'Het gaat nu veel meer over ethiek en maatschappelijke opgaven'. Foto: Jan van der Wolf / iStock.com

De slimme stad is uit de pilotfase

Techniek is niet de grootste uitdaging bij de digitalisering van steden, bleek vorige week bij de Slimme Stad Parade in Den Bosch. Er is vooral behoefte aan verbinding en overkoepelende kaders. De ministeries van IenW en BZK willen die taak vervullen en beloven de ‘boswachter’ van de slimme stad te zijn.

Sensoren op fietsen ‘snuffelen’ in meerdere provincies de luchtkwaliteit. Camera’s en modellen leiden grote groepen mensen in goede banen. Slimme geluidskastjes en lampen detecteren en sussen ruzies in uitgaansgebieden. Slimme vuilniswagens scannen de straten op afval en kiezen zo hun route... 

Ook maken overheden slimmer mobiliteitsbeleid door analyses van werknemersgegevens van grote bedrijven. Stikstofmodellen en -­dashboards ondersteunen politici bij lastige beleidskeuzes. Thermografische camera’s op auto’s speuren naar verduurzamingskansen. En studenten ontwerpen nieuwe woonwijken in computerspel Minecraft. 

Deze en meer projecten werden gepresenteerd bij de Slimme Stad Parade. Tijdens deze bijeenkomst voor ambtenaren en leveranciers bleek dat zoveel smarts gebeurt, dat het lastig is om het overzicht te bewaren. Het was de aanleiding voor city deals ‘Slim Maatwerk’ en ‘Een slimme stad zo doe je dat’ en de Future City Foundation om de parade te organiseren.  

‘We zetten op een rij wat gebeurt, want door de bomen zie je het bos soms niet meer’, zei dagvoorzitter Jan-Willem Wesselink. Hij is ook projectmanager bij beide city deals. Vijfendertig bedrijven en overheden uit Vlaanderen en Nederland presenteerden hun initiatieven, hun ‘bomen’. 

Daarbij lag de nadruk expliciet niet op de technologie. Die moet namelijk dienstbaar zijn, vindt Wesselink, zodat digitalisering daadwerkelijk bijdraagt aan maatschappelijke doelen als duurzaamheid en democratisering.  

Het is een omslag ten opzichte van hoe de ‘smart city’ ooit kwam overwaaien vanuit de Noord-Amerika, waar techbedrijven als Google het voortouw namen. ‘Het gaat nu veel meer over ethiek en maatschappelijke opgaven’, zei Farida Polsbroek, als dealmaker vanuit het BZK-programma Agenda Stad, betrokken bij de city deals. 

Samenwerking op kleine schaal 

Opschaling is een rode draad door de parade. Want zonder schaal gaat de maatschappelijke belofte van de slimme stad verloren. Nederland is een land van pilots, en veelbelovende initiatieven stranden vaak in de opstartende fase, klonk het. ‘We moeten het wiel niet steeds opnieuw uitvinden’, kwam in verschillende varianten wel tien keer voorbij bij het evenement. 

Om dat te voorkomen, zoeken de gepresenteerde initiatieven steevast meer samenwerking en verbinding met andere. Daar slagen ze nog niet altijd in. De projecten die wel al verbinden, doen dat veelal nog op kleine schaal. 

Neem de Smart Innovation Factory, een project in de Vlaamse regio Rivierenland. ‘Lokale overheden zoeken slimme oplossingen voor moeilijke problemen. Maar die slimme oplossingen zijn duur en risicovol, en overheidsmiddelen zijn schaars’, zei Mieke van Cauwenberghe van de Belgische gemeente Mechelen. 

‘Wij willen het innovatieproces dus omdraaien, en leggen datavraagstukken bij overheid én markt.’ De ‘fabriek’ leverde onder meer een testomgeving voor de impact van heftige weersomstandigheden. Zowel overheden als verzekeraars zien het nut daarvan in. 

Behoefte aan meer samenwerking is er ook bij Snuffelfiets, waarbij fietsen de luchtkwaliteit meten. ‘Snuffelfiets is inmiddels redelijk bekend en er is veel interesse’, zei Roelof Schram, managing director bij ICT-bedrijf Civity. ‘Nu is het zaak om met een consortium samenhang te creëren en dubbel werk te voorkomen. Zodat heel Nederland, en misschien ook wel België, er wat aan heeft.’ 

Een laatste samenwerkingsvoorbeeld is Urban Sense, een dataplatform voor de Vlaamse steden Brugge, Leuven en Roeselare. Dat resulteerde in bijvoorbeeld monitoring van bezoekersstromen in Brugge op om de economie te sterken en geluidssensoren die nachtlawaai meten en automatisch verlichting aansturen. Dat laatste zorgde voor 40 procent minder geluidsoverlast.  

‘Maar we zijn met maar drie steden, dus datastandaarden zouden handig zijn’, aldus Ken Casier van het platform. 

Datastandaarden 

Die datastandaarden zijn uiteindelijk de heilige opschaalgraal. Die moeten de bredere samenwerking tussen alle slimme boompjes mogelijk maken. De verschillende initiatieven moeten met elkaar kunnen ‘praten’, zodat de bomen daadwerkelijk een bos kunnen vormen, een ecosysteem. Daarbij gaat het niet alleen om hoe de data zelf in elkaar steken, maar ook over het beheer en bijvoorbeeld eigendomsvraagstukken. 

Er blijkt op dit vlak nog een hoop te winnen. Overheidsinitiatieven als de city deals en themagroepen van de G40 en het IPO deden eerste aanzetten en inventariseerden tools voor de slimme stad. Met het Open Urban Platform werd in de deal ‘Slimme stad, zo doe je dat’ een poging gedaan tot afspraken over transparante en eenduidige dataverzameling, maar dat leverde geen definitieve kaders op. Die opstellen bleek ‘te ingewikkeld’, zei Daniel de Klein van de gemeente Helmond.  

Het Rijk buigt zich nu over de opgave. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken stonden samen met de provincies, G40- en G4-gemeenten, het bedrijfsleven en kennisinstituten aan de wieg van het Dutch Metropolitan Innovations-ecosysteem (DMI).  

Dat moet de komende vijf jaar bijdragen aan mobiliteitsvernieuwing en slimme, duurzame verstedelijking, waarbij standaardisering en kaders opstellen centraal staan. Zo moet het ecosysteem de boswachter van de slimme stad worden. In februari werd bekend dat het project 85 miljoen euro krijgt uit het Nationaal Groeifonds.  

‘Het laaghangend fruit is op. Voor de moderne slimme opgaven zijn steeds meer databronnen nodig, maar die zijn nu nog niet uniform. Dat moet wel zo worden’, vatte Annemarie Boereboom de missie samen. Zij is CCO bij WeCity en één van de partners binnen het ecosysteem. 

‘Met het DMI laten we data beter aansluiten bij alle grote transities waar Nederland voor staat. Die opgave is te groot voor één partij.’ 

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen