Advertentie
Twee oplaadbare auto's op de Herengracht in Amsterdam. Foto: Brbbl / Wikimedia
Twee oplaadbare auto's op de Herengracht in Amsterdam. Foto: Brbbl / Wikimedia

Opinie: De nieuwe auto vraagt om een nieuwe ruimtelijke ordening

In Noorwegen is 80 procent van de nieuw-verkochte auto’s elektrisch. Dat is extreem hoog, maar in Nederland is het aandeel elektrische auto’s ook al bijna een kwart. Terwijl het een paar jaar geleden nog maar 3 procent was. Als al die elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, raken we echt op streek met de energietransitie in Nederland.

Door Wim Derksen, politicoloog. Dit artikel verscheen eerder op zijn site.

 Ik weet niet of we op tijd zullen zijn om het klimaat nog enigszins te redden, maar dit soort cijfers zijn echt hoopgevend. Zeker als we bedenken dat vanaf 2030 in Nederland geen nieuwe auto’s meer mogen verkocht die niet duurzaam zijn. En zeker als we bedenken dat over een paar jaar accu’s worden gemaakt die auto’s een bereik geven van 1000 km.

De nieuwe auto vraagt om een nieuwe ruimtelijke ordening. En dat betekent een enorme omslag in denken. Laat ik maar eerlijk zeggen: in de wereld van de ruimtelijke ordening proef ik weinig liefde voor de auto. En is de liefde voor het openbaar vervoer juist vaak torenhoog. Ja, dit is in strijd met het gegeven dat de meeste mensen veel liever in hun auto zitten dan in een trein die vandaag helaas niet rijdt. Maar de mensen van de ruimtelijke ordening, de planologen hadden wel een punt: samen in een trein rijden is nu eenmaal veel duurzamer dan alleen in een auto zitten. Maar dat argument vervalt als we CO2-vrij in een auto kunnen rijden. 

Dat moet gevolgen hebben voor de ruimtelijke ordening. Bij ruimtelijke ordening moet het altijd om de toekomst gaan. Hoe moeten we onze steden en ons land inrichten zodat we optimaal op de toekomst zijn voorbereid? En dan kan je niet om auto’s heen die echt duurzaam zijn. Dat verandert het debat. Bij de vraag of we steden moeten verdichten of moeten uitbreiden, spelen verschillende argumenten. Maar één van de belangrijkste is toch vaak dat inbreiden leidt tot mobiliteit. Door steden te verdichten kunnen we de mobiliteit tegengaan! Maar wat is er tegen mobiliteit als we ons geheel op de zon en de wind voortbewegen? 

Ja ik weet het: er zijn meer argumenten om niet uit te breiden. De open ruimte wordt aangetast. De natuur wordt misschien aangetast. Maar is die open ruimte aan de rand van de steden altijd werkelijk zo interessant dat dat argument doorslaggevend is? Rondom de steden ligt bijna geen natuur, en we weten inmiddels allemaal dat de biodiversiteit in de steden vaak groter is dan in de akkers die door het raaigras (en vooral door de boeren) worden verstikt. We weten ook dat de meeste mensen graag wat ruimte om hun huis hebben. We weten ook dat het klimaat vraagt om meer groen in de steden. Dat bereik je niet door in te breiden, maar juist door uit te breiden. Wat let ons al met al om burgers lekker in het groen te laten wonen, in plaats van op 20 hoog? 

De auto van de toekomst kan ook nog op een andere manier de ruimtelijke inrichting beïnvloeden. Als de auto’s elektrisch en duurzaam zullen worden, zal het belang van het openbaar vervoer verder afnemen. Waarom zal je je nog schamen voor het rijden in een auto? Het openbaar vervoer neemt nu al een klein deel van alle verplaatsingen voor zijn rekening. En als auto’s steeds meer zelfrijdend worden, is er op veel plaatsen nog nauwelijks een reden om met het openbaar vervoer te gaan. Wat betekent dit als niet meer maar minder reizigers voor het openbaar vervoer kiezen? En wat betekent het voor het beleid om vooral in de nabijheid van mobiliteits-hubs te bouwen? Ook dat doel verdient een nadere doordenking als de nieuwe auto onder ons is. En dat duurt niet lang meer. 

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen