De achterkant van Zwolle Centraal was altijd het lelijke eendje van de stad. Scheepsbouwers Wärtsilä en Stork bouwden scheeps- en dieselmotoren in de hallen op het bedrijventerrein achter het station, maar dat is nu verleden tijd. Zware industrie zo dicht bij het centrum en het centraal station is ook eigenlijk niet meer gewenst, en dus werd de Spoorzone braakliggend terrein. 

De laatste jaren kwam daar verandering in. Het roer is om, het moet een bruisende gemengde stedelijke omgeving worden. De eerste grootschalige woningcomplexen staan er al, de eerste bedrijven hebben inmiddels plaatsgenomen in het Innovatiedistrict, het deelgebied van de Spoorzone waar gewerkt en gemaakt moet worden. In het bedrijfsverzamelgebouw Perron038, in de oude hallen van Wärtsilä en Stork, zitten nu een aantal middelgrote tech-maakbedrijven.   

‘Als je over vijf of tien jaar weer terugkomt in de Spoorzone, dan zul je hier niks meer herkennen’, zegt Hubald van Ark, teamleider economie en circulaire economie bij de gemeente Zwolle, tijdens een wandeling door het gebied. Ondertussen wijst hij naar een aantal lege parkeerplaatsen en vervallen kantoorpanden. ‘Hier komt een woontoren, en hier een innovatiecentrum.’ Dat de Spoorzone tot de nok aan vol gebouwd gaat worden, is een understatement. Leeg is het er nu zeker al niet.   

Van Ark vertelt hoe het plan in elkaar steekt: ‘In het Innovatiedistrict ligt het accent op werken. Het grondgebied is van de NS, dat hier heel vroeger treinen onderhield in de hallen. Met hen hebben we een ontwikkelkader afgesproken voor het gebied. Of het van de NS blijft, of het verkocht wordt, of het in erfpacht gaat, dat is nog niet zeker. Wel is duidelijk dat wij naar de invulling kijken. We hebben een ECO-team opgericht, wat staat voor Economie, Cultuur en Onderwijs. Dit ECO-team heeft een soort kwartiermakerrol. Bedrijven, onderwijsinstellingen en culturele instellingen overleggen hierin hoe we dit gebied het beste kunnen ontwikkelen.’  

Spoorzone Zwolle. Beeld via Gemeente Zwolle

Duidelijk economisch profiel  

Die hoe-vraag is al grotendeels beantwoord: Zwolle zet in op research & development, hightech maakindustrie, klimaatadaptatie en ICT e-commerce. Dat kan prima zonder universiteit, vindt Van Ark. ‘Als je naar de kaart van Nederland kijkt, dan zijn Nijmegen, Utrecht, Groningen en Enschede de universiteitssteden die hier relatief dicht in de buurt liggen. Tussen die vier steden valt echter een gat. Wij springen in dat gat. We hebben als voordeel ten opzichte van steden als Deventer en Apeldoorn dat we wel een heel goede hogeschool hebben (Windesheim) en tal van mbo’s. Dus we hebben wel ongelooflijk veel studenten.’  

‘De bereikbaarheid en geografische ligging van Zwolle is daarnaast ideaal. Mensen die in Enschede of Groningen hebben gestudeerd willen vaak naar de Randstad omdat Twente of Groningen ze te ver is. Zwolle is echter maar een uur van de Randstad en van deze steden af, waardoor het een ideale tussenstap is. We hopen ook dat de Universiteit Twente een dependance van hun universiteit opent in Zwolle. Dan hebben we alles. In het verleden hadden we moeite met het vasthouden van talent, zonder universiteit mis je toch een bepaald soort bedrijvigheid.’ 

Potentie genoeg dus, en dat zien ontwikkelaars en ondernemers ook in. Private partijen bekostigen de plannen. ‘We zien dat er veel ondernemers zijn die zelf kijken wat ze kunnen betekenen. Vanuit het Rijk, de provincie en de gemeente hebben we voldoende aan enkele aanjaagsubsidies, die we bijvoorbeeld inzetten voor de gebiedspromotie. Bij die gebiedspromotie focussen we ons op de regio. Zo zijn er al bedrijven uit Emmeloord, Harderwijk en Heerde naar Zwolle gekomen.’  

Perron038 als voorbeeld voor de toekomst  

Waar dit samenspel tussen overheden, ondernemers en onderwijsinstellingen al tot uiting komt, is Perron038. Dit is een innovatiecentrum voor de ‘hightech maakindustrie van de toekomst.’ Meerdere bedrijven zijn gevestigd in het pand, waar machines voor automatisering worden gebouwd. Met 3D-printers, bijvoorbeeld.

Kwartiermaker Marius Woldberg stond eind 2017 aan de basis van Perron038, waar hij enthousiast over vertelt: ‘Een van de founding partners, Tembo Group, had toen het idee om een innovatiecentrum te starten. Ik heb destijds een aantal partijen bij elkaar gebracht: Tolsma Grisnisch uit Emmeloord, AWL Techniek uit Harderwijk en participatiemaatschappij Wandinko uit Zwolle. De Stichting Perron038 is vervolgens opgericht, waarna we deze hallen voor tien jaar hebben gehuurd van de NS.’   

De vestiging in Zwolle bleek een gouden greep voor meerdere partijen. De bedrijven leunen op de studenten van de Zwolse hogescholen en MBO’s, wat voor binding met de werkgever zorgt. En de onderwijsinstellingen hoeven hun studenten niet meer de stad uit te sturen voor praktijkervaring.   

Woldberg: ‘Windesheim en Deltion zijn hier ook gevestigd met twee onderzoeksgroepen. Het is heel simpel: zij hebben de kennis en wij hebben de opdrachten, zo ontstaat er een samenspel. Voor ons is talentontwikkeling heel belangrijk. Met Perron038 hebben we een plek om te laten zien dat de regio zich ontwikkelt.’  

‘Op een normale dag lopen hier zo’n zestig studenten rond met opdrachten voor partners van Perron. Ze krijgen inspiratielessen, workshops en kennis om de technologie die ze leren toe te passen in een opdracht. Samen wordt er gewerkt aan prototypes’, zegt Woldberg. ‘We maken hier de fabriek van de toekomst, met allerlei shared facilities. Allerlei maakbedrijven in de regio kunnen hier hun dingen testen.’ 

Perron038 is nu nog uniek in Zwolle. Maar in de toekomst is dit hoe het Innovatiedistrict moet slagen. Er moeten meerdere centra komen, waarmee de stad stap voor stap naar economische kartrekkers als Amsterdam en Eindhoven toe wil groeien. 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in vakblad BT. BT Magazine is het vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat. Meer informatie.