In maart dit jaar presenteerde demissionair minister Ollongren van BZK de Standaard voor woningenisolatie al aan de Tweede Kamer. Met het toevoegen van deze standaard aan het energielabel werken woningeigenaren niet alleen aan het verlagen van de energierekening, ook krijgen ze handvatten om de isolatie te verbeteren en te werken naar een aardgasvrije woning. Potentiële kopers hebben bij de aankoop van een huis snel een overzicht van de nodige verbeteringen om de woning aardgasvrij te verwarmen, wat zich weer vertaalt naar de nog te verwachten verduurzamingskosten.

De Standaard

Wanneer de woning voldoet aan de standaard, verliest de woning zo min mogelijk warmte via buitenmuren, vloer, dak, ramen en deuren. Door deze isolatie, kierdichting en ventilatie is de woning klaar voor de overstap naar een duurzame warmtevoorziening. In veel gevallen is dan ook geen aanpassingen nodig aan de verwarming. Omdat dat standaard toekomstvast is, hoeft de woning later niet nogmaals geïsoleerd te worden. Dat voorkomt mogelijk ingrijpende aanpassingen van de radiatoren bij overschakeling op alternatieven voor aardgas.

De standaard houdt rekening met de bouwkundige kenmerken van de woning. Woningen van voor 1945 hebben bijvoorbeeld vaak geen spouwmuur: een muur die uit twee evenwijdige delen bestaat. De standaard is voor deze woningen daarom minder strikt dan voor woningen van na 1945. Voor huizen van voor dit jaar maakt het isoleren naar de standaard de woning geschikt voor een duurzame warmtebron met een lagere aanbodtemperatuur van vijftig graden. Woningen van na 1945 kunnen worden aangesloten op een duurzame warmtebron van minimaal zeventig graden.

Naast de standaard voor de gehele woning, staan op het energielabel nu ook streefwaarden voor losse onderdelen. Deze bieden een toekomstvaste referentie voor enkele bouwdelen, zoals daken, vloeren of ramen. Als alle bouwdelen geïsoleerd worden tot de streefwaarde, is de standaard voor woningisolatie ruimschoots gehaald.

1,5 miljoen woningen voor 2030

De standaard is opgesteld door een commissie met een brede vertegenwoordiging van betrokken partijen, zoals de VNG, Bouwend Nederland, Techniek Nederland en de Woonbond. Zowel de bouwstandaard als de aanduiding daarvan op het energielabel vloeien voort uit het Klimaatakkoord. Hierin is afgesproken om 1,5 miljoen woningen voor 2030 te verduurzamen. Het Rijk wil de consumenten daarbij zoveel mogelijk op weg helpen.

Eerder werd hiertoe de ISDE opgetuigd, de Investeringssubsidie Duurzame energie en Energiebesparing. Om deze subsidie te krijgen, moeten woningeigenaren minimaal twee verduurzamingsmaatregelen nemen. Daarnaast kan men BTW terugvragen op nieuwe zonnepanelen, en bestaan er lokale subsidieregelingen. Bij de laatstgenoemde gaat het vaak om vergroenende maatregelen, zoals de aanleg van een groen dak of het vergroenen van de tuin.

Sinds zondag staat op alle energielabels de standaard vermeld. Vanaf 1 september kunnen huiseigenaren hun labels die tussen 1 januari en 1 augustus 2021 zijn geregistreerd inclusief vermelding downloaden van MijnOverheid.