Foto: Maarten Feenstra

WikiHouse: Almeers debuut zorgt voor wereldwijde interesse

In Almere staat een uniek bouwproject: WikiHouse. Hier verrijzen energiezuinige, vraaggerichte en betaalbare woningen. Vanuit een open source-bibliotheek kunnen mensen zelf het huis ontwerpen. Het houten skelet wordt vervolgens digitaal gefreesd en opgestuurd, waarna de eigenaar de materialen zelf ordent, uitstalt en in elkaar zet. Een concept dat tegen de huidige trend van massabouw inzwemt, en daarmee veel bekijks oplevert.

Almere groeit snel en kampt met een groot woontekort. Zowel in de sociale huursector, vrije huursector als (goedkope) koop. Tegelijkertijd ontwikkelt de omgeving zich verder als toekomstbestendig groen, duurzaam en levendig gebied. Organisatie Wonigbouwatelier werkt daarom samen met de gemeente Almere, provincie Flevoland en het Rijk aan de integrale stedelijke ontwikkeling van het gebied. Als initiatief ontstond zo De Stripmaker: 27 woningen en tevens de eerste voltallige buurt ter wereld volgens de innovatieve bouwsystematiek van WikiHouse.

In tegenstelling tot de meeste zelfbouw is deze techniek juist geschikt voor starters en huishoudens met een inkomen net boven de huursubsidiegrens. Woningbouwatelier ontwikkelde samen met Goede Stede en Trebbe bij de BouwEXPO in 2018 al het eerste Nederlandse WikiHouse. Daarmee werd de bouwmethode uitvoerig aan de Nederlandse wet- en regelgeving getest, met positief resultaat. Mensen betalen bij De Stripmaker een marktconforme grondprijs en krijgen geen subsidie voor de bouw. Wel krijgt men begeleiding van Woningbouwatelier bij het ontwikkel- en bouwproces. De huizen zijn energiezuinig en betaalbaar (ca. €165.000 - €235.000 v.o.n. voor de WikiHouses die nu worden gebouwd in fase één). Hoe meer men zelf onderneemt, hoe lager de kosten. Dat kan zo 25 procent van de kosten besparen dan wanneer je eenzelfde woning laat bouwen door een aannemer. En er is veel enthousiasme voor de vorm van zelfbouw, blijkt uit het grote aantal geïnteresseerden.

‘Dit is een kans die ik niet snel opnieuw krijg’

Linda Slots (43) is één van de zelfbouwers en tevens ambassadeur bij WikiHouse De Stripmaker. Van een koopwoning in Lelystad keerde zij vorig jaar terug naar Almere, om dit avontuur aan te gaan. ‘Ik heb altijd de droom gehad om een vrijstaande woning naar mijn wensen te realiseren. Dit is een kans die ik niet snel opnieuw krijg’, vertelt Slots. Halverwege dit jaar maakt ze samen met haar dochter intrede in haar huis van 85 vierkante meter vloeroppervlak, met verdieping, tuin, zonnepanelen en goed geïsoleerde muren. Ook een luchtwarmtepomp staat op de planning. Haar huis is onderdeel van de eerste fase en staat pal aan het begin van de straat. De bouw begon in oktober en vordert gestaag. Het houten casco stond al binnen een paar weken, en met de hulp van haar vriend en een derde mankracht hopen ze voor de zomer klaar te zijn.
 

 

Duurzaam en digitaal

Het concept van WikiHouse ontstond in Engeland. Woningbouwatelier ontwikkelde dit door en voegde onder andere een speciale toolbox toe met modules en een Virtual Reality-ontwerpprogramma. Een bouwer tekent hiermee, eventueel met de hulp van een architect, zijn of haar eigen droomhuis: betaalbaar en duurzaam. Een computergestuurde CNC frees freest het houten plaatmateriaal (18mm multiplex) tot handzame onderdelen die samen het bouwpakket vormen voor het huis. De technologie is open source (wiki), en is daarom op digitale wijze makkelijk te delen. Bouwtekeningen van eerder ontworpen huizen worden na afloop in een online bibliotheek geüpload, waarna andere deelnemers deze weer gratis kunnen downloaden en gebruiken. In dit proces groeit de bibliotheek steeds groter en ontwikkelt de techniek van WikiHouse verder door.

Om de potentie van het project nog verder te ontwikkelen ontvangt de gemeente Almere Europese subsidie. Ook doet de wijk mee aan een Europees onderzoeksproject: Housing 4.0. Hierin wordt onderzocht hoe de toenemende groep één- en tweepersoonshuishoudens in Noord-West Europa toegang kan krijgen tot betaalbare en duurzame woningen. De huizen worden gemonitord op energieverbruik, waardoor de eerst opgeleverde WikiHouses tijdelijke meetapparatuur van de TU Delft bevatten. Het onderzoek stimuleert zelfbouwers om zoveel mogelijk duurzame keuzes te maken. Dit kan door het aanmoedigen van extra isolatie en energieneutraliteit.
 

Foto: Maarten Feenstra

Grote verantwoordelijkheid

Omdat de techniek van WikiHouse relatief snel valt te leren, hoeven mensen niet veel ervaring te hebben in de bouw. Uiteraard moet men wel goed bij zichzelf te rade gaan voordat ze aan het concept beginnen. Naast de eigen creativiteit en wensen leveren ze vanzelfsprekend ook veel tijd en moeite in. Veel bouwers nemen weken vrij om aan de slag te gaan, krijgen hulp van vrienden of familie en zijn ook afhankelijk van de weersomstandigheden.

Slots erkent dat niet iedereen met gemak een WikiHouse neerzet. In het huidige bouwproces merkt ze dat mensen tegen issues aan kunnen lopen. ‘Het is van belang dat je een goede planning maakt en zorgt dat je wel enige technische kennis bezit of anders de juiste mensen om je heen hebt’, vertelt ze. ‘In het proces loopt iedereen soms tegen fouten of verkeerde inschattingen aan. Hier moet je mee omgaan en een positieve mindset behouden. Gelukkig kan je zelf de volgorde van de bouw bepalen en zijn omwonenden in staat elkaar een handje helpen’. Ze is dan ook positief over de communicatie tussen bouwers, en heeft goed contact met de andere betrokken partijen. Zelf is Slots consultant Project Management. Die ervaring komt handig van pas bij het aanpakken van haar huis. Ook heeft ze zich samen met haar vriend ingezet voor het gehele WikiHouse-project door zich vanuit hun netwerk te richten op de inkoop van materialen.

Net zo belangrijk is de financiële stabiliteit. Ondanks het betaalbare karakter van het concept zag Slots in de eerste fase al bouwers om die reden afvallen. ‘Je merkt dat alle mensen en partijen leren tijdens het proces van WikiHouse, vertelt ze. Omdat Woningbouwatelier als pioniers de eerste WikiHouses neerzet, moeten ook leveranciers of banken de sprong wagen. Zo kunnen de kosten per woning toch oplopen, wat het afsluiten van een hypotheek moeilijker maakt. ‘De Rabobank was de enige bank die hier geld in stopte, en dekt volgens mij zelfs het hele WikiHouse-project’, voegt Slots toe. Ook bevat bouwfase twee de optie om een WikiHouse eerst te huren en pas later in het traject te kopen.

Leerproces

Omdat De Stripmaker de eerste volledige WikiHouse-wijk is, zorgt het project voor leerpunten die meegaan naar de volgende fases. Zo is WikiHouse bedoeld. Leren van elkaar, zo ervoer Slots dat bijvoorbeeld met fouten in het frezen van de houtmaterialen, of bouwdelen die ontbraken.

Ivar Diekerhof, namens Woningbouwatelier projectleider bij WikiHouse De Stripmaker, was verrast door het brede publiek. ‘Het project doelde veelal op starters en mensen uit de sociale woningbouw. De doelgroep die zich nu vestigt in fase één is veel gevarieerder dan wij hadden ingestoken.’ Slots sluit daarop aan: ‘De leeftijden zijn heel gevarieerd. Tegenover mij woont straks een buurman van 26 en een buurman van 54, en schuin tegenover een jong stel van 25 en 28 jaar.’

Omdat Woningbouwatelier in de huidige fase uiteindelijk geen mensen uit de sociale huur ontving, zijn ze daar in fase twee op ingesprongen met de huur/koopvariant, zodat deze mensen ook makkelijker WikiHouse in kunnen stromen. Ook kunnen bouwers in fase twee kiezen uit voorontwikkelde modules, wat voor minder onverwachte situaties en oplopende kosten zorgt.

‘Dit WikiHouse-project is de hardcore-variant’

De Stripmaker is slechts het begin van WikiHouse, benadrukt Diekerhof. Momenteel wordt er al hard gewerkt aan de doorontwikkeling en opschaling. ‘Om het concept nog toegankelijker te maker, werken we aan varianten waarin delen van het proces uit handen worden gegeven aan andere partijen’, benoemt Diekerhof. Hier sleutelen ze aan de mate van ‘customization’ en de mate van zelfbouw. ‘Zo ontstaat er de mogelijkheid om het ontwerp van een WikiHouse kant-en-klaar uit te kiezen, zodat men alleen nog tijd hoeft te steken in de bouw. Ook andersom is een optie: mensen ontwerpen hun woning en een derde partij zet het huis in elkaar.’ Omdat de bouwers aan De Stripmaker nu alles zelf ontwerpen, ontwikkelen, in elkaar zetten én financieren, is dit WikiHouse-project de ‘hardcore-variant’. Dat is volgens Diekerhof tactisch gedaan, zodat het concept ten volle getest wordt.
 

Foto: Maarten Feenstra

Kansen voor de woningnood

Over de kansen van WikiHouse voor de huidige woningnood is zelfbouwer Slots optimistisch. Volgens haar moeten gemeenten open staan voor deze innovatieve techniek. ‘Gemeente Almere durfde het aan, gaf grond beschikbaar en ziet nu dat het oplevert’, zegt ze. Ook voor jongeren ziet ze kansen. ‘WikiHouse geeft de mogelijkheid tot elke wenselijke grootte, terwijl de bouwtechniek voor iedereen behapbaar is’, zegt Slots, wiens achttienjarige dochter zelf heeft meegebouwd. ‘Studenten kunnen hier met behulp van externe partijen ook huurhuizen realiseren. Zolang de planning maar goed in elkaar zit.’

Opschaling van WikiHouse

In mei gaat de tweede fase van WikiHouse De Stripmaker van start. Omdat Slots de laatste is die bouwt en erg snel gaat op dit moment, heeft ze veel belangstellenden over de vloer die vragen om informatie, of mensen uit de buurt die nieuwsgierig zijn. Woningbouwatelier hoopt dat door het WikiHouse-project andere gemeenten ook enthousiast worden. Volgens Diekerhof is dat het geval en staan meerdere gemeenten inmiddels in contact met Woningbouwatelier.

En het enthousiasme stopt niet bij de grens. Na Engeland en Nederland zijn er meer landen die aan de slag willen gaan met WikiHouse. Zo gaf Diekerhof onlangs een webinar voor onder meer Canadezen, Amerikanen en Indiërs die geïnteresseerd zijn in het innovatieve bouwsysteem.

De app van Stadszaken is sinds deze week gratis te downloaden via de Google Play Store en de App Store van Apple. Met de app heeft u nieuws, opiniestukken en achtergrondverhalen over de fysieke inrichting van Nederland in een vloek en een zucht op het scherm van uw smartphone of tablet. Hoofdredacteur Marcel Bayer noemt de app een must-have voor de RO-professional en de liefhebbers van stedelijke en ruimtelijke trends.
Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen