de WUR.

‘Daar waar we aan de slag gaan, willen we de omgeving beter achterlaten dan hoe we haar aantroffen. Dat geldt ook voor de bodem. Dit doen we door schade te vóórkomen, -minimaliseren, -herstellen, -verbeteren.’

Dit zijn de zeven richtlijnen:

  1. Bodemonderzoek
    Een eerste stap is het in kaart brengen van de gezondheid van de ondergrond. Voorafgaand aan (steden)bouwkundige plannen en werkzaamheden is het belangrijk om de fysische, chemische en biologische eigenschappen van de bodem in beeld te brengen.

    ‘Hoe zit de waterhuishouding in elkaar? Ga na hoe diep het grondwater zit en hoe de grondwaterspiegel beweegt door het jaar heen’, schrijven de onderzoekers.
     
  2. Beperk verstoringen
    Om de bodemkwaliteit te beschermen, wordt geadviseerd graafwerkzaamheden en omzettingen van het bodemprofiel te minimaliseren. Bestaande bomen en beplanting moet zoveel mogelijk worden behouden, om ecosystemen later sneller te laten herstellen.

    ‘Indien verstoring noodzakelijk is, zorg voor duurzame sanering van de bodem waar nodig.’
     
  3. Beperk bodembelasting
    De inzet en de spreiding van zo licht mogelijke machines voor werkzaamheden helpt om de bodem niet onnodig aan te drukken. Er kan gedacht worden aan het optimaliseren van bewegingen over het te ontwikkelen terrein, aldus de onderzoekers.
     
  4. Gezonde bodemstructuur
    Een gezonde bodem heeft voldoende organische voedingsstoffen. Ondersteun en bescherm het bodemleven, zeggen de onderzoekers. Een bodem heeft voldoende porositeit en een ‘kruimelige structuur’ nodig.

    Waar de bodem is bewerkt, moet de grond dus worden getoetst en waar nodig versterkt.
     
  5. Externe bedreigingen
    ‘Zorg dat regenwater en zuurstof in de bodem kunnen komen door zo min mogelijk te verharden’, schrijven de onderzoekers. Zij adviseren regentuinen en geperforeerde baksteen om regenwater op te vangen en te infiltreren, wat verdroging en erosie tegengaat.

    Een ander advies luidt om braakliggende grond altijd begroeid te laten, zo spoelt grond niet weg en droogt het ook niet uit. De ondergrond kan ook in kwaliteit verslechteren door verzilting, overbemesting en verontreiniging.

    Het gebruik van (chemische) bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt daarom ook afgeraden.
     
  6. Vergroot de biodiversiteit en maak het bodemecosysteem sterker
    Voor een zo gezond mogelijke biodiversiteit wordt het beplanten van inheemse en gevarieerde vegetatie juist wél aangeraden.

    ‘Maak gradiënten in hoogte, zoninstraling, waterbeschikbaarheid en voedselrijkdom in de (openbare) groene ruimte’.

    Onderzoekers hameren ook in deze richtlijnen om zoveel mogelijk van de bestaande bodem te behouden. Uitgegraven grond van voldoende kwaliteit kan waar mogelijk opnieuw worden gebruikt in het projectgebied. Anders wordt duurzaam saneren aangeraden.

    Nieuw groen ingerichte ruimte kan het beste worden verbonden met het buitengebied, zodat insecten en andere soorten het nieuwe groen makkelijk kunnen vinden.
     
  7. Organisatie en expertise
    Ter ondersteuning van de eerdere richtlijnen pleit de WUR voor meer bodembewustzijn bij actieve bodemontwikkelaars, maar ook beleidsmakers, bewoners en gebruikers van de bodem.

    Bij voorkeur worden experts betrokken, zoals bodemdeskundigen, ecologen en landschapsarchitecten.

    Ook na gebiedsontwikkelingen moet de bodem worden gemonitord en bijgehouden. Implementeer daarbij bodemvriendelijk (maai)beheer en onderhoud, klinkt het laatste advies.

Een gezonde bodem draagt bij aan een goede waterbalans en klimaatregulering en vormt de voedingsbodem voor veerkrachtige parken, plantsoenen en voedsel.

Bij gebiedsontwikkelingen en herinrichtingen loopt de ondergrond het risico om aangedrukt te worden, zodat regenwater moeilijker filtreert, en wordt bodemleven verstoort of zelfs gereset.

De zeven maatregelen zijn voor de gehele bouwsector bruikbaar, zegt Jan Willem Burgmans, programmamanager biodiversiteit bij Heijmans. Ze zijn direct en zonder verdere toelichting te hanteren, voegt Woolderink, toe.