Daarnaast adviseert de AG de Hoge Raad in een bodemprocedure over de Didamzaak dat overheden de mogelijkheid moeten krijgen om van de Didamregels af te wijken als blijkt dat zij daar goede redenen voor hebben.   

Niet-naleving van die regels moet volgens de AG bovendien niet leiden tot ongeldigheid van de overeenkomst en overdracht.  

Het eerdere kort geding in deze zaak resulteerde in 2021 in het Didam-arrest. In dit arrest staan regels voor het geval de overheid een onroerende zaak wil verkopen. Het komt erop neer dat de overheid aan iedereen die belangstelling heeft, een gelijke kans moet geven om de zaak te kopen. 

In de Didamzaak gaat het concreet om de vraag of de gemeente Montferland een voormalig gemeentehuis in het dorp Didam mocht verkopen aan een projectontwikkelaar.  

Een andere ontwikkelaar kwam hiertegen in het verzet, die vond dat het door de gemeente werd buitengesloten. Dat vond hij niet eerlijk en daarom startte hij een procedure. 

De gemeente gaf als tegenargument dat het een goede reden had om de locatie aan de gekozen ontwikkelaar te verkopen. Zonder die verkoop zou de uitvoering van het ontwikkelingsplan van de gemeente Montferland voor het centrum van Didam niet uitvoerbaar zijn. 

In een bodemzaak oordeelde het hof dat de gemeente Montferland de het Europese gelijkheidsbeginsel in acht had moeten nemen. Dit betekent dat het volgens het hof niet van belang is dat de gemeente een goede reden had om de gemeentehuislocatie aan de ontwikkelaar te verkopen. De Didamregels zijn dus volgens het hof leidend in deze zaak.  

Volgens het hof heeft de protesterende ontwikkelaar het recht om de koopovereenkomst tussen de gemeente en de ontwikkelaar ongeldig te laten verklaren. Het hof heeft dit ook gedaan.  

Op 26 november 2021 bevestigde de Hoge Raad dat de gemeente bij een privaatrechtelijke overeenkomst als deze de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel, in acht moet nemen.

Montferland werd veroordeeld om alsnog te handelen volgens, wat is gaan heten, de Didamregels. 

De gemeente en de ontwikkelaar zijn beide in cassatie gegaan tegen het arrest van het hof.  

Zij bestrijden in hun cassatieklachten de oordelen van het hof. 

De AG oordeelt nu dat de cassatieklachten gegrond zijn en dat de uitspraak van het hof moet worden vernietigd. Als een redelijke en objectieve rechtvaardiging bestaat voor een verschil in behandeling, is dit volgens de AG niet strijdig met het gelijkheidsbeginsel.  

'Als de overheid bovendien een goede reden heeft om met een bepaalde gegadigde in zee te gaan, kan dat een redelijke en objectieve rechtvaardiging opleveren voor een verschil in behandeling ten opzichte van andere gegadigden', aldus de AG. 

Dit duidt erop dat aangenomen mag worden dat de Didamregels in dat geval niet gelden, ook al zegt de het Didamarrest dit niet met zoveel woorden. 

Dit betekent dat volgens de AG dat veel van de in het verleden door de overheid gesloten overeenkomsten niet in strijd zijn met de Didamregels. Dit komt omdat de overheid in het geval van het gemeentehuis in Didam een goede reden had om maar met een specifieke contractpartij een overeenkomst aan te gaan.  

Het hof had volgens de AG in dit geval dan ook moeten onderzoeken of de Montferland voor de verkoop aan de ontwikkelaar een goede reden had, zoals beide ook hebben aangevoerd. 

De AG stelt dat een overeenkomst niet ongeldig als in strijd met de Didamregels is gehandeld. De overheid kan vanwege de niet-naleving van die regels in beginsel uitsluitend aansprakelijk zijn voor veroorzaakte schade. Ook op dit punt is de beslissing van het hof daarom volgens hem onjuist. 

De AG adviseert de Hoge Raad in zijn arrest ook om te verduidelijken op welke handelingen en goederen van de overheid de Didamregels nog meer van toepassing zijn en op welke wijzen gelijke kansen kunnen worden geboden bij de toepassing van die regels. 

De uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 25 oktober 2024. 

De conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat advies al dan niet te volgen. 

De uitspraak van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat advies al dan niet te volgen. De advocaat-generaal maakt deel uit van het parket bij de Hoge Raad. Het parket is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het is geen onderdeel van het Openbaar Ministerie.