Grijp kansen voor de natuur, sluit de kustlijn en verzoet

Nederland moet zich moeten weren tegen zeespiegelstijging. Het lijkt daarbij vrijwel onmogelijk om de ‘delta’ met beschermde natuurgebieden, van Natura 2000 tot Nationale Parken, in stand te houden. Bovendien is de huidige situatie voor de natuur verre van ideaal. De vraag is dan ook niet wat er moet blijven, maar welke invloed klimaatbestendige maatregelen op de natuur hebben en hoe we kansen kunnen benutten, schrijft Wil Borm. Hij past de insteek toe op Zeeland.

Door Wil Borm, adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer

In het begin van de jaartelling lagen de lage delen van Nederland zo’n zes meter boven de zeespiegel. Door ontwatering en exploitatie daalde de bodem en drong de zee met getijdenbekkens (wadden en zeegaten) het land binnen. Wat eens een zeewaarts aangroeiende delta was, werd het tegenovergestelde, namelijk door de zee aangetast land.

Dit verklaart het grote verschil tussen het regelmatig gevormde kustfundament in zee en de grillig vervormde kustlijn van het land. De binnendringende zee werd meer en meer bedreigend en uiteindelijk waren de Zuiderzeewerken en Deltawerken nodig om ons voor ondergang te behoeden. 

Christiaan Brunings, de grondlegger van Rijkswaterstaat, omschreef het cultuurlandschap van Nederland als ‘het telkenmale opnieuw overschilderde doek’. Het tempo van verandering nam in de eeuwen na Brunings fors toe en nieuwe ingrepen kondigen zich momenteel aan. Inmiddels beseffen we ons ook dat ‘de natuur’ niet los van ons staat. Ylva Poelman, lector bionica/biomimicry en innovatief publicist, geeft aan dat de economie valt onder de biosfeer (= de BV Natuur), het begrenzend en bepalend overkoepelend moederbedrijf van alle bedrijven. Gaat het mis, dan gaat het mis met ons.

Uit lijfsbehoud komen er grootschalige systeemmaatregelen, waarbij we binnen de kaders van de biosfeer behoren te blijven. Dat geldt voor transities in energie, landbouw, woningbouw en overige infrastructurele maatregelen voor de toekomstige veiligheid en leefbaarheid. De Club van Rome wees al op grenzen aan de groei en die komen op veel gebieden in zicht.

Landelijke waterhuishouding voldoet niet

Met de biosfeer gaat het nu niet goed. De waterkwaliteit van onze zoete wateren laat veel te wensen over en de decennialange conservering van zoute milieus binnen de kustlijn, zoals Oosterschelde en Grevelingen, leidde tot een forse verarming van de natuurwaarden. Ook kunnen we met de Kier, het fragmentarisch openen van enkele sluizen in de Haringvlietdam, binnen enkele jaren niet meer voldoen aan onze internationale verplichtingen voor vismigratie. Extremen in rivierafvoeren en de verwachte zeespiegelstijging leiden immers tot toename van sluitingen.

Verzilting en verdroging eisen op tal van plaatsen hun tol en het meeste zoete water verdwijnt via een open gehouden Nieuwe Waterweg ongebruikt in zee. De landelijke waterhuishouding blijkt verre van toekomstbestendig. Er valt nog veel te winnen.

Migratierivieren in zee bieden een oplossing

Plannen zoals ‘Zout water in het Haringvliet’ worden door de tijd achterhaald. Met de kennis van nu is het niet raadzaam de zee binnen te halen, maar om juist de overgangen van zoet naar zout zeewaarts te verschuiven.

Zowel van en naar zee trekkende vissen hebben een periode van enkele weken nodig om zich fysiek aan te passen aan de overgang van zout naar zoet of andersom. Hiervoor is een verbinding met zee vereist, waarbij onder invloed van getijden en stroming zout en zoet water zich over tientallen kilometers met elkaar kunnen mengen. Dit is mogelijk door een ondiepe vlakte tegen de kust te omarmen met dammen en vervolgens op te laten slibben. Na aanleg van wisselende strekdammen zal er een lange migratierivier ontstaan die westwaarts overgaat in een estuarium.
 

Kaart: Maps4News, Rijkswaterstaat.
 

Zolang spuien mogelijk blijft, vormen migratierivieren een oplossing voor de trekvissen. Voor het Haringvliet kan aangevangen worden met de aanleg van een migratierivier op de Hinderplaat tussen de stroomgeul van het Haringvliet en de Maasvlakte. Kijken we wat verder in de tijd vooruit, dan komen een tweede kustlijn en een verlengde Nieuwe Waterweg met zeesluizen in beeld. Een Haringvliet westwaarts uitgebreid met een estuarium past daar uitstekend bij.

Wanneer het rivierpeil ooit lager komt te liggen dan het zeepeil zullen de vissen op kunstmatige wijze van en naar zee overgezet moeten worden. Dit kan met een schroef van Archimedes richting zee en met een lozingsklep met waterglijbaan naar de rivier. Belangrijk blijft dat onder alle omstandigheden deze overzet van zoet naar zoet plaatsvindt. Dus geen schoksgewijze overgang. Een continue zoete aanvoerstroom in de migratierivier moet niet alleen trekvissen lokken, maar er ook voor zorgen dat de overgang van zout naar zoet geheel in het estuariene gedeelte blijft gesitueerd.

Dit laatste is toekomstmuziek. Voorlopig kunnen we met de aanleg van een zeewaartse migratierivier wel zo’n vijftig tot honderd jaar vooruit. Daarnaast mogen de Zeeuwse wateren zich ontwikkelen tot zeldzame zoete en rijke natuurgebieden en kan de compartimentering grotendeels worden opgeheven, wat gunstig is voor natuur en recreatie. Ten westen van de huidige kustlijn neemt door het ontbreken van in- en uitstromend getijde de aanwas toe en vormen zich nieuwe natuurgebieden.

Het belang van zoet

Aangezien minder dan een tienduizendste van al het water op aarde zoet oppervlaktewater is en dit water van belang is voor natuur en mens, is het zoet houden en verder verzoeten van de Zeeuwse wateren, zowel goed voor de biodiversiteit als voor de leefbaarheid. Er ontstaan zeldzame zoetwatermilieus, het vestigingsklimaat verbetert, de verzilting neemt af, zoet water komt er in overvloed en de noodberging wordt ruimer.

Het is voor Nederland nog niet te laat. Plannen die het kustfundament stabiliseren en doen aangroeien hebben een goede kans van slagen. Zowel zandsuppletie als stimulering van aanwas is het succesvolst op plaatsen waar sedimentatie al van nature plaatsvindt.

Het rapport van de Deltacommissie uit 2008 heet niet voor niets ‘Samen-werken met water’. Integraal sedimentbeheer speelt hierbij een landschapsvormende rol. Bewoonbaar Nederland heeft alleen toekomst bij gesloten en zeewaartse keuzes. Sluit de kustlijn en verzoet.

De app van Stadszaken is sinds deze week gratis te downloaden via de Google Play Store en de App Store van Apple. Met de app heeft u nieuws, opiniestukken en achtergrondverhalen over de fysieke inrichting van Nederland in een vloek en een zucht op het scherm van uw smartphone of tablet. Hoofdredacteur Marcel Bayer noemt de app een must-have voor de RO-professional en de liefhebbers van stedelijke en ruimtelijke trends.
Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen