Voor de test rijden in totaal twintig auto’s met het ISA-systeem door Overijssel en Noord-Brabant. Er wordt getest op N-wegen, bij schoolzones, in straten waar 30 kilometer per uur geldt en invalswegen. In Noord-Brabant wordt vooral binnen de gemeentegrenzen van Eindhoven, Helmond en Tilburg gereden om eigen data tegen het licht te houden. Het project heet Praktijkproef ISA.

Sneller rijden dan toegestaan is de belangrijkste oorzaak van verkeersongevallen. Het ISA-systeem voorkomt dat autobestuurders maximale snelheden niet overschrijden. Het is het eerste systeem dat direct ingrijpt in het functioneren van een voertuig. Dat zou moeten leiden tot minder onbewuste snelheidsovertredingen. Voorwaarde is wel dat de informatie waarvan het systeem gebruik maakt, actueel en kloppend is. 

'Overheden zijn verplicht om data over verkeersborden en snelheden bij te houden', zegt projectleider Rene Spaan van de gemeente Helmond. Daarvoor is contact met het Nationaal Dataportaal Wegverkeer. Deze data moet naadloos aansluiten op die van de ISA om gevaarlijke situaties te voorkomen.

Om te controleren of dergelijke systemen goed werken, test een aantal overheden de technologie zelf met een 'retrofit' ISA-systeem van het Nederlandse bedrijf V-TRON. Retrofit houdt in dat het systeem achteraf wordt ingebouwd in voertuigen, waardoor alle auto's geschikt zijn om mee te doen. 

Ook kijken zij of de data van digitale snelheidskaarten overeenkomt met de geldende borden en snelheden op de wegen zelf. Overheden zijn daarbij steeds meer bewust van de verantwoordelijkheid over de digitale component van het wegennet. 

Voor de test zijn automobilisten uitgenodigd om auto’s met ISA gedurende een half jaar te rijden. Onder de deelnemers zijn ook ambtenaren van de betrokken overheden. Zij zullen volgens Spaan vrij zijn om hun eigen weg te gaan: 'Het gaat ons om de rij-uren, we willen voor deelnemers de drempel zo laag mogelijk houden. Al geven we hen wel mee wat er in hun omgeving aan testsituaties te vinden zijn.'

De provincie Overijssel verwacht de eerste resultaten over enkele maanden naar buiten te kunnen brengen. Volgens Spaan werken beide provincies toe naar een 'feedback-loop', waarin data sneller en vaker geactualiseerd wordt.