Volgens een afspraak met minister De Jonge moeten woningcorporaties tot 2030 een kwart miljoen sociale huurwoningen en 50.000 middenhuurwoningen bouwen. Maar corporaties stuiten bij het maken van deze plannen op belemmeringen in de financiering, zegt corporatiekoepel Aedes.

Die wijst erop dat corporaties voor middenhuur geen gebruik mogen maken van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw: een onderlinge garantiesysteem voor sociale huurwoningen (WSW-borging).

Met WSW-borging kunnen corporaties meer en goedkopere leningen bij banken afsluiten en daarmee flink meer nieuwbouwwoningen financieren met dezelfde middelen. Daarvoor is geen subsidie of huurverhoging nodig.

Binnen de huidige regels kunnen corporaties maar de helft (26.000) van de afgesproken 50.000 woningen financieren, berekende het onafhankelijke adviesbureau Ortec Finance. Met WSW-borging kunnen ze met hetzelfde geld maar liefst 67.000 woningen realiseren.

‘Daarnaast zijn er nog steeds strikte regels over de scheiding van het vermogen van corporaties die de financiering van middenhuur tegenwerkt.’

Oproep nieuw regeerakkoord 

Aedes roept de formerende partijen op om in het nieuwe regeerakkoord het gebruik van het onderlinge waarborgstelsel van woningcorporaties ook voor middenhuur mogelijk te maken.

Ook op Europees niveau dient volgens Aedes verduidelijkt te worden dat de inzet van geborgde leningen voor midden huurwoningen mogelijk is. ‘Minister de Jonge ziet hier ook het belang van in en zet zich in voor meer ruimte in de Europese staatssteunregels’, aldus Aedes.

Verdienmodel onder druk 

In een recent interview aan Stadszaken pleitte voorzitter Martin van Rijn ook voor de mogelijkheid van geborgde leningen voor middenhuur. Volgens hem staat het verdienmodel van corporaties onder druk. Tenzij de overheid de sector tegemoetkomt, te beginnen met de fiscale behandeling van corporaties.

‘We zuchten onder de vennootschapsbelasting. Dat betekent dat corporaties die geen aandeelhouders of winstoogmerk hebben, wel winstbelasting betalen. Terwijl je die middelen juist nodig hebt', betoogde Van Rijn.

Volgens Van Rijn hebben juist commerciële partijen afgelopen decennium gefaald nieuwe middenhuurwoningen te bouwen die betaalbaar zijn voor mensen met sleutelberoepen, zoals de spreekwoordelijke politieagent, onderwijzer en verpleegkundige. Die verdienen te veel voor een sociale huurwoning en vaak te weinig voor een koophuis.

Dit terwijl juist die commerciële beleggers vijftien jaar geleden met succes lobbyden voor een gelijk speelveld tussen de private aanbieders en corporaties. Sindsdien mochten corporaties uitsluitend nog sociale huurwoningen bouwen, verhuren en beheren.