Een bruisende winkelstraat in vijf stappen

Recent benadrukte de Rabobank dat de veranderingen in het winkellandschap niet worden veroorzaakt door de coronapandemie of de opkomst van e-commerce, maar doordat wij – als mens – ergens wel of niet willen winkelen. Uit recent onderzoek blijkt dat de inrichting van winkel- en centrumgebieden hierbij een doorslaggevende rol speelt. De onderzoekers komen met vijf concrete aanbevelingen.

Door Pimm Terhorst (RuimteVerhaal) en Gilbert Bal (Roots Beleidsadvies)

Het afgelopen jaar onderzochten Ruimteverhaal, Roots Beleidsadvies en Platform31 het bezoekgedrag in zeven steden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Ede, Hoorn, Nijmegen en Roosendaal. Daarbij stond de vraag centraal in hoeverre het gedrag van bezoekers wordt beïnvloed door de aanwezige functies, de architectonische kenmerken van plinten, de inrichting van de openbare ruimte en de motivatie waarmee bezoekers de straat bezoeken.

Uit het onderzoek kunnen een aantal belangrijke algemene conclusies worden getrokken. In de eerste plaats blijkt de verblijfsduur van bezoekers vooral te worden bepaald door het winkelbezoek. Dit verduidelijkt dus de belangrijke functie die winkels nog altijd in binnensteden hebben. Maar uit het onderzoek blijkt ook dat funshoppers significant meer activiteiten ondernemen dan runshoppers. Dit betekent dat ook de bezoekmotivatie in het gedrag een belangrijke rol speelt.

Figuur 1. Het gemiddelde activiteitenniveau van bezoekers in de 7 winkelstraten

Daarnaast zagen de onderzoekers dat het activiteitenniveau van bezoekers sterk samenhangt met de transparantie van gevels. En, nog belangrijker, dat het activiteitenniveau vooral wordt bepaald door de activiteiten die bezoekers buiten ondernemen. Dit betekent dat de inrichting van de openbare ruimte minstens zo belangrijk is als de kwaliteit van plinten.

Op basis van het onderzoek formuleren de onderzoekers vijf lessen voor binnensteden:

1 Vertel een uniek verhaal

In de eerste plaats adviseren zij binnensteden om een uniek verhaal te vertellen. Dit verhoogt namelijk de attractiviteit en draagt bij aan een langer verblijf. Een uniek verhaal kan daarbij worden verteld door verwijzingen naar de historie of door te verwijzen naar een gezamenlijk verhaal over de toekomst.

In de zeven onderzochte steden zijn hiervan voorbeelden te zien, maar vaak nog te subtiel om het bezoekgedrag wezenlijk te wijzigen. In de Grote Marktstraat in Den Haag werd tijdens het ontwerpproces bijvoorbeeld gekozen voor vorstelijke kroonluchters, maar de uiteindelijk geplaatste armaturen zijn vrij bescheiden. Het onderzoek bevestigt de geringe invloed op het bezoekgedrag. Mede daarom bestaan er plannen om met inrichtingselementen een duidelijker verhaal te gaan vertellen.

2 Zet in op herkenbaar wandelcircuit

Een uniek verhaal kan volgens de onderzoekers ook een leidraad zijn voor het creëren van een herkenbaar wandelcircuit. Duidelijk is in elk geval dat een dergelijk wandelcircuit bijdraagt aan de beleving van bezoekers. Middelen die ingezet kunnen worden zijn bewegwijzering, maar vooral ook elementen in de openbare ruimte. Zo kan met bijvoorbeeld de keuze van straatprofielen ‘onbewust’ gedrag worden gestimuleerd.

Andersom kan het wandelcircuit ook een verhaal vertellen. Het wandelcircuit vormt dan de ‘bewegwijzering’ door het centrum die bezoekers van de ene naar de andere leuke plek brengt. Waarbij het voor binnenstadsontwikkelaars overigens wel van belang is om bewust te zijn van de afstand tussen trekkers en bronpunten en de verschillende functies van straten in binnensteden. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat funshoppers bereid zijn om langere afstanden af te leggen dan runshoppers. Het is belangrijk om daarmee in het wandelcircuit rekening te houden.

3. Zet in op groen en klimaatadaptatie

Een derde aanbeveling richt zich op vergroening en klimaatadaptatie. Ook vanuit het perspectief van bezoekers is dit van groot belang.

Een gemeente die hierin voorop blijkt te lopen, is de gemeente Ede. Hier is in een relatief smalle straat als de Grotestraat samen met eigenaren een plan voor vergroening ontwikkeld en zijn zeventien bomen toegevoegd. Een ander voorbeeld is de Raadhuisstraat in Roosendaal. Hier zijn met relatief kleine ingrepen als geveltuintjes duidelijke stappen in vergroening gezet.

Belangrijk is wel om in elke straat te kiezen te kijken naar wat er bij een straat past. Welke type groen past bij de ruimtelijke inrichting en aanwezige functies? Door hiervan uit te gaan, kan een gedragen aanpak voor vergroening worden geformuleerd.

Figuur 3. Het groen in de Grotestraat in Ede, bron gemeente Ede
 

4. Creëer passende verblijfsvoorzieningen

Een vierde aanbeveling heeft betrekking op verblijfsvoorzieningen. Uit het onderzoek komt naar voren dat vooral zitvoorzieningen het gedrag beïnvloeden. Als deze er zijn, maken mensen er ook gebruik van.

Uiteraard blijkt daarbij ook het type (formeel of informeel, openbaar of commercieel) en de locatie van zitplekken (in de schaduw of zon, op een rustige of drukke plek) van belang. Bij een herinrichting is het dan ook belangrijk om hiermee rekening te houden.

Daarnaast verduidelijkt het onderzoek dat andere voorzieningen van belang zijn om het verblijf aantrekkelijker te maken. Denk bijvoorbeeld aan praktische voorzieningen als een openbaar drinkwaterpunt en toilet, maar ook aan speelplekken, kunst en entertainment. In algemene zin blijken dergelijke voorzieningen het activiteitenniveau van bezoekers te stimuleren.

5. Zorg voor een aantrekkelijke functiemix

De aantrekkelijkheid van een straat blijkt tenslotte sterk samen te hangen met de functies in de plint en hun uitstraling. Ook het temporele aspect en het zogenaamde ‘ritme’ van de straat is van belang. De onderzoekers adviseren daarom om waar mogelijk andere functies toe te voegen en te voorkomen dat er gaten in het wandelcircuit vallen.

Leegstand zorgt voor minder activiteiten en minder lange verblijfsduur. Dit beeld was het sterkste zichtbaar in het Grote Noord in Hoorn, waar in het segment met relatief veel leegstand een andere dynamiek werd waargenomen (zie figuur 4). In plaats van verticale en diagonale bewegingen werden in dit segment vooral lineaire looplijnen waargenomen.

Niet-publieke functies zoals wonen hebben volgens de onderzoekers een vergelijkbaar effect. Zij adviseren daarom om de plint in verblijfsstraten zoveel mogelijk openbaar toegankelijk te houden, en wonen en werken vooral op de etages daarboven toe te voegen.

Figuur 4. Het bezoekersgedrag in het Grote Noord in Hoorn verschilt per segment
 

Hoe nu verder?

Uit het onderzoek van Ruimteverhaal, Roots Beleidsadvies en Platform31 blijkt dat de inrichting van winkel- en centrumgebieden een doorslaggevende rol speelt in het gedrag van bezoekers. De toekomst van de binnenstad begint in die zin dus op ooghoogte. Dit perspectief bepaalt immers hoe wij – als mens – een centrum beleven. Sterker nog: het blijkt zelfs ons (winkel)gedrag te beïnvloeden.

Om nog meer inzicht te verwerven in de mate waarin functies, plinten en de inrichting van de openbare ruimte het bezoekgedrag beïnvloeden, starten RuimteVerhaal en Roots Beleidsadvies begin maart 2022 een vervolgtraject, namelijk: De winkelstraat op ooghoogte.

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen