Middelburg en Vlissingen groeien aan elkaar, met risico’s voor natuur

Middelburg en Vlissingen worden gescheiden door een groene zone van soms slechts 500 meter breed. Door de woningbouwopgave staat dit gebied onder druk, terwijl het van grote waarde is voor de natuur. Hoe balanceer je de verstedelijking en de landschappelijke waarden? Ambtenaren uit beide gemeenten buigen zich over deze uitdaging.

In de omgevingsvisies van de gemeenten Vlissingen en Middelburg is de laatste jaren steeds meer aandacht gekomen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Hard nodig, want het landschap van leem en zandlagen vlakbij de zee kent zo haar eigen uitdagingen op dat vlak.

Hoe de natuur mogelijk in de knel kan raken, is duidelijk zichtbaar in het tussengebied tussen beide gemeenten. In de vorm van een vlinderstrik, met in het midden slechts een halve kilometer tussen de bebouwing van Vlissingen en Middelburg. Hier wordt de opgave om natuur te behouden en de ruimtelijke waarden te versterken steeds urgenter. Aan beide kanten van het kanaal dat door beide steden loopt en hen verbindt, wordt de groene kloof gestaag nauwer.

Het huidige beleid van Vlissingen en Middelburg is om niet aan elkaar vast te groeien. Maar de woningbouwopgave dwingt hen om hier steeds meer concessies op te doen. Nieuw te maken woningmarktafspraken met de provincie betekenen voor Middelburg een som van circa 2.500 extra woningen.

Zo'n 1.500 woningen ervan kennen al een locatie, maar 1.000 andere woningen wordt nog gezocht. Die kunnen volgens de gemeente niet binnenstedelijk terecht. Aan de eerste 400 woningen wordt nu gewerkt.


Het gebied tussen Vlissingen en Middelburg is ongeveer 500 meter breed en wordt doorkruisd door een kanaal. Kaart via Google Maps.

Drie waarden

Om de ruimtelijke kwaliteit tussen beide gemeenten te waarborgen, moet volgens Bianca de Vlieger nagedacht worden over een drietal waarden. Het is aan ambtenaren om voort te bouwen op het oorspronkelijke landschap, het gebruik van dit landschap en haar toekomstwaarde. De Vlieger is strategisch adviseur ruimtelijke ontwikkeling bij de gemeente Middelburg.

‘Het gebied is 17 à 18 kilometer in doorsnee. Het heeft kreekruggen, waar de grond hoger ligt en kernen zijn ontstaan, en lager gelegen gebieden met zout oppervlaktewater. Nu is het nog een open agrarisch gebied, doorsneden met wegen met een haagstructuur erlangs’, zegt De Vlieger over de zone tussen de Zeeuwse gemeenten bij de eerste bijeenkomst van de roadshows Aan de slag met biodiversiteit. Deze wordt georganiseerd door Stichting Steenbreek, de Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland en IPC Groene Ruimte.

Om de ecologische waarden van het gebied te waarborgen en waar mogelijk zelfs te versterken, is het volgens De Vlieger de opgave om bij de invulling van de bufferzone voldoende groen te bewaren in de beperkte ruimte die er is. ‘Is het gebied adaptief, is het robuust? En is er plek voor planten en dieren die hier hun thuis hebben?’

Niet meer sectoraal denken

Volgens Eddy Schabbink, adviseur bij IPC Groene Ruimte, wordt vaak veel te eenzijdig naar functies van gebieden gekeken. ''Waarom kunnen functies als recreëren, wonen, voedselproductie en andere niet gecombineerd worden? Zijn we niet in staat om meer zoet water te bergen in bebouwde omgeving? Kunnen we sporten op het dak van bedrijventerreinen? Waarom geen hoogwaardige stadslandbouw met een lokale afzet?', aldus Schabbink. Het zijn volgens de adviseur allemaal mogelijke oplossingen voor efficiënt ruimtegebruik dat ruimte geeft om meer natuur over te houden.

Schabbink vindt dat gebiedsontwikkelingen moeten voldoen aan een duurzame balans tussen ecologische, economische en sociaal-maatschappelijke waarden. Met de juiste ruimtelijke inrichting die passen bij het gebied, zo zegt hij, kunnen bewoners e bezoekers genieten van wat de ruimte te bieden heeft. Zij dragen dan ook makkelijker bij aan een sterke en natuurinclusieve omgeving. ‘Alle drie de waarden samen maakt een gebied zoals tussen Vlissingen en Middelburg leefbaar, houdbaar en rechtvaardig.’

Aan alle waarden voldoen in een steeds minder grote bufferzone, kan niet door nog veel langer functies van elkaar te scheiden. Er is meer mogelijk door te combineren en af te stappen van sectoraal denken, zegt Schabbink. Afdelingen binnen de gemeenten kunnen volgens hem veel meer bereiken door samen te kijken hoe individuele plannen naast elkaar of op dezelfde vierkante meters kunnen landen.

Natuurinclusief in Essenvelt

In de geledingszone wordt op sommige plekken al bijgebouwd. Op 30 hectare weiland en landbouwgrond wordt dit jaar gebouwd aan de nieuwbouwwijk Essenvelt. Hier komen 400 woningen recht onder de Middelburgse Erasmuswijk. De ontwikkeling laat aan de ene kant zien dat de woningopgave niet op zich laat wachten, maar ook dat wonen en biodiversiteit prima kunnen samengaan.

Senior projectleider Bas Kole van de gemeente Middelburg verzekert dat er veel onderzoek is gedaan om de bebouwing natuurinclusief te laten landen in de groene bufferzone. ‘Vroeger hadden civiele technici de lead bij dit soort projecten, maar met de toegenomen aandacht voor biodiversiteit en klimaatverandering zijn nu de landschapsarchitecten, ecologen en cultuurtechnici leidend. Dat zorgt voor meer kwaliteit en klimaatrobuustere plannen.’

In de voorbereidingen voor Essenvelt is gekeken naar het oppervlaktewater en de grond, die onder de kweekruggen van stevig zand is maar verder weg juist bestaat uit slappere klei en veen. Om het grondwater in de winter laag te houden en in de zomer juist hoger, werd een peilgestuurde drainageriolering aangelegd. Ook is het gebied opgehoogd met zeezand tot een halve of hele meter hoger.

Voor de biodiversiteit geeft de wijk op enkele punten extra aandacht. Aan de zuidkant van het bouwproject worden paddenpoelen aangelegd voor onder andere de rugstreeppad die in de omgeving te vinden is. ‘Ook komen er vleermuizenhotels én een vleermuisbunker’, zegt Kole, verwijzend naar bunkers uit de Tweede Wereldoorlog in het gebied. Ook krijgt de wijk buizerdmanden, die plek bieden aan buizerds die normaal in bebossing nestelden, al wordt bij deze ingreep getwijfeld aan de effectiviteit ervan. 

In de wijk zelf zullen bewoners kunnen genieten van een bloemenweide en oevers in het oostelijke deel. Door de straten en in de plantsoenen komen uiteenlopende soorten kleine bloeiende bomen te staan. In de hoofdontsluiting is gekozen voor lindebomen. Kole vertelt dat bewoners in de wijk veel kunnen wandelen, fietsen en spelen met aanwezige waterberging.

‘En bewoners worden ook zelf opgeroepen om sedumbeplanting op platte daken aan te brengen of regenwater op te vangen en te hergebruiken en niet voor de schutting, maar voor een groene heg te kiezen. We ontvangen daar positieve reacties op.’

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen