Onderstaand artikel stond eerder in het vakblad Groen, de mei-editie. Interesse in dit vakblad en wilt u een abonnement? Kijk hier voor meer informatie en het ontvangen van een proefexemplaar.

Het vergroenen, klimaatadaptief en biodivers inrichten van bestaande bedrijventerreinen staat nog altijd in de kinderschoenen, dat is een van de conclusies van Vanessa Zilvertand van Ontwikkelingsmaatschappij Limburg. Ook op bedrijventerrein Roerstreek, in de gemeente Roermond, kan nog veel gedaan worden. Met eigen parkmanagement is er regie, maar op het vlak van vergroenen werd nog niet intensief samengewerkt. 

Daar komt nu verandering in, is te zien op de bijeenkomst van de Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette (GGBE). Momenteel voert idverde, groenpartij en een van de bedrijven op Roerstreek, een haalbaarheidsstudie uit voor bedrijventerrein Roerstreek, vertelt Zilvertand. Ook hier in Roermond weten ze al langer dat groene, gezonde bedrijventerreinen de beste toekomst hebben. Hier willen werknemers werken, maar wel als werk gemaakt wordt van steeds voelbaardere thema’s als hittestress.

Ondernemers van Roerstreek zijn dan ook begonnen met het onderzoeken van hun eigen kansen en knelpunten, via de studie van idverde. Deze kansen en knelpunten worden onderverdeeld in de categorieën klimaatadaptatie, biodiversiteit en de leefbaarheid voor medewerkers op het bedrijventerrein. Zij zijn soms duidelijk zichtbaar, maar begeven zich ook ondergronds. Het planten van extra bomen voor schaduw en hittereductie is tenslotte een stuk minder realistisch als daarvoor ook nog eens essentiële bekabeling moet wijken. 


Extra bomen is een stuk minder realistisch als daarvoor bekabeling moet wijken

 

Nadat de kansen en knelpunten bekend zijn, start het nadenken over de mogelijke vergroeningsmaatregelen. Hierover buigen zich zowel de gemeente én de ondernemers op het bedrijventerrein. Zij zoeken naar quick wins ofwel laaghangend fruit, maar zeker ook naar grootschaligere en meer impactvolle maatregelen. Enkele impressies zijn al uitgewerkt om ondernemers op de estafettebijeenkomst een beeld te geven van dergelijke winsten. Het eindresultaat is een toolbox, waarin ondernemers kunnen ontdekken wat zij op de korte en lange termijn kunnen doen.

Verplichting

Ondernemers stimuleren begint vaak simpelweg met communiceren, een lijntje uitgooien, zegt Anne-Marie Bor van Stichting Adaptie Atelier. De stichting is het initiatief van de gemeenten Enschede, Roeselare, Harderwijk en Antwerpen, die eerder in een andere kerngroep met meerdere gemeenten bijeenkwamen. Wanneer sprake is van actieve communicatie tussen ondernemers en de gemeente, is het tijd voor financiële prikkels. Die zijn nodig, aldus Bor. Ook moeten ondernemers perspectief krijgen op welk termijn een vergroend, gezonder bedrijventerrein een verplichting wordt. 

‘Een goed voorbeeld is de gemeente Son en Breugel, die graag zag dat ondernemers op bedrijventerreinen het regenwater bij hun eigen panden afkoppelden. Zij lieten ondernemers weten: over 10 jaar is het verplicht, maar elk jaar dat je eerder bent afgekoppeld, krijg je een korting.’ Een deelnemer uit de zaal vult aan: internationale ondernemers, gevestigd op Nederlandse bedrijventerreinen, zijn in het bijzonder gevoeliger voor het communiceren over de combinatie tussen toekomstige verplichting en een “wortel” voor wie vooruitloopt.

‘Afkoppeling is over 10 jaar verplicht, maar voor elk jaar eerder krijg je een korting’

Het is desalniettemin lastig om ondernemers op privaat terrein te laten versnellen in het klimaatbestendig en natuurinclusief inrichten van hun werkplek. ‘In de Stichting Adaptie Atelier is en wordt gekeken naar financiële prikkels die gemeenten kunnen bieden aan ondernemers op bedrijventerreinen.’ Het vergroenen van Roerstreek wordt ondersteund door de gemeente, onder andere door middel van subsidie. Ook wordt nagedacht over het schenken van bomen. Een financiële prikkel kan net zo goed het aanbieden van een dienst zijn, klinkt op de bijeenkomst in Roermond, zoals het aanbieden van een tegeltaxi, waarmee weggehaalde verharding door de gemeente gratis kan worden opgehaald. 

Financiële sector

Ook de financiële sector stapt steeds vaker naar voren om bedrijventerreinen die transitie te laten doorlopen. Zij hebben immers een belang, want veel van hun klanten zijn ondernemers en een klimaatadaptief ingericht bedrijventerrein kan economisch ook veel opleveren. Wat kunnen banken, verzekeraars en pensioenfondsen bijdragen?

