Het huidige verdeelmodel voor het gemeentefonds stamt uit 1997. Sindsdien is er veel veranderd in de kosten voor gemeenten, zoals extra kosten voor het sociaal domein als gevolg van decentralisatie van taken. Het model sluit volgens het Rijk door achterhaalde aannames al enkele jaren niet meer voldoende aan op de kostenontwikkelingen en is daarom gedateerd. In maart 2019 werd een onderzoek gestart voor een nieuwe verdeling. Volgend jaar  wordt een herziend model ingevoerd.

Het Rijk belooft dat met het nieuwe model geen enkele gemeente in de periode 2022-2025 geld moet inleveren. Dat zou blijken uit eerste berekeningen op basis van het coalitie-akkoord.

Daar komt bij dat gemeenten andere middelen krijgen, zoals  voor uitvoeringskosten van klimaat en geld voor de jeugdzorg. Voor 2023-2025 is er voor gemeenten en provincies door extra toegezegde middelen uit het coalitieakkoord zo’n 3 miljard euro extra beschikbaar boven op de Miljoenennota 2022. Gemeente en provinciefondsen bewegen op die manier mee met de Rijksuitgaven, zegt het kabinet. Ook wordt de oploop van de opschalingskorting geschrapt.

Aangepast ingroeipad

Op basis van advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en individuele reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders (de minister van BZK en de staatsecretaris van Financiën) besloten het ingroeipad, het tijdspad waarlangs gemeenten naar de nieuwe verdeling toewerken, te beperken tot drie jaar. Verder worden de effecten per gemeente van de invoering van het nieuwe model het eerste jaar beperkt tot 7,50 euro per burger, vergeleken met de gebruikelijke 15 euro. Voor 2024 en 2025 geldt een effect tot 15 euro. Het totale effect per gemeente komt daarmee neer op maximaal plus of min 37,50 euro per gemeente over drie jaar.

‘Het is van belang dat gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en een lage sociaaleconomische status voldoende weerbaar zijn en blijven. Hierbij wordt ook gekeken naar de uitwerking van het coalitieakkoord voor deze gemeenten,’ schrijft het kabinet. Voor die gemeenten komt er voor de periode tot en met 2025 een aangepast ingroeipad.

Wel aangehoord, niet gehoord

Op haar eigen site meldt het kabinet dat de ROB en VNG verbeteringen zien in het nieuwe model ten opzichte van de huidige omstandigheden. Wel zouden ze benadrukken dat verder onderzoek en continu onderhoud nodig is. Tegen het online magazine Binnenlands Bestuur is de VNG kritischer: ‘Aan twee voorwaarden van de VNG-resolutie is niet voldaan, namelijk een grotere koek en aanpassingen voor invoering.’ Met die aanpassingen bedoelt de VNG verbeterpunten die de ROB aanleverde naar aanleiding van eerdere, scherp bekritiseerde voorstellen.

In een brief van de ROB naar het Rijk, stelt de raad dat het nieuwe verbetermodel nog niet voldoende is verbeterd ten opzichte van het oude model. Er mist onder andere een onderbouwing voor de constatering dat bepaalde gemeenten lagere of hogere kosten hebben. Toets daarom herverdeeleffecten aan zaken zoals financiële welvaartsindex, regionale kansenkaart, ontwikkelingen in lokaal voorzieningsniveau en meer, aldus de ROB.

Verder stelt de ROB dat er bij de verdeling van geld uit het fonds  ook meegenomen moet worden hoeveel kosten gemeenten maken in coördinatie met andere gemeenten. Het gaat hierbij dan om buurtgemeenten, maar ook specifieke groepen zoals industriesteden, universiteitssteden, instellingsgemeenten, de G4 en toeristengemeenten. ‘Voor de VNG gelden deze voorwaarden onverkort,’ zegt  de VNG.

Het zit de VNG ook dwars dat minister Hanke Bruins Slot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het advies van ROB en VNG niet volgt om nog enkele onderzoeken af te ronden voordat de nieuwe verdeling vanaf 1 januari ingaat. Die onderzoeken worden dit jaar opgestart. De uitkomsten worden volgend voorjaar verwacht.

‘We hebben een jaar gepraat als Brugman en we zijn aangehoord, maar niet gehoord’,  concludeert Erik Drenth, wethouder financiën van Midden-Groningen en lid van de Vereniging van Groninger Gemeenten bij Binnenlands Bestuur. Ook burgemeester Leo Pieter Stoel van Ameland, en  voorzitter van het Friese overleg van portefeuillehouders financiën, is teleurgesteld dat het advies niet wordt gevolgd: ‘In die onderzoeken zit nou net de crux,’ aldus Stoel. ‘Achteraf het verdeelmodel aanpassen zal een hele discussie geven.’

Zowel de Friese als Groningse gemeenten maakten aan de Tweede Kamer bekend teleurgesteld te zijn dat gemeenten als ‘toonaangevend adviesorgaan zo opzijgezet worden. Vooral noordelijke gemeenten komen volgens henzelf minder goed uit de verdeling van het gemeentefonds. Zij hopen beiden dat er nog wordt gekeken naar eerdere adviezen van de ROB en de resolutie van de VNG. Ze schrijven: ‘De kwalificatie ‘beter model’ is onvoldoende als het nog steeds een slecht model betreft.’

Het Rijk noemt het nieuwe model geen eindstation en geeft aan dat het continu wordt onderhouden. Over drie jaar wordt het nieuwe model geëvalueerd.