Mulderobdam

Uitgestelde Omgevingswet: hier gaat het mis met het DSO

Deze week liet minister de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening weten dat hij de Omgevingswet niet op 1 juli wil laten ingaan. Hij gaf aan ‘meer tijd nodig te hebben om goed te oefenen met de nieuwe systemen’, ofwel het Digitale Stelsel Omgevingswet. Dit onderdeel ligt al langer dwars. 'Vanaf de start zijn er veel vrijheden gegeven voor de exacte invulling van het digitale stelsel’, duidt adviseur Koos Seerden.

Het werken onder de Omgevingswet is vooral digitaal. Draaischijf hierbij is het DSO. Hier staan alle relevante ruimtelijke gegevens in, waarmee nieuwe ruimtelijke plannen worden gemaakt en gepubliceerd. Voordat de wet van kracht wordt, moet het DSO werken en moeten alle betrokken partijen goed met het systeem om kunnen gaan. In het testproces worden zij al enige tijd meegenomen, maar het trainen van alle betrokkenen is een ander verhaal. Dat loopt achter op schema.

‘Er is nog geen plek om de voorbeeldplannen voor bijvoorbeeld woningbouw in te zien en hier mee te oefenen’, vertelde Koos Seerden, directeur bij RHO Adviseurs, in december aan Stadszaken. Ook op moment van schrijven is zo’n ‘plek’ er nog niet. Seerden is als vertegenwoordiger van het Kennislab Omgevingswet nauw betrokken bij het maken van Omgevingsplannen en het gebruik van het digitale stelsel. ‘Bij het maken van de voorbeeldplannen en het publiceren in het DSO van deze echte content komen we allerlei nieuwe problemen tegen’, zegt Seerden nu.

Voor BZK zijn de aanhoudende problemen met de planketen en het handelen van grote bestanden reden om de ingangsdatum te verplaatsen: ‘Het is belangrijk dat de dienstverlening aan mensen en bedrijven niet in het geding komt en dat gebiedsontwikkeling niet belemmerd wordt’, meldde het ministerie dinsdag in een persbericht.

Seerden bevestigt: ‘Ook ditmaal is de verplaatsing te wijten aan problemen met het DSO. Daaraan gekoppeld is er ook een probleem met het opleiden van mensen.’ Dat opleiden kan pas als de voorbeelden er zijn. Die zijn in februari klaar.

Veel vrijheden binnen DSO

De integrale opgave van de Omgevingswet lijkt de reden dat partijen vertraging oplopen met het DSO, aldus Seerden. ‘Vanaf de start zijn er veel vrijheden gegeven voor de exacte invulling van het digitale stelsel. In tegenstelling tot het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO) bij het huidige stelsel zijn er geen standaarden voor de data binnen het DSO. Iedereen is hierin zijn eigen gang gegaan, en koos voor een andere vormgeving. Dat maakt het stelsel nodeloos extra ingewikkeld en heeft geleid tot dialecten die voor problemen in het DSO zorgen.’

Er zijn nu bijvoorbeeld acht programma’s om plannen te maken en publiceren, die onderling niet uitgewisseld kunnen worden. Seerden had liever een andere aanpak gezien. ‘Het oude systeem, het IMRO, is behoorlijk gestandaardiseerd en bevat weinig vrijheden. Voor een ICT-systeem is dit fijn, maar voor de Omgevingswet minder. Toch denk ik dat de overheid beter door had kunnen ontwikkelen op het IMRO, en niet van nul had moeten starten. Op die manier konden we een werkend systeem verbeteren en uitbreiden samen met de betrokken partijen die hier veel ervaring mee hebben. Dat is echter een gepasseerd station.’

Trainingen komen wel op gang

In tegenstelling tot december lijken de trainingen binnenkort te kunnen beginnen: ‘De afgelopen weken zijn er serieus stappen gezet in de ontwikkeling van mogelijkheden om te oefenen en trainen met het maken en toetsen van de voorbeeldplannen’, aldus Seerden.

Met het Kennislab zijn voorbeeldplannen gemaakt voor echte ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw en zonnevelden. Het zijn ontwikkelingen die een jaar geleden zijn geregeld onder de Wet ruimtelijke ordening en die nu opnieuw zijn geregeld met de instrumenten van de Omgevingswet  ‘Vier hiervan zijn al klaar en getest, met bijhorende uitkomsten en leerpunten die we doorvoeren in de oefenprogramma’s en het DSO.’

Toch is Seerden voorstander van een nieuwe datum van de Omgevingswet. ‘We kunnen pas echt starten als mensen hun nieuwe ambacht hebben geleerd. Juli is daarvoor te vroeg. We moeten naar vierduizend mensen die plannen kunnen maken of toetsen, waar de prille kennis hiervan nu vooral bij de Kennislabgroep van dertig man zit. Dit traject kost op zijn minst vier tot zes maanden.’

Belangrijk is volgens Seerden dat één partij de verantwoordelijkheid neemt om de vakwereld in sneltreinvaart te trainen. Dat kan de VNG zijn, maar ook het ministerie van BZK.  Het snel goed trainen kan de vertraging in de woningbouw door de omschakeling beperken.

Mogelijk vierde uitstel

De Omgevingswet werd in 2016 aangenomen door de Eerste Kamer. Het moet het wetgevingsstelsel voor het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving vereenvoudigen en bundelen. Het wettelijk stelsel moet grote opgaven als woningbouwopgave, de energietransitieklimaatadaptatie en de vermindering van stikstofuitstoot makkelijker en samenhangender maken. De invoeringsdatum is nu opnieuw uitgesteld naar 1 oktober of 1 januari 2023.

Seerden: ‘Wanneer je rekening houdt met de zomervakantie is 1 oktober eigenlijk geen uitstel. Om tot een soepele invoering te komen op deze datum is het noodzakelijk dat alle betrokken partijen de handen in één slaan, samen de doelen bepalen en een plan van aanpak opstellen en uitrollen. De tijd is er rijp voor.’

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen