Nu 8 miljoen woningen in Nederland

Sinds juni dit jaar telt de Nederlandse woningvoorraad acht miljoen woningen. Daarmee zijn er een miljoen bijgekomen sinds 2005, meldt het CBS vandaag op basis van nieuwe cijfers over de woningvoorraad. De grootste relatieve toename vond het afgelopen halfjaar plaats in Roermond.

Van januari tot juli 2021 zijn er in heel Nederland 39.000 woningen bijgekomen. Dat is al iets meer dan de helft van de beoogde 75.000 woningen per jaar. De provincie Noord-Holland groeide dit jaar het hardst met 8.000 nieuwe woningen, waarvan bijna 4.300 in onze hoofdstad. Relatief gezien staat Roermond echter bovenaan, met ruim 1.200 nieuwe woningen, en een inwonersaantal van zo’n veertien keren kleiner dan Amsterdam. In 2020 werden ruim 79.000 woningen gerealiseerd. Ook dit overtrof het bouwdoel, met ruim 69.000 nieuwbouwwoningen, en daarop nog circa 10.000 transformatiewoningen.

De meeste woningen zijn, niet geheel verassend, te vinden rondom de Randstad. De provincies Zuid-Holland (ruim 1,7 miljoen woningen), Noord-Holland (bijna 1,4 miljoen) en Noord-Brabant (bijna 1,2 miljoen) bevatten met 53 procent meer dan de helft van de Nederlandse woningvoorraad, waarvan gemeente Amsterdam met ruim 454.000 woningen bovenaan staat. Het minst aantal woningen staan in Flevoland (176.000), Zeeland (bijna 189.000) en Drenthe (225.000).

Beeld: CBS

Bij de eerste landelijke telling in 1899 telde men bijna 1,1 miljoen woningen. Een stijging sindsdien dus van meer dan 6,9 miljoen woningen. Met uitzondering van de wereldoorlogen, zijn er jaarlijks vooral woningen bijgekomen. Het recordaantal nieuwe opleveringen was in 1973, toen er in een jaar tijd bijna 158.000 woningen werden opgeleverd. Dit recordjaar hangt samen met het groeiende aantal huishoudens van toen, als gevolg van de babyboomers. Deze generatie, geboren tijdens de grote geboortegolf van 1946-1960, ging halverwege de jaren zestig zelf huishoudens vormen, wat tot massale bouw leidde.

De verhouding tussen het aantal Nederlanders en het aantal woningen veranderde sterk in de afgelopen eeuw. Want ondanks de grote bevolkingsgroei van de twintigste eeuw, kromp het gemiddelde huishouden. In 1921 stond er voor iedere 4,8 inwoners een woning. In de afgelopen decennia nam het aantal een- en tweepersoonshuishouden flink toe, en telt een gemiddeld huishouden nu 2,2 inwoners. Reden hiervoor is de maatschappelijke individualiseringstrend van de afgelopen tijd, met onder andere de toename in het aantal scheidingen. Ook vergrijzing speelt een grote rol. Deze eerdergenoemde babyboomers zijn nu rond de zestig of zeventig jaar oud, en leven naar verwachting niet alleen langer dan vorige generaties. Oudere mensen blijven ook langer zelfstandig wonen.

De ontwikkeling van de woningvoorraad, met een mutatiesaldo van zo’n 75 duizend woningen in 2020. Beeld: CBS

 

De app van Stadszaken is gratis te downloaden via de Google Play Store en de App Store van Apple. Met de app heb je nieuws, opiniestukken en achtergrondverhalen over de fysieke inrichting van Nederland in een vloek en een zucht op het scherm van je smartphone of tablet. Een must-have voor de RO-professional en de liefhebbers van stedelijke en ruimtelijke trends.
Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen