Door Joren Bassant en Susanne Konings

Een manier om extra meters te maken is via vernieuwende woonoplossingen, aldus Anneloes Blankendaal van Platform31, vandaag op het Wooncongres van Platform31 en de TU Delft.

‘Denk aan modulair of flex.’ Eén eerste suggestie die ze deed was het doorlezen van de Wegwijzer Flexwonen, dat Platform31 maakte met onder meer VNG, Aedes en het Ministerie van BZK. 

Daar voegde ze aan toe dat bij flexwonen het concreet maken van de tweede exploitatietermijn, om daarmee een haalbare businesscase te garanderen, de volgende stap is.  

Ook deed Blankendaal verschillende suggesties om flexwonen, transformatie of woningdelen sneller van de grond te krijgen. ‘De basis voor vernieuwende bouwvormen is een goede samenwerking tussen verschillende partijen', klonk het in de plenaire zaal. ‘Daarbij moeten de deelnemende partijen lef tonen en risico nemen.’

Voor transformatie van bestaande bouw moet vooral financiële haalbaarheid en kennisdeling verbeterd worden, stelde Blankendaal. ‘Denk aan vormen van voorfinanciering, leningen of bestaande financiële regelingen voor transformatieprojecten. Voor het overwinnen van financiële en andere hobbels is al veel informatie beschikbaar, maar dat moet beter gedeeld worden', aldus de onderzoeker.  

Wetten nodig

Marja Appelman, directeur woningbouw bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, is optimistisch over de bouwopgave: ‘Als iedereen z’n rol pakt, gaan de 981.000 woningen lukken’, zegt ze, gevolgd door een goedkeurend applaus.

Daarvoor moeten volgens haar wel de Wet versterking regie volkshuisvesting en Wet betaalbare huur van minister De Jonge worden aangenomen. ‘Vooral die laatste biedt veel meer zekerheid voor ontwikkelaars', aldus Appelman.

Ook hamerde ze op het belang van samenwerking en sprak ze haar lof uit voor de Uitvoeringsagenda, die een groep van twaalf partijen uit de woonsector vorige maand tekende. ‘De bal ligt nu ook bij de formerende partijen: neem de regie, steun met structurele middelen en breidt de ambtelijke capaciteit uit', klonk de boodschap van de directeur.

Ambtelijke kwaliteit delen

Een meer concrete lijst aan actiepunten kwam van woningbouwdeskundige Peter Boelhouwer. Hij begon vooral met een duidelijke status quo. ‘De bouwopgave bedraagt gemiddeld al 115.000 woningen per jaar, en ook dit jaar gaan de bouwaantallen tegenvallen. Daarbij zijn we sterk afhankelijk van het buitenlandse migratiesaldo.’

Hoe we dat oplossen? Boelhouwer doet een poging met een lijst aan actiepunten: ‘We hebben een monitoringsysteem voor de bouw-output nodig, betere publiek-private samenwerkingen, continuïteit in de bouwproductie en een bindende bouwplicht in de vorm van tenders.’

Vanwege het tekort is het belangrijk dat ambtelijke capaciteit onder gemeenten gedeeld wordt. Verder blijft de overheid volgens Boelhouwer verantwoordelijk voor opgave. ‘De overheid moet wel voldoende financiële middelen beschikbaar stellen', zegt Boelhouwer. 

Hij noemde een bedrag van 3 tot 5 miljard euro jaarlijks. Dat is ook het bedrag dat de twaalf partners van de Woontop in februari al noemden. 

'Stel realistische ambities en houd het simpel', benadrukt Boelhouwer verder. 'Werk volgens het bouwbesluit en bouw geen hogere kwaliteit dan nodig. Als het goed gaat, kunnen we altijd nog kwaliteit aan woningen toevoegen.’

Scheve verhoudingen door klimaatverandering

Een andere invalshoek kwam van Sander Burgers, econoom Nederlandse woningmarkt bij ING. De bank deed onderzoek naar de impact van klimaatverandering op de woningmarkt, en waarschuwt voor de veelzijdigheid aan uitdagingen die eraan komen.

Onlangs behaalde de bank het nieuws, toen ze samen met ABN Amro en de Rabobank een rapport publiceerden waarin ze pleiten voor de invoering van een klimaatlabel, dat de verwachte risico's voor woningen in beeld brengt.

In de kern waarschuwt de bank voor een opeenstapeling van risico's: beschadiging aan de fundering, overstroming, achterstallige verduurzaming, en dat gepaard met financiële kwetsbaarheid. 'Hoogstwaarschijnlijk gaat dit leiden tot een scheve verdeling van kosten', aldus Burgers over de ongelijke risico's door het land.

Om de verduurzaming van woningen te versnellen doet Burgers de volgende suggesties. ‘Wij geven de voorkeur aan normeren boven beprijzen, om zo rekening te houden met de verschillen in financiële draagkracht. Elke wijk kent andere risico's en een verschillende sociaaleconomische positie.’