Ook Vylon Ooms, beleidsadviseur bij het Verbond van Verzekeraars, hamert erop dat goede communicatie dé sleutel is om ondernemers te laten verduurzamen en te vergroenen. ‘Het helpt enorm als ook verzekeraars hun klanten benaderen over wat zij kunnen bijdragen aan een leefbaardere werklocatie en dat zij hun boodschap verkondigen zij aan zij met die van de overheid.’ 

Ondernemers reageren minder sterk op klimaatrisico’s en toenemende effecten zoals hittestress. Ondanks de juist relatief hoge perceptie van klimaatrisico’s. Dit heeft veelal te maken met het vestigingsklimaat op en rondom een bedrijventerrein, dat elders lang duurt om opnieuw op te bouwen. Juist daarom, zegt Ooms, is het belangrijk voor financiële partijen om ondernemers erop te wijzen wat zij kunnen doen om dat vestigingsklimaat dan in ieder geval te beschermen.

In een schema, waarin een verdeling wordt gemaakt tussen nieuwbouw en bestaande bouw, laat Ooms een scala aan mogelijke ingrepen zien die naast biodiversiteit ook helpen om klimaatadaptiever te worden. Op bedrijventerreinen kan worden nagedacht over het kiezen van waterbestendige materialen, wadi’s of zelfs een lokale waterkering.

‘Overheden en verzekeraars kunnen in advies bijdragen, maar natuurlijk altijd wel in combinatie met financiële prikkels’, voegt Ooms toe. Vanuit gemeenten zijn vooral de subsidies van gemeenten, provincies en waterschappen bekend, maar wie kent de groenregeling (Regeling Groenprojecten), groene leges en de duurzame rioolheffing? Verzekeraars hebben ook veel financiële instrumenten tot hun beschikking om hun klanten gericht te ondersteunen in hun vergroeningsproces. Zo bestaan er heel wat kortingen, zoals de rente-, inkoop- en premiekortingen, kunnen verzekeraars gratis advies geven en zijn er groene obligaties.

Ooms hoopt dat in Nederland hard wordt doorgewerkt aan klimaatadaptatie en biodiversiteit voor het te laat is, maar hij is vooral hoopvol over klimaatadaptief herstel van locaties als bedrijventerreinen. ‘We zouden eigenlijk moeten borgen in wetgeving dat herstelwerkzaamheden klimaatadaptief gebeuren, zodat zoiets niet nog eens kan gebeuren.’

BIZ

Op de bijeenkomst in Roermond is een praktijkvoorbeeld in Eindhoven aangehaald, de stad waar de Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette de eerste bijeenkomst had. Hier wordt een steeds populairdere constructie gebruikt waarmee georganiseerde ondernemers op een bedrijventerrein slagvaardiger kunnen omgaan met biodiversiteits- en klimaatadaptieve ambities: de bedrijveninvesteringszone (BIZ).


'Met een BIZ kan een volgende stap gezet worden in de opgaven'

Op bedrijventerrein De Hurk werd zo’n BIZ in 2023 opgericht. Eric Duffhuis, parkmanager van het bedrijventerrein, chargeert wellicht een beetje als hij vertelt over de lange Brabantse historie van ‘elkaar opzoeken en elkaar iets gunnen via de bier- en borrelclub op het bedrijventerrein’, maar op De Hurk wordt met die constructie resultaat geboekt. Er wordt gestructureerd samengewerkt aan de transitie naar een aantrekkelijker bedrijventerrein in 2050. 

Met de BIZ kan volgens Duffhuis een volgende stap gezet worden in de opgaven, een professionaliseringsslag, doordat een grote groep ondernemers consensus bereikt over de koers die zij willen varen op groene thema’s. ‘We borgen en bouwen uit wat er al is, maar met de BIZ komt er een focus op gezamenlijke, lange- en kortetermijndoelen. We zijn nu een sterke gesprekspartner voor de politiek, omliggende gebieden en externe organisaties.’

Er is veel draagvlak voor de samenwerking. Meer dan de helft van de WOZ-waarde op De Hurk zit aan tafel bij netwerksessies en sessies voor kennisdeling. Het draagvlak voor klimaatadaptieve maatregelen kan ook worden verklaard door de wettelijke draagvlakeisen die zijn opgesteld. Een nieuwe maatregel ziet enkel het licht als minimaal 50 procent van ‘bijdrageverplichtingen’ een stem uitbrengt, minstens twee derde stemt voor en tot slot moet de opgetelde waarde van WOZ-objecten van voorstemmers hoger zijn dan die van de tegenstemmers.

De BIZ lijkt dus de ideale manier om ondernemers te organiseren, al waarschuwt Duffhuis ervoor dat er veel bij komt kijken. ‘Niet overal landt de BIZ, daar moet wel echt samenhang en ambitie voor zijn. Op Eindhoven Airport heb ik laatst nog geadviseerd om het toch niet te doen.'