Dat stelt ABN Amro in een vandaag gepubliceerd rapport. Daarin haalt de bank cijfers aan van het CBS, dat voorziet dat het aantal 65-plussers tot en met 2040 met bijna 1,4 miljoen groeit. Dat is ruim één miljoen meer dan de toename van 0,3 miljoen van het aantal mensen van 65 jaar en jonger. Het aandeel senioren stijgt dus flink.

Klein maar gerieflijk

Bij de nieuwbouw moet volgens ABN Amro veel meer rekening gehouden worden met deze demografische trend. Huidige plannen sluiten volgens de staatsbank nauwelijks aan bij de behoeften van de almaar groeiende groep ouderen. Daarbij komt dat ouderen weinig verhuizen, zelfs wanneer hun huidige woning ongeschikt is, aldus de bank. Ouderen hebben volgens ABN Amro een voorkeur voor ‘kleinere, maar gerieflijke’ woningen.

Daarnaast wijst ABN Amro op de zorguitgaven die parallel aan de vergrijzing zullen toenemen. De bank haalt een onderzoek van het RIVM aan dat uitwijst dat bij ongewijzigd beleid de zorguitgaven oplopen van 5.100 euro per persoon in 2015 naar 9.600 euro in 2040. Een veilige, gezonde woonomgeving kan volgens de bank bijdragen aan beperking van de zorguitgaven, zowel collectief als individueel.

In de periode 2012-2021 zijn vooral kleine appartementen voor starters en eengezinswoningen gebouwd. Woningcorporaties leverden in 2020 maar 15.000 woningen op. In 2013 waren dat er nog bijna 30.000. Commerciële partijen sprongen onvoldoende in het gat dat corporaties achterlieten, mede als gevolg van de instelling van de verhuurderheffing. De seniorenwoningen die zij wel aanboden, waren voor veel ouderen te duur.

Zorgen (voor elkaar)

Een verwacht tekort aan toekomstig zorgpersoneel vergroot volgens het rapport de urgentie om woningen op te leveren waar gemakkelijk zorg geleverd kan worden. Gelijkvloerse woningen met een ruime badkamer lenen zich daar meer voor dan verouderde gezinswoningen met een slaapkamer en kleine badkamer op de eerste verdieping. Ook zijn zorgverleners efficiënter in te zetten wanneer ouderen dichter bij elkaar wonen. ‘Gemengde woonvormen bieden uitkomst als bewoners elkaar helpen en indien nodig voor elkaar kunnen zorgen’, schrijft de bank.

De overgrote meerderheid van de 65 tot 75-jarigen woont nu nog in een eengezinswoning met meerder verdiepingen. Deze groep is in twee derde van de gevallen eigenaar. Een derde van de 65- tot 75 jarigen zou wel beamen dat de fysieke kwaliteit van hun woning ongeschikt is op de lange termijn. Van de ouderen met een verhuiswens wil met merendeel, 63 procent, graag verhuizen naar een seniorenwoning. Bij 75-plussers is het aandeel nog groter: 73 procent. Uit een onderzoek van woningbouwvereniging De Alliantie zou blijken dat 13 procent van de 65-jarigen daadwerkelijk wil verhuizen, bij voorkeur naar een kleinschalig complex met zo’n 20 woningen.

Gehecht aan de buurt

Maar de bank constateert dat er een grote discrepantie bestaat tussen wat mensen zeggen te willen en wat ze feitelijk doen, met als gevolg dat ouderen in hun oude, volgens ABN Amro ongeschikte woningen blijven zitten in plaats van te verkassen. Reden is dat bewoners gehecht zijn aan de eigen woning en buurt. Daarnaast spelen lange wachttijden en financiële overwegingen een rol.

‘Langer thuis wonen wordt door velen begrepen, terecht of niet, als blijven wonen in het huis waar je altijd gewoond hebt en ontneemt daarmee het zicht op de voordelen van nieuwe woonvormen. Wanneer ouderen te lang in een te groot huis blijven wonen, belemmert dat bovendien de doorstroming op de woningmarkt’, aldus het rapport.

‘Bij de woningbouwopgave is het van belang ruimte te bieden voor woonvormen waar sociaal contact tussen bewoners wordt gestimuleerd en waar verzorging beschikbaar is zodra dat nodig is. ‘Nabuurschap’ zal een belangrijke rol spelen in de toekomst van de zorg. De zorg wordt ontlast wanneer mensen als ‘goede buren’ meer op elkaar letten’, vervolgt ABN Amro.

Daarnaast kunnen volgens de bank voorrangsregelingen ouderen over de streep helpen. Voor de financiële drempel als gevolg van de doorgaans hoge huurprijs van vrije sector-seniorenwoningen draagt ABN Amro geen oplossing aan, behalve het vooruitzicht geen verantwoordelijkheid meer te hoeven dragen voor de eigen woning. Ook suggereert de bank om een verhuiskostenvergoeding in te stellen.

De geringe verhuismobiliteit is echter niet louter te wijten aan een gebrek aan aanbod, erkent de bank. Ook de vraag vormt een probleem. ‘Ouderen zouden al in een eerdere fase van hun leven moeten nadenken over hun toekomstige woonsituatie en fiscaal of met andere vormen van steun moeten worden gestimuleerd om te verhuizen. Hoe langer ouderen verhuizing naar een op termijn geschikte woning uitstellen, hoe moeilijker het wordt deze stap alsnog te zetten.’