Advertentie
Binnenstad Enschede, door Enschede Promotie

Grootste koopstromenonderzoek ooit: winkellandschap verandert ingrijpend

De afgelopen vijf jaar kreeg het winkellandschap een ‘compleet andere gedaante’. De grootste binnensteden verliezen bezoekers, online blijft onverminderd populair, doelgericht winkelen wordt de nieuwe norm, lokaal kopen wint niet aan terrein, en winkels maken plaats voor andere functies. Dat blijkt uit het grootste koopstromenonderzoek ooit.

Uit het koopstromenonderzoek, uitgevoerd door I&O Research, BRO en Bureau Stedelijke Planning, blijkt dat ‘winkelen’ in vijf jaar tijd een compleet andere gedaante heeft gekregen. Het onderzoek, gebaseerd op 186.000 enquêtes, levert vijf inzichten op.

De afgelopen vijf jaar is het aantal bezoekers in veel winkelgebieden gehalveerd. De grote binnensteden van Nederland zijn hierbij het hardst getroffen. Doelgericht winkelen wordt populairder: een bezoek aan de bouwmarkt of woonboulevard wint het van de binnenstad. De trend van lokaal kopen lijkt zich in die periode bovendien niet door te zetten. Ook blijkt dat steeds meer winkels plaats maken voor horeca, ontspanning en woningen. Waar trends als online winkelen al geruime tijd impact hebben, laten het onderzoek en de vijf inzichten zien dat het binnenstedelijk winkelgebied nadrukkelijk verandert. Dit heeft ook ruimtelijke gevolgen.

1. Grootste binnensteden verliezen terrein

In de meeste winkelgebieden daalt het aantal bezoekers sinds 2016. Uitzondering zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Deze steden deden het tot 2018 nog heel goed. Corona, de forse terugloop van het aantal toeristen en het grotendeels wegblijven van kantoorpersoneel hebben hierop extra negatief effect gehad.

In Den Haag, Rotterdam en Amsterdam zijn met name de laatste twee jaar grote omzetverliezen te zien. Hiermee verliezen deze steden hun positie van ‘koopkathedraal’. Alleen Utrecht wist die positie vast te houden.

Buiten de vier grote steden weten de middelgrote steden Leiden en Hilversum ten opzichte van 2018 wel meer omzet in recreatieve aankopen te realiseren. Net als Leidschendam-Voorburg, door de opening van The Mall of the Netherlands. In andere grote gemeenten loopt het omzetverlies soms op tot meer dan 20 procent. Voor de overige gebieden was in het najaar van 2021 juist sprake van enig herstel.

2. Opmars online winkelen zet onverminderd door

De opmars van online winkelen zet gestaag door, blijkt uit eerdere koopstromenonderzoeken. Anno 2021 zijn in alle bestedingscategorieën - van boodschappen tot mode en interieur - de internetbestedingen verder toegenomen.

De coronapandemie zorgde daarbij in de meeste bestedingscategorieën voor een versnelling. Jongeren gaven vaker dan ouderen aan méér online te zijn gaan kopen. Toonbankbestedingen namen in totaliteit ook toe, maar minder hard dan online en niet in alle sectoren.

3. Doelgericht winkelen steeds populairder

De toestroom van bezoekers neemt met name bij gemeenten met (boven)regionale woonboulevards of retailparken toe. Consumenten zijn bereid verder te reizen voor doelgericht aanbod, zoals bij bouwmarkten, woonwinkels en tuincentra. In deze sectoren stegen dan ook de fysieke bestedingen.

Dit komt niet alleen door de huidige hoogconjunctuur, maar ook door corona: door herwaardering van woningen, thuiswerken, het willen vermijden van drukke plekken, en korter en doelgerichter willen winkelen. De invloed van IKEA blijkt significant. Gemeenten als Utrecht, Amersfoort, Delft en Son en Breugel weten de meeste extra omzet van buiten de eigen gemeente naar zich toe te trekken.

4. Trend lokaal kopen zet niet door

Op basis van de koopkrachtbinding en -toestroom naar fysieke winkellocaties tussen 2016 en 2021 blijkt dat consumenten niet meer lokaal zijn gaan kopen. Wel zijn er grote lokale en sectorale verschillen die deze conclusie nuanceren.

In Delft en Alphen aan den Rijn weet het lokale aanbod bijvoorbeeld meer bestedingen van eigen inwoners aan te trekken. Uit het onderzoek blijkt dat de oriëntatie op winkelgebieden over het algemeen afneemt, ten gunste van met name solitaire supermarkten (die niet in een winkelcentrum zitten) en online.

5. Winkels maken plaats voor horeca, ontspanning en woningen

In de afgelopen vijf jaar nam het aantal winkels in het onderzoekgebied met 9 procent af, met een vertraging in coronatijd. Het verlies aan winkels werd deels gecompenseerd met horecagelegenheden (+7,6 procent). Het gaat daarbij vooral om afhalen en bezorgen, lunchrooms, koffiebars en café-restaurants.

Veel winkelgebieden transformeren totaal en krijgen een woon- of andere niet-publieksfunctie. Ontspanning en met name horeca blijken van toenemend belang voor het functioneren van centrumgebieden. Ruim een derde van de bezoekers die recreatief komt winkelen maakt tijdens dit bezoek ook gebruik van horeca. Deze groeiende samenhang betekent dat coronabeperkingen dubbele impact hebben, vooral in de grote binnensteden. Maatregelen voor de horeca hebben indirect ook effect op de detailhandel en andersom.

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen