‘In de toekomst zou de standplaats - en de reistijd ernaartoe - minder leidend kunnen zijn voor de regio waar een Rijksambtenaar woont’, schrijft de minister in een Kamerbrief. Volgens haar zal het hybride werken op termijn consequenties hebben voor de huisvestingsbehoefte van Rijksdiensten, wat meer spreiding over het land betekent. Ter discussie staan bijvoorbeeld het aantal fysieke panden, de grootte ervan en wat ambtenaren nodig hebben om er te kunnen werken. 

Omdat door het hybride werken ook de afstand tussen kantoor en Rijksambtenaar heeft veranderd, stelt de minister voor om regionale hubs op te zetten. Deze regionale hubs zouden verspreid worden door heel Nederland.  

‘Het is denkbaar dat er een grotere behoefte aan werkplekken zal ontstaan dichterbij de woonadressen van Rijksambtenaren’, zegt de minister. ‘Deze ontwikkeling biedt kansen voor de regio’s buiten de Randstad.’ 

Hybride werken als uitgangspunt 

Onder Rijksdiensten vallen de ministeries, de Nationale Politie, Rechtspraak, de Dienst Justitiële Inrichtingen, Defensie en een deel van zelfstandige bestuursorganen (zbo’s). 

In juni 2021 werd hybride werken al het uitgangspunt bij het Rijk, hoofdzakelijk door de ervaringen tijdens de coronapandemie. Jaarlijks informeert de minister van BZK de Kamer over de spreiding van werkgelegenheid bij het Rijk. Voor definitieve uitspraken en conclusies is het nog te vroeg, schrijft Bruins Slot in de brief. Daarvoor moet nog ‘meer ervaring’ worden opgedaan met hybride werken.