Adriaan Geuze, door Carel van Hees

Adriaan Geuze: ‘Omgevingswet helpt niet met grootschalige systemische opgaven’

Als Nederland procedureel blijft denken, bouwen we onze ruimte onaangenaam en inefficiënt vol. De Omgevingswet is niet het gedroomde antwoord. Dat zegt landschapsarchitect Adriaan Geuze tijdens een lezing over de toekomst van de Nederlandse ruimtelijke ordening. Hij houdt een dringend pleidooi voor systemisch denken: ‘Ons huidig denken is impotent en lost onze ruimtelijke opgaven, grootschalig en meerjarig, niet op.'

‘Een van mijn goede vrienden is astronaut’, leidt Geuze zijn lezing in. De landschapsarchitect en oprichter van West 8 houdt een lezing over de Nederlandse traditie van het landmaken. Hij heeft het over Nederlands ruimtevaarder André Kuipers. In gesprekken hebben ze het soms over Nederland vanuit de ruimte. Vanuit een soort heimwee maakt Kuiperss foto’s vanuit zijn cabine, vooral van Nederland. De foto’s, zegt Geuze, zijn een vorm van ontzettend aanstekelijke romantiek met bovenaanzichten vol groen. Een herinnering aan het Nederlandse landschap. ‘Nederlanders waren altijd al van het landmaken en polderen. Wij maakten een horizon, terwijl anderen kerken bouwden’, aldus Geuze.

Wij maakten een horizon, terwijl anderen kerken bouwden'

In werkelijkheid, met beide benen op aarde, heeft Nederland te maken met een massacultuur, een overbevolkt land en alle ruimtelijke opgaven die daarbij komen kijken, zegt Geuze. Om er een aantal te noemen: een grootschalige woningbouwopgave van één miljoen woningen, de klimaat- en energieopgave, bereikbaarheid en de gezonde leefomgeving.

‘Ik kan mij niet meer oriënteren in mijn eigen geboorteplek’, vertelt Geuze. Het Nederland van 2022 is een stuk voller, de ruimte is schaars en wordt volgens hem bovendien inefficiënt gebruikt. ‘Overal zijn voorbeelden te vinden van zonnevelden náást fabriekshallen. En die hallen en centra strekken soms meer dan een kilometer ver’, aldus Geuze. Dat moeten we in Nederland niet per se willen, vult hij aan. Houden we in Nederland onze huidige werkwijze aan, dan lopen we vroeg of laat vast in de ruimtelijke ordening.

'Huidig denken is impotent'

Het huidige Nederlandse ruimtelijk denken is ‘impotent’, zoals Geuze het noemt, om een flink aantal redenen. Het startpunt daarvoor was de Wet ruimtelijke ordening in de jaren zeventig. Nederland verloor daarmee volgens Geuze het ingenieursdenken en omarmde procedures, het decentraliseren van taken en meer marktwerking. ‘Als je kijkt naar de politiek van de afgelopen jaren, dan wilde het CDA altijd decentraliseren. De VVD wilde geen regels. Er is geen recept voor opgaven op de middellange termijn’, aldus Geuze.

'Er is geen recept voor opgaven op de middellange termijn'

Toegenomen lobbykrachten, tafelrondes met talloze partijen die inspraak verwachten en verschillende bestuursregio’s werken ook niet mee aan de ruimtelijke ordening. ‘Wat mij frustreert is dat veel kwesties in de samenleving gelaagd en systemisch zijn. Extra woningen bijbouwen klinkt als een haalbare opgave, maar het vraagt ook om supermarkten en energieaansluiting. Deze systemische vraagstukken lopen tegen de impotentie van procedureel denken aan’, zegt Geuze.

Omgevingswet is procedureel denken’

De huidige politiek heeft te weinig visie, vindt hij. ‘Een wethouder zal altijd kiezen voor procedures. Daardoor weten de meeste Nederlanders niet waar distributiecentra en windmolenparken gepland staan. Zo voelt het alsof de ruimte van Nederland van hen weggepakt wordt.’

Geuze noemt de Omgevingswet het toppunt van de traditie van procedureel denken. De wet zal dan ook niet helpen om grote projecten op de langere termijn aan te pakken. ‘Nederland kent twee soorten opgaven: grootschalig, meerjarig en systemisch of juist lokaal. Voor die eerste categorie gaat de Omgevingswet niet de uitkomst bieden. Neem zo'n fabriekshal als voorbeeld, dan zie je dat één fabriekshal al veel vragen oproept: wie zijn de mensen die daar werken? En waar wonen zij? Hoe reizen zij naar hun werk?'

De Omgevingswet werkt volgens Geuze prima voor lokale projecten. Maar wie de wet goed leest en toepast op grotere en complexere projecten, ziet dat de wet is ingespeeld op hetzelfde procedurele denken. Geuze: 'Ze willen wethouders een dashboard laten gebruiken. Dat zorgt er alleen maar voor dat die wethouder, die gewend is aan procedures, op de bekende weg doorgaat. Ruimtelijke opgaven vragen om systemisch denken en dus om ingenieurs.’

Geuze pleit voor nieuwe autoriteit Ruimtelijke Ordening. Hij wil daarmee terug naar wat in de nasleep van de industriële revolutie het ‘nieuwe denken’ onder civiele ingenieurs was: een ruimtelijke visie op Rijksniveau, maar wel bottom-up ingevuld. Het leverde toentertijd Staatsbosbeheer op, zegt Geuze, en de Zuiderzeewerken. Neem de Nederlander dus ook mee in de invulling van de ruimte, is één van de oproepen

Het liefst ziet Geuze de wederopstanding van het ministerie van VROM, maar in het huidige politieke landschap ziet hij dat niet gebeuren: ‘Dat is voor sommige politieke partijen twee stappen te ver. Gelukkig zien andere partijen weer wel dat er direct verandering nodig is in hoe we over ruimtelijke ordening nadenken’

Ruimtelijke ordening als zorgsysteem

Voor de grote ruimtelijke opgaven van nu zijn ingenieurs nodig die systemisch nadenken. Die zijn er volgens Geuze wel, maar amper nog op de ministeries. Ook stedenbouwkundige Riek Bakker, die de lezing organiseerde, sluit zich in de discussie bij Geuze aan: ‘Het verhaal van Adriaan Geuze is knip, klaar en helder. Als we niet willen dat Nederland naar de ratten gaat, moeten we daar nu iets aan doen. We moeten slimmer worden, het probleem doorgronden en de opgaven niet los van elkaar behandelen.’

 ‘Ik wil een land met nuttige ruimte, zonder kassen en loodsen'

De omgang met ruimtelijke vraagstukken is volgens Bakker te vergelijken met een ingewikkelde medische situatie. ‘Als ik meerdere zorgklachten heb, moet ik voor elke klacht naar een andere afdeling in het ziekenhuis. Maar wat nou als alles met elkaar te maken heeft? Dat is aan de hand met onze ruimtelijke ordening.’

Geuze en Bakker hebben een duidelijke mening over de toekomst van ruimtelijk Nederland. Geuze: ‘Ik wil een land met nuttige ruimte, zonder kassen en loodsen.’ Voor dit eindresultaat is volgens de stedenbouwkundige een omslag in denken nodig. Hoe dit strookt met de ‘parallelle werkelijkheid’ van nu, vindt hij lastig te zeggen. ‘Ik verkondig deze boodschap al tien jaar, er is sindsdien weinig veranderd. Onze minister-president zou zeggen: dat gaan we goed onderzoeken. In andere woorden: procedures.’

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen