De enorme woningbouwopgave in combinatie met de invoering van de Omgevingswet is volgens de Raad een spannende en risicovolle situatie.

Alle regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening in 26 wetten, worden in de Omgevingswet gebundeld en ondergebracht in een kleiner aantal wetten. Dit moet de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen. Maar de Raad van State voorspelt dat veel burgers de bestemmingsplannen van gemeenten zullen aanvechten.

Snel huidige wet gebruiken

In afwachting van een definitieve uitspraak door bestuursrechters, vragen procederende burgers om een voorlopige voorziening. De Raad van State kan in zo’n geval gemeenten opdragen om een wijziging in het bestemmingsplan op te schorten, wat bijdraagt aan vertraging van woningbouwprojecten. De eerste zaken spelen komend voorjaar al.

Hoe het precies kan dat het aantal rechtszaken stijgt, is de Raad niet geheel duidelijk. Eén van de mogelijke oorzaken die zij noemt is de mogelijkheid om, tot aan de invoering van de Omgevingswet, nog gebruik te maken van huidige wet- en regelgeving voor bouwprojecten.

Zorgen om DSO

De Raad van State maakt zich daarnaast zorgen over hoe verstandig het is om de Omgevingswet, die inmiddels al meerdere keren is uitgesteld, op 1 januari 2023 in te voeren.

Dit heeft deels te maken met het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Dat is het digitale ‘loket’ waarin vergunningaanvragen, bestaande regels per locatie en informatie over de fysieke leefomgeving samenkomen. Ontwikkelaars van het stelsel verwachten niet volledig klaar te zijn voor 1 januari.