Opinie: Maak niet steden maar het platteland compacter

Wat is de waarde van menselijk geluk tegenover de klimaatwinst die we behalen via compacte stedenbouw? Dat hangt af van de klimaatwinst die we met compacte stedenbouw kunnen behalen. The Line stemt tot nadenken. In plaats van steden zou het platteland moeten verdichten. En vooral: CO2-afvangen door transformatie van landbouwgrond naar bos. Voedsel kunnen we prima in The Line verbouwen.

Al jaren propageer ik als planoloog en journalist compactere steden. Meer mensen op een kleine oppervlakte heeft tal van voordelen. Zo stijgt het draagvlak voor voorzieningen en voorkomt een hogere adressendichtheid onnodige mobiliteit. Bovendien kan een hogere dichtheid bijdragen aan een soort van aantrekkelijke stedelijkheid met een mix van complementaire functies en compacte, maar kwalitatief hoogwaardige openbare ruimtes.

Hoogwaardig openbaar vervoer bestaat alleen bij de gratie van hoge dichtheden. En verder is er een economisch motief: een hoge adressendichtheid betekent een groot aanbod aan potentiële arbeidskrachten en biedt ook andere voordelen aan bedrijven, die zich graag in dichtbebouwde steden vestigen.

Dat is nog geen motief om tegen nieuwe stedelijke uitleg te zijn. Maar juist het voorkómen van ‘bouwen in het groen’ werd vaak als motief gebruikt om de bestaande stad verder te intensiveren. Het jongste argument voor verdichting raakt daaraan. Dat is dat ongebreidelde stedelijke uitleg niet goed is voor het klimaat, aldus oud-president Barack Obama van de Verenigde Staten op de jaarconferentie van het American Institute of Architects (AIA). Obama brengt urban sprawl vooral in verband met autorijden en daarmee vervuiling. We moeten volgens de oud-president denken over het creëren van ‘livable density’ dat ons in de gelegenheid stelt om ‘mass transit’ en de fiets te nemen.

Ik wil een eigen erf met iets van groen waar ik een zaag in kan zetten

Allemaal waar. Maar een thuiswerkdag in mijn portieketagewoning in de stad eindigt steeds vaker op Funda. Niet om een nieuw appartement te zoeken in een van de verdichte stadswijken die ik zelf gepropageerd heb, maar om iets te zoeken met meer ruimte om mij heen.

Ik wil een eigen erf met iets van groen waar ik een zaag in kan zetten. Ik wil een tuin waar ik familie en vrienden kan ontvangen, zonder het gevoel onderdeel te zijn van een publieksevent. Ik wil appels plukken om taarten van te bakken en rommelen in mijn garage met brommers en fietsen. Ik wil meer dan een vloer en vier muren om mij heen. Ik wil vooral alles van mijzelf hebben, zodat ik op mijn oude dag mijn erf niet meer af hoef om gelukkig te zijn.

Moet ik me schuldig voelen met mijn latente suburbane behoefte? Cijfers over het wereldwijde grondgebruik zet een en ander in perspectief. Volgens de gezaghebbende wetenschappelijke online publicatie ‘Our World In Data’ (OWID) was anno 2019 50 procent van alle bewoonbare aardoppervlakte landbouwgrond, 37 procent bos, 11 procent struiken en graslanden, 1 procent zoetwater en de slechts 1 procent van de bewoonbare aardoppervlakte was in gebruik als stedelijk gebied dat steden, dorpen, wegen en andere menselijke infrastructuur omvat. Een verhouding landbouwgrond-stedelijk gebied van 50 tot 1 dus.

In Nederland wordt ruim twee derde van het landoppervlakte agrarisch gebruikt. De intensieve veehouderij gebruikt daar weer 78 procent van, terwijl de sector maar een klein deel van de calorieën genereert. Nederland importeert een veelvoud van calorieën in de vorm van soja voor veevoer die elders verbouwd wordt. De voedingswaarde verdwijnt voor een groot deel in de vorm van methaan en stikstof in ons milieu.

Ook qua productie van broeikasgassen zijn steden niet de grootste vervuilers, of het moet indirecte emissie zijn door de consumptie van vlees. De gebouwde omgeving genereert 6 procent van de uitstoot van broeikasgassen, transport 14 procent. Het wereldwijde voedselsysteem is goed voor 24 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen.

Architecten en zeker planologen hebben vaak strak omlijnde ideeën over een betere samenleving en dat krijgt niet zelden dogmatische trekken. Dat heeft in het verleden soms dramatisch uitgepakt, met modernistische hoogbouw in de Bijlmermeer waar iedereen gelijk moest zijn en zelfs de flat aan de kopse kant van een gebouw geen raam mocht hebben. Want waar had die ene bewoner dat aan verdiend?

Nu is duurzaamheid de dominante doctrine en dat resulteerde onlangs in The Line. Een dystopische voorstelling van een lijnvormige stad van 170 kilometer lang, slechts 200 meter breed en een halve kilometer hoog die in de woestijn van Saudi-Arabië moet verrijzen. Volgens de ontwerpers is het een antwoord op leefbaarheids- en milieucrises in conventionele steden. Uiteindelijk zal de autoloze stad negen miljoen inwoners tellen. Iedereen woont er in appartementen, dus verticaal, in zeer hoge dichtheden. Alledaagse voorzieningen zullen daardoor vlakbij zijn. De stad zal geheel op duurzame energie draaien en met een hogesnelheidstrein kunnen bewoners in twintig minuten van het ene uiteinde naar het andere uiteinde reizen.

Een transitie binnen onze voedselproductieketen zet pas écht zoden aan de dijk.

Media stortten zich massaal op deze nieuwe Utopia. Populair in vakkringen was een op The Line geïnspireerd animatiefilmpje waarin alle gebouwen en infrastructuur van Manhattan bijeen worden geveegd en opnieuw gemodelleerd als compacte lijn te midden van een bosrijke omgeving. Want als je verder concentreert, blijft er ruimte over.

Als kunstproject is The Line zeker geslaagd. Het zet aan tot nadenken. Maar The Line is niet geschikt voor mensen. Voor een duurzamere wereld kun je bovendien beter buiten de stad beginnen. In plaats van rommelen in de marge van de gebouwde omgeving om te voorkomen dat 1 procent landgebruik 1,1 procent wordt en onnodige mobiliteit kan worden vermeden, zet een transitie binnen onze voedselproductieketen pas écht zoden aan de dijk.

Als het agro-complex gestimuleerd wordt over te schakelen naar plantaardige alternatieven voor vlees en zuivel, dan scheelt dat niet alleen veel uitstoot, maar kan je ook enorm veel ruimte vrijspelen voor natuur.

Als we het ruimtebeslag van de agrarische sector in Nederland kunnen terugdringen naar 50 procent, dan komt een oppervlakte met een omvang van de provincie Gelderland vrij voor CO2-afvangende bossen en natuurlijk habitats voor dieren. Als we gewassen gaan verbouwen in een verticale, gesloten setting onder geconditioneerde omstandigheden, spelen we nog meer ruimte vrij. Dit gebeurt al in de praktijk. In Amsterdam rolt bij PlantLab om de zestien dagen een nieuwe oogst verse sla van de band.

Laten we The Line en andere torens waar mensen niet in willen wonen bestemmen voor agrarische productie, en mensen zelf kiezen laten waar ze willen wonen. In de stad, of daarbuiten. Misschien wel in zo’n nieuwe bosomgeving.

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen