In de fascinerende serie ‘Niemand die het ziet’ die nu op Npo te zien is, wordt er maar weinig gebeld en gevideocalled. Belangrijke zaken worden een-op-een besproken. Ook als de journalist daarvoor naar Israël of de Verenigde Staten moet. Dat levert natuurlijk mooie televisie op, maar dat is niet het hele verhaal. Bij de veiligheidsdiensten weten ze namelijk allang dat de online wereld niet te vertrouwen is.

De rest van de wereld moet er de komende tijd snel aan wennen. In Nieuwsuur vertelde Marietje Schaake, directeur technologiebeleid aan de Stanford-universiteit, in een bijzin hoe gemakkelijk het is om iemands stem te klonen. En iedereen kent ondertussen de deepfake filmpjes van bekende mensen. 

De technologie staat voor niets, wordt nog veel beter en dat is spannend. Want hoe weet je dan nog of degene met je wie je denkt dat je belt ook daadwerkelijk die persoon is? Door bij elk telefoongesprek tweetrapsverificatie in te voeren? Of door minder te bellen? Allebei denk ik. 

 

Er breken gouden tijden aan voor de verkopers van beveiligde telefoons. En voor de stad. Want de waarde van de echte ontmoeting stijgt. Immers, als alles in de online wereld te neppen is, wordt de fysieke wereld waardevoller. 

Als ik naar het theater ga of naar het voetbalstadion, dan weet ik zeker dat die beleving echt is. Online is dat maar afwachten. Bij gesprekken geldt hetzelfde. Hoe realistisch iets er ook klinkt, het kan zomaar nep zijn. We moeten ons daarom aanleren dat we voor echt belangrijke zaken een fysieke afspraak maken. 

Die fysieke afspraken vinden plaats waar ze altijd al plaatsvonden. In cafés, op stations, in parken en bij mensen thuis. En zo zorgt kunstmatige intelligentie voor een opleving van de echte ontmoeting. En voor de echte stad.