Foto: Gemeente Amsterdam

Druk op ruimte voor werken: ‘Geen werkgebied heeft eeuwig bestaansrecht’

Chris Choa pleit voor een ‘social contract’ tussen de stedelijke planning-autoriteiten en bedrijven in bedreigde werkgebieden. Dat vereist de bereidheid van zowel steden als bedrijven om zich in het belang van de ander te verdiepen, en iets voor elkaar te doen.

Chris Choa is hoofdspreker op het zestiende BT Event op woensdag 10 november in Eindhoven, hét congres voor iedereen die werkt aan de toekomst van Nederlandse werklocaties . Ga voor het volledige programma en aanmelden naar www.btevent.nl

In februari 2019 verrichte een ‘technical advisory panel’ (TAP) van het Urban Land Institute (ULI) op uitnodiging van de gemeente Amsterdam vier dagen veldwerk in het Westelijk Havengebied. De stad koestert de ambitie om 70.000 woningen te bouwen in het bedrijven- en havengebied. Het panel spaarde haar opdrachtgever niet. Zo noemde panel-voorzitter Choa, destijds voorzitter van de Britse afdeling van ULI en directeur van de steden-adviespoot van het Amerikaanse ingenieursbureau Aecom, de doelstelling om 70.000 huizen te realiseren in Haven-Stad een ‘sprookje’, als de gemeente niet een aantal obstakels wegneemt die uitvoering van het project nu nog in de weg staan.

(Geen) eeuwig bestaansrecht

Eén van die obstakels is het vraagstuk van de zittende bedrijven. Dat gaat niet alleen om haven-gerelateerde bedrijvigheid in de Coen- en Vlothaven, maar ook om ondernemers in het bedrijvengebied Sloterdijk, die veelal een langdurig gebruiksrecht op de grond hebben. ‘Om gestelde ambities haalbaar te maken, moet eerst tot een vergelijk gekomen worden met deze zittende bedrijven’, oordeelde het panel. De bedrijven voelden zich ‘overvallen’ door de woningbouwplannen.

Gevraagd naar de conclusies uit 2019, spaart Choa twee-en-half jaar na dato ook de bedrijven niet. ‘Veel bedrijven zitten daar soms al tientallen jaren en zijn lui geworden. Ze dachten dat ze daar voor altijd konden blijven zitten. Dat is natuurlijk niet zo. Steden zijn continu in ontwikkeling. Oude werkgebieden kunnen door transformatie vaak meer waarde toevoegen aan de stad als geheel. Geen enkele werklocatie heeft een eeuwig bestaansrecht. Dat neemt niet weg dat deze bedrijven een alternatief moeten hebben.’
 

Geboren in New York als kind van een Franse moeder en een Chinese vader, zette Christopher (Chris) Choa zijn eerste schreden als architect in Amerika en vervolgens in Japan, China en het Midden-Oosten. In China ontwikkelde hij zich door tot stedelijke planner in een tijd van grote stedelijke transformaties, toen hij zich meer ging interesseren voor de systemische schaal. Choa verhuisde naar Londen tijdens de voorbereidingen voor de Olympische Spelen van 2012, en werd uiteindelijk adviseur van de burgemeester van Londen. Vorig jaar richtte hij Outcomist op, een adviespraktijk waarmee hij zich focust op resultaatgerichte planning.


Verdringen of beschermen

Choa onderscheidt twee dominante denkrichtingen die belangrijk zijn om te begrijpen om meer grip te krijgen op het proces van stedelijke transformaties: het ‘utilitarisme’ van de Engelse filosoof, jurist en sociaal hervormer Jeremy Bentham (1748-1832) en de ‘rechtvaardigheidstheorie’ van de Amerikaanse politiek filosoof John Bordley Rawls (1921-2002). ‘Het utilitarisme is een stroming in de filosofie die draait om de vraag hoe je de meeste waarde genereert voor het grootste aantal mensen voor de laagste publieke kosten. Rawls vindt echter dat je maximaal voordeel moet nastreven voor de minst bevoordeelde leden van de samenleving. Waar een utilitarist zou kunnen redeneren dat een investering in een rolstoeltoegankelijke openbare ruimte te duur is en het veel goedkoper is om rolstoelgebruikers gratis taxivervoer aan te bieden, redeneert een aanhanger van Rawls dat de openbare ruimte moet werken voor de mensen die het meest benadeeld zijn, en je niemand mag uitsluiten.’

'Eindhoven is te klein. Amsterdam is te klein. Misschien is de Randstad zelfs te klein'

Terug naar bedrijventerreinen. ‘Vanuit een utilitaristische visie zou je kunnen stellen dat transformatie van een bedrijvengebied naar nieuwe functies onvermijdelijk is, als het de stad als geheel ten goede komt en beantwoordt aan andere behoeften, die een toenemende druk leggen op monofunctionele werkgebieden. Maar een bedrijf dat al twintig jaar naar tevredenheid in het gebied zit wordt dan benadeeld. In de filosofie van Rawls zullen dit bedrijf en andere kleine bedrijven in het gebied als benadeelde groep juist beschermd moeten worden. Dit is een fundamentele spanning tussen twee wereldbeelden. Beide denkrichtingen zijn goed. En is geen goed of fout.’

Social contract

Dit brengt Choa tot de kern van zijn boodschap. Hij pleit voor een ‘social contract’ die beide wereldbeelden, die vaak gepaard gaan met belangen, aan elkaar verbindt. ‘We moeten echt het social contract begrijpen als we grote transformaties aangaan. Jij geeft alleen wat van je vrijheid op en steunt mijn idee alleen als ik iets voor je terug doe, dat een deel van je rechten garandeert. Als ik dat niet bied, kan ik ook geen ondersteuning verwachten. Als een stad een werkgebied wil transformeren naar woningbouw, dan zal een industriële gebruiker van dat werkgebied vragen wat hij ervoor terugkrijgt. Iedereen die wat wegneemt, moet iets teruggeven. Maar dat geldt evengoed voor industriële gebruikers zelf. Als zij in het gebied willen blijven, wat geven zij terug aan de stad?’

Snelle urbanisatie

Choa focust zich in zijn werkpraktijk voornamelijk op gebieden die veranderen door snelle urbanisatie, vaak gekoppeld aan demografische of economische veranderingen. In Europa was hij betrokken bij de herstructurering van oude industriegebieden. Naast urbanisatie noemt Choa nieuwe technologieën, klimaatverandering en migratie als belangrijke gamechangers. Geen trend is dominant of staat op zichzelf, benadrukt hij. ‘Denk aan klimaatverandering. De komende honderd jaar zullen honderden miljoenen mensen genoodzaakt zijn zich te verplaatsen omdat veel plekken op aarde onleefbaar worden. In de tweede helft van de twintigste eeuw de-industrialiseerde West-Europa in belangrijke mate. Dat heeft een enorme impact gehad op de inrichting van onze steden. Waarom is er nu meer vraag naar huisvesting in en rond de steden? Omdat meer jonge mensen aangetrokken worden door banen in dienstverlenende sectoren die zich vaak in steden concentreren. Het is belangrijk om te begrijpen waarom dingen veranderen.’

Groter is beter

Choa eindigt met een ontnuchterende boodschap: ‘Vanuit de urbanisatie-context denk ik dat de best verbonden steden de winnaars zullen zijn. Eindhoven is te klein. Amsterdam is te klein. Misschien is de Randstad zelfs te klein. Stedelijke regio’s worden belangrijker dan naties. Denk aan de Greater Bay Area (Guangdong–Hong Kong–Macau, red.) of het stedelijk gebied dat loopt van Philadelphia tot Boston. Dit zijn steden die in elkaar overlopen en als eenheid functioneren. Hoe meer een regio door samenwerking groeit, hoe attractiever die regio wordt voor bedrijven of mensen om zich daar te vestigen. Je kan je beroepen om je autonomie, maar Rotterdam, Delft of Den Haag zijn slechts buurten, geen steden. Ook hier is weer sprake van botsende wereldbeelden en belangen, met winnaars en verliezers.’

Tijdens het BT Event op woensdag 10 november op de Brainport Industries Campus in Eindhoven, gaat Choa verder in op de werking van het social contract, waarbij hij put uit zijn ruime internationale ervaring. Kijk voor het volledige programma op www.btevent.nl
 

De app van Stadszaken is gratis te downloaden via de Google Play Store en de App Store van Apple. Met de app heb je nieuws, opiniestukken en achtergrondverhalen over de fysieke inrichting van Nederland in een vloek en een zucht op het scherm van je smartphone of tablet. Een must-have voor de RO-professional en de liefhebbers van stedelijke en ruimtelijke trends.
Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen