Doorrekening PBL: grote veranderingen voor de leefomgeving, 'er valt wat te kiezen'

De leefomgeving is een leidend thema in de rap naderende verkiezingen. Er liggen grote opgaven op het gebied van het klimaat, de woningmarkt, mobiliteit en landbouw en natuur. Het PBL analyseerde de verkiezingsprogramma’s van het CDA, D66, GroenLinks, de SP, de PvdA en de ChristenUnie op effecten voor deze thema’s. Alle deelnemende partijen doen voorstellen met aanzienlijke effecten op de leefomgeving, maar ook met belangrijke verschillen in vormgeving en maatvoering. Hier de resultaten per thema.

Hans Mommaas, directeur van het PBL: ‘Alle partijen zetten in op een extra versterking van de kwaliteit van de leefomgeving per 2030. Tegelijkertijd zijn er belangrijke verschillen in hoe de partijen daarop inzetten. De één gaat voor technische maatregelen, de ander voor krimp van de veestapel. De één doet vooral een beroep op de overheidsmiddelen, de ander zet in in bijdragen uit het bedrijfsleven. Kortom, er valt wat te kiezen.’

Het PBL benadrukt dat de mogelijke effecten van maatregelenpakketten omgeven zijn met onzekerheden. Bij een hogere of juist lagere economische groei, bijvoorbeeld als gevolg van de coronacrisis, of wijziging in de uitvoering van maatregelen, zal de uitkomst anders zijn.

Betekenisvoller dan de absolute uitkomsten zijn de verschillen in de omvang van de berekende effecten, stelt het planbureau dus. De meerwaarde van deze analyse is vooral dat zij inzicht geeft in de overeenkomsten en verschillen van de effecten van de partijvoorstellen.

Mobiliteit

Bij alle partijen toename gebruik OV en afname autokilometers, maar de verschillen zijn groot. Het gebruik van openbaar vervoer neemt toe, van 4-5 procent bij het CDA en de SP, via 9-12 procent bij D66, GroenLinks en de ChristenUnie, tot 16 procent bij de PvdA.

Tegelijkertijd daalt bij alle partijen het aantal autokilometers in 2030, variërend van -1 procent bij de SP tot -21 procent bij GroenLinks. Invoering van kilometerbeprijzing (waarvan de kosten in verschillende mate neerslaan bij automobilist en vervoerder), in combinatie met minder geld voor extra wegenaanleg en soms ook een lagere maximumsnelheid verklaren deze afnames. Naast investeringen in het OV en de kilometerbeprijzing bij de auto leiden vooral lagere OV-tarieven tot meer openbaarvervoergebruik.

Het aantal vliegbewegingen op de luchthavens wordt door vrijwel alle partijen beperkt, door het instellen van een plafond op het aantal vertrekkende vluchten of van een maximum op de CO2-emissies ervan. Minder vluchten betekent ook minder passagiers. Bij GroenLinks en D66 daalt het aantal het meest, bij CDA en PvdA het minst. Bij een reductie van 25 procent ten opzichte van het basispad blijft het aantal passagiers op het niveau van 2019.

Klimaat en energie

Alle deelnemende partijen doen voorstellen om de nationale uitstoot van broeikasgassen in 2030 verder omlaag te brengen dan in het basispad, maar ze doen dat in zeer verschillende mate en met sterk uiteenlopende maatregelen.

Het CDA brengt de uitstoot terug tot ongeveer 46 procent ten opzichte van 1990, de voorstellen van D66 en GroenLinks kunnen tot respectievelijk circa 60 en 63 procent reductie leiden. De ChristenUnie, SP en PvdA zitten daar tussenin, met circa 52, 53 en 55 procent.

Voorstellen voor de industrie verschillen duidelijk, en deze dragen bij alle partijen ruwweg de helft of meer bij aan de reductie. De voorstellen van SP, GroenLinks, D66 en PvdA zorgen voor substantiële lastenverhogingen voor de industrie. Het risico is reëel dat daardoor industriële activiteit naar andere landen verschuift, tenzij elders vergelijkbare lastenverhogingen worden doorgevoerd. Zo’n weglekeffect zorgt voor lagere emissies in Nederland, maar voor hogere emissies over de grens. Hierdoor liggen de mondiale effecten van partijvoorstellen dichter bij elkaar dan de nationale effecten.

Doordat het internationale klimaatbeleid sterk in beweging is, zijn nationale en mondiale effecten extra onzeker. Zo kunnen de recent aangekondigde hogere EU ambities gunstig zijn voor het Nederlandse klimaatbeleid, maar vragen ze tegelijk nog concrete invulling.

Stikstof en natuur

Met verschillende strategieën boeken alle partijen vooruitgang op stikstof en natuur De voorstellen voor vermindering van de stikstofdepositie en verbetering van de biodiversiteit lopen zeer uiteen. Het CDA wil de veehouderij en het landbouwareaal in de huidige omvang behouden en focust op herstel van bestaande natuur. D66, GroenLinks, de PvdA, de SP en in mindere mate de ChristenUnie zetten in op krimp van de veestapel. Naast herstel van bestaande natuur willen deze partijen ook meer ruimte voor nieuwe natuur en extensieve landbouw. Van alle partijen focust het CDA het sterkst op technische maatregelen om stikstofdoelen te behalen; de SP maakt hiervoor geen budget vrij.

De kosten komen bij verschillende groepen in de samenleving terecht. Bij het CDA en de ChristenUnie nemen de lasten voor boeren en tuinders het minst toe en bij D66, GroenLinks, de PvdA en de SP het meest.

Uitvoerbaarheid van maatregelen is bij elke partij om verschillende redenen een aandachtspunt. Denk aan het vrijwillige karakter van maatregelen, onzekere beschikbaarheid van technologieën, juridische haken en ogen of de grote omvang van voorgestelde wijzigingen in landgebruik.

Woningmarkt

Voor het eerst heeft het PBL het thema Wonen in de analyse van de verkiezingsprogramma’s meegenomen. Daarbij zijn voorstellen geanalyseerd die gericht zijn op het oplossen van het woningtekort. De analyse van deze maatregelen is kwalitatief.

Het PBL constateert dat de deelnemende partijen grote overeenkomsten vertonen in hun analyse van het vraagstuk van het woningtekort. Ook kiezen ze voor vergelijkbare oplossingen, hoewel er in de uitvoering wel verschillen zitten. Veel voorstellen – bijvoorbeeld over centrale regie op de woningmarkt of de rol van corporaties - sluiten aan bij het lopende beleid. Ze vormen geen grote trendbreuk met het verleden. Ook wanneer partijen met hun voorstellen in staat blijken een significante versnelling van de woningbouw te faciliteren, zal er aan het einde van de komende kabinetsperiode nog altijd een woningtekort zijn.

Oplossingen voor het versnellen van nieuwbouw die bepaalde groepen vooruit helpen, bijvoorbeeld via regulering of gerichte subsidiëring, gaan door beperkte capaciteit in het systeem ten koste van andere groepen. Er kunnen redenen zijn om actief in te grijpen en te herverdelen, maar dit vergt coördinatie tussen het Rijk en decentrale overheden.

Nationale kosten van maatregelen

Er zijn grote verschillen in de kosten van deze maatregelenpakketten. De extra kosten voor bedrijven, burgers en overheden samen lopen uiteen van 4 miljard euro per jaar bij de SP tot 9 miljard bij GroenLinks. In deze optelsom zijn de kosten verwerkt van alle in dit rapport geanalyseerde maatregelen, met uitzondering van maatregelen voor het oplossen van het woningtekort. De kosten voor de gebouwde omgeving en mobiliteit zijn bij de meeste partijen het meest omvangrijk.

De app van Stadszaken is sinds deze week gratis te downloaden via de Google Play Store en de App Store van Apple. Met de app heeft u nieuws, opiniestukken en achtergrondverhalen over de fysieke inrichting van Nederland in een vloek en een zucht op het scherm van uw smartphone of tablet. Hoofdredacteur Marcel Bayer noemt de app een must-have voor de RO-professional en de liefhebbers van stedelijke en ruimtelijke trends.
Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen