Beeld: bureau Mijksenaar

'Nationale huisstijl' moet mobiliteitshubs bekender maken

Een herkenbare ‘look and feel’ moet het vinden en gebruiken van deelvervoer makkelijker gaan maken. De vijf grootste gemeenten, de provincie Zeeland en het ministerie van IenW testen daarom tot begin 2023 een 'landelijke huisstijl' voor mobiliteitshubs. Pilotlocaties liggen in de gemeente Vlissingen, Utrecht en Enschede. Het ministerie co-financiert nieuwe hubs vanuit de MIRT. 

Alle buurt-, wijk- en regio hubs met deelvervoer in dezelfde groene huisstijl, met duidelijke iconen en instructies voor gebruik. Dat is de ambitie van de vijf grootste gemeenten, de provincie Zeeland en het ministerie voor Infrastructuur en Waterstaat. Nu geven overheden vaak nog een eigen invulling aan deelmobiliteit, met als gevolg dat in veel gemeenten deelfietsen en -scooters lukraak in de openbare ruimte geparkeerd staan. 

Na een voortraject met de gemeenten Amsterdam en Utrecht kreeg bureau Mijksenaar vorig jaar de opdracht om de landelijke identiteit te ontwikkelen. Ook andere regio’s en provincies, de spoorsector en (deel)mobiliteitsaanbieders dachten mee over de huisstijl. 

Het resultaat is een handboek met uitleg over de huisstijl en hoe deze toe te passen. ‘Het logo zorgt voor herkenbaarheid veraf, de pictogrammen geven inzicht in de mobiliteit en services die er te vinden zijn. De instructie op de hub zelf geeft uitleg over hoe de hub gebruikt kan worden’, zegt Roos Petrovskyi, ontwerper bij Mijksenaar. 

De G5, de provincie Zeeland en IenW testen tot januari hoe de huisstijl in de praktijk functioneert en hoe de reizigers erop reageren. Daarna wordt het handboek mogelijk nog aangepast. 

‘We merken dat meer nodig is dan alleen de poorten openzetten voor aanbieders van deelvervoer’, zegt Mark Verbeet, kwartiermaker Buurt- en Wijkhubs bij de gemeente Utrecht. Dat geven de aanbieders zelf ook aan, voegt hij toe. De zicht- en vindbaarheid van deelvervoer is volgens hem nog onvoldoende. Ook moeten nieuwe hubs staan voor kwaliteit, waarbij de groene huisstijl garant staat voor voldoende aanbod van deelvervoer en voldoende dekking over dorp en stad. 

Primeur station Vaartsche Rijn 

Op de pilotlocaties wordt getest hoe gebruikers van deelvervoer de nieuw ingerichte hubs ontvangen. Daar komen volgens Rik Goossens, beleidsadviseur Mobiliteit van de gemeente Enschede, ook praktische vragen bij kijken, zoals over kosten en functionaliteit. ‘Maar we zoeken ook uit of de hubs daadwerkelijk goed gebruikt worden. En hoe reizigers de hubs ervaren’, zegt Goossens. Over het delen van data zijn afspraken gemaakt met aanbieders van deelvervoer. Die leveren de data onder andere aan via het dashboard Deelmobiliteit

De hubs op het stationsplein voor Station Vlissingen en in de Arnold Schönberglaan in Amsterdam-Zuid waren er als eerste bij in de nieuwe stijl. In Vlissingen wijst de bewegwijzering naar het deelvervoer, maar ook naar het openbaar vervoer en ‘stadse bestemmingen’.  

Het Utrechtse station Vaartsche Rijn had de eer om geopend te worden door staatssecretaris Vivianne Heijnen en de Utrechtse mobiliteitswethouder Lot van Hooijdonk. Hier staat deelvervoer zowel buiten als binnen het station opgesteld, in samenwerking met NS. Ook bij het Krachtstation, een multifunctioneel gebouw midden in de wijk Kanaleneiland, staat zo’n hub. 

In Enschede wordt een bestaand netwerk van 25 kleine hubs op het Kennispark en bij de Universiteit Twente aangekleed met de nieuwe groene huisstijl. Daarover lopen nog gesprekken met enkele producenten. 

In Utrecht liggen al plannen om het aantal hubs in de groene huisstijl uit te breiden met tien tot vijftien extra locaties. Ook in Enschede ligt de ambitie om vanaf aankomend voorjaar gefaseerd te starten met een dekkend netwerk van 150 buurthubs, startend met 40 buurthubs in stadsdeel Noord. Beide gemeenten wachten daarvoor eerst de evaluatie van de pilots af. 

Naast de drie aangekondigde pilots wordt de huisstijl ook toegepast in Rotterdam en Amsterdam. In de hoofdstad gebeurt dat onder andere bij een buurthub nabij Station Amsterdam-Zuid. De gemeente Amsterdam wil naast extra locaties ook haar bestaande 15 tot 20 buurthubs omzetten. 

Nationale huisstijl sluit aan op NS 

De nationale huisstijl sluit volgens ontwerper Petrovskyi goed aan op bestaande hubs zoals treinstations. Zo zijn de gebruikte pictogrammen gebaseerd op die van ProRail en NS, die landelijk worden toegepast en aansluiten op internationale standaarden. De groene kleur moet activeren en een associatie oproepen met duurzaamheid en bewegen. Bovendien valt groen op tussen de bewegwijzering van het openbaar vervoer, die is vaak blauw. 

Het kabinet kondigde halverwege oktober aan om 7,5 miljard euro te investeren in betere bereikbaarheid van 400.000 nieuw te bouwen woningen. In de BO MIRT is daarvoor ook veel aandacht en geld vrijgemaakt voor mobiliteitshubs. 

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen