Het extra vermogen vraagt om 750 tot 800 windturbines. De 10,7 gigawatt extra opgewekte stroom levert genoeg op om 10,7 miljoen huishoudens van elektriciteit te voorzien. De drie nieuwe windenergiegebieden heten Nederwiek, Lagelander en Doordewind. De andere twee herbevestigde gebieden die eerder al op tafel lagen zijn het noordelijke deel van IJmuiden en het zuidelijke deel van Hollandse Kust (west).

De uitbreiding van windmolens is bedoeld om een groter aandeel groene stroom te produceren voor huishoudens en Nederlandse industrie. Nu staan er al windparken op zee bij IJmuiden, Egmond en voor de Zeeuwse kust. Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie: ‘Rond 2030 willen we 21 gigawatt uit windenergie op zee halen, waarmee windenergie op zee dat jaar onze grootste bron van elektriciteit is.’

Geld uit Klimaatfonds

De minister geeft daarbij aan zorgvuldig rekening te houden naar andere belangen op de Noordzee zoals scheepvaart, visserij, natuur en ecosystemen en gevolgen voor defensie. Daarbij zullen alle belanghebbenden bij het proces worden betrokken.

Het kabinet stelt voor om een deel van de uitgaven te bekostigen met 1,69 miljard euro uit het Klimaatfonds. Dit fonds is deels bedoeld voor dit soort grote energieprojecten. Het geld is nodig voor de ruimtelijke inpassing van de stroomaansluiting op het vasteland, maar ook voor scheepvaartveiligheid, verduurzaming en aanpassing van de visserijsector en versterking en bescherming van het Noordzee-ecosysteem. Voor de aansluitingen zijn al verschillende procedures in gang gezet of zij starten binnenkort.

De kosten voor de nieuwe windmolenparken zijn verspreid over het Rijk, bedrijven en investeerders. De overheid betaalt voor de aansluiting van de windmolens, de kosten voor de bouw liggen bij de bedrijven en investeerders. Het is nog niet bekend wie dit bij de nieuwe parken zullen zijn.

Voor de vergadering zei minister Jetten dat het plan voor meer wind op zee vrijwel zeker was, zoals staat vermeld in het coalitieakkoord. Daar staat: ‘Windparken op de Noordzee hebben minder impact dan windmolens op land, maar ook op de Noordzee moet je ze goed kunnen inpassen, waarbij je rekening houdt met de natuur, met de scheepvaart en de visserij.’ Met de bevestigde nieuwe locaties is dat inpassen gelukt.

In 2030 moet het overgrote deel van de Nederlandse energiemix volgens haar Klimaatakkoord groen en duurzaam worden opgewekt. In het licht van de spanningen met Rusland is die urgentie alleen nog maar toegenomen. In het regeerakkoord stond al dat de coalitie breed wilde inzetten op het uitfaseren van fossiele brandstoffen. In plaats daarvan richt Nederland zich op hernieuwbare energiebronnen zoals windparken op zee, zonnepanelen en aardwarmte.