In haar onderzoek schrijft het Rathenau Instituut dat een maatschappelijk verantwoorde energietransitie verder gaat dan alleen concrete afspraken voor het delen en gebruiken van data uit sensoren en slimme apparaten. Huidige afspraken voldoen volgens het instituut dan ook niet meer om de huidige, en nog altijd ontwikkelende, energietransitie verantwoord(er) vorm te geven. Zij doen tien aanbevelingen voor overheden en energiepartijen.

De tien aanbevelingen uit het rapport:

  1. Ontwikkel de governance van energiedata vanuit het perspectief van een maatschappelijk verantwoorde energietransitie
  2. Zorg voor flexibiliteit en voortdurende monitoring van de datagovernance
  3. Anticipeer op uitdagingen voor het gebruik van data uit slimme apparaten en overige energiedata 
  4. Zorg voor (open) standaarden en protocollen voor interoperabiliteit van slimme apparaten en systemen
  5. Versterk de cyberweerbaarheid van overheden, bedrijven en burgers op het gebied van de stroomvoorziening
  6. Zorg bij publieke investeringen voor een transparante beoordeling van de levensduur van digitale technologie 
  7. Bevorder de marktdeelname van nieuwe dienstenaanbieders, actieve afnemers en slimme energiegemeenschappen
  8. Waarborg een eerlijke digitale energietransitie
  9. Maak ‘duurzaam’ tot een leidend principe voor de inrichting van de digitale infrastructuur 
  10. Investeer in kennisontwikkeling en scholing  

Ook aanstaande wetgeving, zoals het wetsvoorstel Energiewet, lijkt hier niet in te slagen. Volgens haar rapport moet zowel het Rijk als de energiesector naar een meer holistische benadering van data-governance. Dat houdt in dat er meer gekeken moet worden naar het de uitwerking voor het geheel aan afspraken en niet alleen de som daarvan. Wat er met data en digitalisering wordt gedaan, staat volgens het instituut nog teveel op de achtergrond.

‘Er spelen ook kwesties van technologische aard die zich voordoen bij het opzetten of uitvoeren van digitaliseringsprojecten – onder andere in de energiesector. Tot slot zijn er economische, juridische, organisatorische, ecologische kwesties die samenhangen met de maatschappelijke inbedding van digitale energiepraktijken’, aldus de auteurs van Stroom zonder data. Zij schrijven dat het Rathenau Instituut bestuurders, politici en burgers geïnformeerd het gesprek wil laten aangaan over de manier waarop met energiedata wordt omgegaan.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) noemt data als een ‘noodzakelijke en kansrijke grondstof’ voor het energiesysteem. Met data en algoritmen kunnen de productie en opslag van elektriciteit, en de vraag ernaar beter op elkaar worden afgestemd. Sensoren, slimme meters en andere ‘innovatieve apparatuur’, zoals omvormers in zonnepanelen, laadpalen en technologie in elektrische auto’s zorgen voor grote hoeveelheden gegevens over de vraag en aanbod van duurzame energie.

Aanbevelingen voor overheid en sector

In tien aanbevelingen hoopt het Rathenau Instituut overheid en sector handvaten aan te bieden om beter om te gaan met datapraktijken die helpen om de energietransitie vorm te geven en te versnellen. Zo moeten beide partijen nadrukkelijker kunnen aangeven hoe gemaakte afspraken bijdragen aan de maatschappelijk verantwoorde energietransitie. Overheden en de energiesector moeten voorafgaand en tijdens datapraktijken ook scherper afspreken hoe het datagebruik zal worden gemonitord en hoe tussentijds kan worden bijgestuurd waar nodig.

Andere aanbevelingen gaan over de interoperabiliteit van slimme apparaten en systemen die de energietransitie helpen. Dit houdt in dat apparaten en systemen beter op elkaar zij afgestemd. Dergelijke standaarden en protocollen vallen echter nog buiten het huidige wetsvoorstel van de Energiewet. Verder stelt het Rathenau Instituut ter discussie dat systeembeheerders van dit soort  digitale technologieën vooraf duidelijker moeten communiceren over hun levensduur.

Op de energiemarkt moet volgens het rapport worden gekeken naar belemmeringen voor nieuwe dienstaanbieders, actieve afnemers en slimme ‘energiegemeenschappen’ die de markt willen betreden. Dit vraagt om meer regie vanuit de landelijke overheid, schrijft het instituut. De aanbevelingen richten zich op het vergroten van kansengelijkheid en de verduurzaming van de rol van digitale technologie als onderdeel van de energietransitie.