Foto: Impressie van energielandschap in Rijnenburg. Bron: Gemeente Utrecht

Rijnenburg als sluitstuk van Utrechtse metropool

Als volksvertegenwoordiger kijkt Maarten Koning (D66) met scepsis naar de bemoeienis vanuit de Tweede Kamer bij de Rijnenburgpolder. ‘Een gemeentebestuur proberen te dwingen tot bouwen in een slecht bereikbare polder zonder ook maar enig uitzicht te bieden op (co-)financiering is een gratuit gebaar’. Hij zet uiteen waarom Rijnenburg wel een geschikte locatie is om op termijn een iconische stadswijk toe te voegen aan de Utrechtse metropool. 

Dit artikel staat in ROm 1-2, januari-februari 2020, het maandelijkse vakblad voor de fysieke leefomgeving. ROm is gratis voor ambtenaren in dat domein. Neem een thuisabonnement om ook in deze tijd bij te blijven met wat er speelt.

De 1.100 hectare grote polder Rijnenburg werd aan het begin van de 21e eeuw onderdeel van gemeente Utrecht, vanuit het idee dat er op den duur woningen gebouwd zouden gaan worden. Al enkele jaren na die gemeentelijke herindeling werd besloten dat de polder bebouwd zou kunnen worden met zo’n vijf tot zes nieuwe dorpskernen, in totaal slechts een paar duizend woningen. De opgave is niet van de grond gekomen, omdat er in de tussentijd plek gevonden werd voor tienduizenden woningen op andere plekken binnen de snel ontwikkelende stad. Dat er toen geen woning bijgekomen is in Rijnenburg is overigens helemaal niet erg. Het zou een kolossale fout geweest zijn om veel grond te gebruiken om slechts een paar duizend woningen te bouwen.

Metropoolregio Utrecht

Om de bedachtzaamheid van het Utrechtse stadsbestuur voor bouwen in Rijnenburg te begrijpen, is inzicht in de bredere context van de regio nodig. Het imago ‘Utrecht als provinciestadje’ heeft de stad definitief afgeschud. Utrecht is de snelst groeiende stad van Nederland qua woningbouw, en daarbij is de druk op de woningmarkt sinds 2015 enorm gestegen. De aantrekkelijkheid van Utrecht als metropool is ongeëvenaard en de huidige groeistrategie zal daar in de komende jaren aan bij blijven dragen.

‘Geen aanwijzing, maar constructief meewerken’

Binnen de rode contour van de stad Utrecht is veel ruimte beschikbaar, de bestaande Utrechtse structuur kent namelijk relatief lage dichtheden. Er zijn er tal van verdichtingsmogelijkheden in alle wijken. Locaties zoals de Cartesiusdriehoek, het Stationsgebied (waaronder de herontwikkeling van de Jaarbeurs), Utrecht Science Park en de Merwedekanaalzone worden volop benut, maar voor de komende jaren zijn er ook grote nieuwe locaties nodig zoals bij Lunetten-Koningweg en de A12-zone.

In de afgelopen jaren leek de term ‘metropool’ het noodzakelijke frame te zijn om serieus geld uit Den Haag richting de grootste steden van het land te dirigeren. Terwijl vele honderden miljoenen schijnbaar moeiteloos hun weg vinden naar de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en de Metropoolregio Amsterdam (MRA), is het voor Utrecht in de afgelopen jaren steeds moeilijk gebleken om aanspraak te maken op dergelijke grote infra-investeringen. Dit terwijl die noodzakelijk zijn voor de woningbouw, zeker aan de randen van de stad. Dat versterkt de noodzaak voor Utrecht om duidelijk te zijn over de lange termijnambities voor de ontwikkeling van onze regio. Waarbij Rijnenburg het fysieke sluitstuk kan zijn, omdat het de laatste grote polder is op het grondgebied van de gemeente.

Tekst gaat door onder afbeelding

Weergave van binnenstedelijke herontwikkelingslocaties in de stad Utrecht: rode vlekken zijn harde planvoorraad, gele vlekken zijn zachte planvoorraad. Rijnenburg is de enorme polder in de zuidoostelijke hoek. Bron: Koersdocument Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040

De afgelopen drie decennia is Utrecht begonnen aan een enorme verstedelijkingsopgave waarin het groeit van een stad met één centrum naar een stad met meer centra. Op termijn zet die groei dusdanig door dat er meerdere OV-knooppunten nodig zijn. Dat Utrecht daarna door zal blijven groeien ligt voor de hand, maar de vraag is wel wanneer de tijd rijp is om de stap te zetten naar groei buiten de bestaande randen van de stad. Wanneer het zover is, kan ook Rijnenburg aan de beurt komen voor grootschalige ontwikkeling tot een stadswijk. Het geeft te denken over hoe die wijk er dan idealiter uit zou moeten zien.

Onbeschreven blad

Dat we nu nog niet toe zijn aan voluit bouwen in Rijnenburg is voor stedenbouwkundigen wel helder. Maar het is essentieel voor de beslissingen die we als stad nu maken met betrekking tot de nodige miljarden aan infra-investeringen, dat we het perspectief hebben om op termijn toe te zullen komen aan bouwen in Rijnenburg. Vandaar de noodzaak om nu na te denken over wat nodig is voor die stadswijk van de toekomst.

‘Er zijn maar weinig plekken van zo’n omvang bij de grote stad die er nog zo maagdelijk bij liggen’

Voor de bouw in Rijnenburg zijn sterke infrastructurele investeringen nodig en daarmee geld vanuit Den Haag. De polder is, afgezien van de historische strokenverkaveling, een aantal boerderijen en tientallen woningen, een tabula rasa. Er zijn maar weinig plekken van zo’n omvang die daar goed uit zijn gekomen. Juist vanwege het ontbreken van die bestaande structuur moet er een goed plan liggen over de aansluiting van Rijnenburg bij onder andere De Meern en Nieuwegein. Vanuit een visie hoe de dorpen en de stad elkaar kunnen versterken in plaats van in de weg te zitten. Je wilt een bestaand centrum niet leegtrekken. Maar wie wil er in een wijk wonen waar geen goede voorzieningen te vinden zijn? Het toont de noodzaak om een stadswijk te ontwikkelen waarin vanaf dag één van de gebiedsontwikkeling, de voorzieningen meegroeien met de wijk. Een veel grotere sturende rol daarop van de overheid is nodig om te voorkomen dat het een autowijk zou worden. Dat is een fundamenteel andere benadering dan in VINEX-wijk Leidsche Rijn gebeurde, waar de onfortuinlijke eerste bewoners destijds nauwelijks voorzieningen hadden. Mede daarom zijn ze veel meer dan houdbaar en wenselijk is binnen een stad, gebruik gaan maken van de auto.

Vijf randvoorwaarden

Om de toekomstige ontwikkeling van Rijnenburg tot een stadswijk te laten slagen, zijn er vijf randvoorwaarden. Voor het eindresultaat laten wij ons inspireren door geslaagde stadswijken zoals het GWL-terrein in Amsterdam, Vauban in Freiburg en Bo01 in Malmö.

1. Ga verder met het maken van een visie
Utrecht werkt daar momenteel aan, door een ontwerpstudie te maken, als vervolg op een ‘quickscan verstedelijking’ die onlangs is gepresenteerd. Wanneer landelijke politici de polder als een stadsontwikkelingslocatie ‘van nationaal belang’ zien, dan zijn ze schatplichtig dat er plannen moeten zijn die verder gaat dan de platitude van ‘huizen bouwen’. Er zal jarenlang plannen aan vooraf gaan voordat er serieus met de ontwikkeling van Rijnenburg kan worden gestart, en er zijn talloze locaties in Nederland die sneller en effectiever een antwoord kunnen bieden op het ledigen van de woningnood. Daarbij komt dat er financieel bijgedragen moet worden. Het eerste onderzoek wijst uit dat het dan gaat over miljarden.

‘Er zijn talloze locaties in Nederland die sneller en effectiever een antwoord kunnen bieden op het ledigen van de woningnood’

Andersom werkt het overigens ook: politici en beleidsmakers in Utrecht zullen aan de idee moeten wennen dat het voor de hand ligt dat Rijnenburg - of dat nu al over tien jaar is of over pas dertig jaar - benut zal gaan worden voor stedenbouw.

2. Regel financiering
De door de mens opgeworpen de snelwegen tussen Rijnenburg en de andere delen van de Utrechtse metropool, moeten worden geslecht. Alleen zo kan Rijnenburg, ook in de beleving, aansluiten op de bestaande stedelijke structuren van Utrecht, Nieuwegein en IJsselstein, en onderdeel gaan uitmaken van een metropool die binnen drie tot vier decennia zo groot is als Rotterdam.

Om dit te bewerkstelligen zijn investeringen in ordegroottes van honderden miljoenen nog veel te weinig. Hier gaat het over miljarden, terwijl er in de lange termijnplannen van het MIRT en het Groeifonds nog geen euro voor gereserveerd is.

3. Organiseer een aansluitende stedelijke structuur
Voordat Rijnenburg serieus in beeld is voor grootschalige woningbouw zullen de omliggende stadswijken - aan de andere kant van de snelwegen - ook in de stedenbouwkundige structuur en beleving aan moeten sluiten. Dat betekent hoge dichtheden bouwen in Papendorp, een grote opgave in Nieuwegein Noord (de A12-zone), en intensiveren in Leidsche Rijn ten noorden van de A12 (bijvoorbeeld bij Strijkviertel). Om deze grootse opgave daadwerkelijk te laten slagen, moet nu concrete planvorming worden gestart om deze gebieden te verbeteren.

4. Bouw een duurzame stadswijk met voorzieningen
Rijnenburg is de laatste grote polder van de gemeente Utrecht met gigantische potentiële maatschappelijke waarde. Aan deze ruimte moeten we enorme ambities verbinden om te bewerkstelligen dat de toekomstige woonwijk duurzaam wordt, vol gemengde functies en uiteenlopende woonmilieus met betaalbare woningen, scholen, kroegen, huisartsen, en sport- en recreatiemogelijkheden. Rijnenburg zal haar centrum moeten krijgen dat complementair is aan de omliggende gebieden, en daarvoor zijn hoge dichtheden nodig, die de stadswijk ook duurzamer, veiliger en economische sterker maken. Verstedelijking hoeft niet het einde te zijn van al het groen, ook stadsparken horen bij deze nieuwe wijk.

5. Faseer de ontwikkeling met ruimte voor energieopwekking
Er is een andere ruimtelijke opgave waaraan Utrecht haar bijdrage wil leveren: de energietransitie. Utrecht heeft in de afgelopen jaren de komst van een tijdelijk energielandschap in het noorden van de polder voorbereid, op initiatief van bijna alle Utrechtse politieke partijen. Uit ontwikkelingsstudies blijkt dat het uitstekend mogelijk is om dit energielandschap te realiseren, en daarnaast vanuit het zuiden en midden van de polder op enig moment te starten met de opgave voor een stadswijk. In het politieke debat blijft het verleidelijk om de schijnbare tegenstelling op te werpen tussen energie-opwekking en stedenbouw. Dat is een denkfout en het klopt niet. Door de tijdelijkheid van een energielandschap te benutten en een goed plan te maken voor gefaseerde stedenbouw, maken we het mogelijk om voor zowel de energietransitie als de woningbouwopgave een oplossing te bieden in de laatste grote polder van gemeente Utrecht.

Als we hoge ambities formuleren voor de genoemde vijf opgaven zal Rijnenburg de droomwijk van de toekomst kunnen worden. En in de komende decennia een fantastisch thuis voor vele tienduizenden nieuwe Utrechters. De vraagstukken waar we nu voor staan komen onherroepelijk uit op de platte essentie van iedere gebiedsontwikkeling, namelijk: op welke wijze gaan we het financieren? Zo lang we nog geen beeld hebben van wat we in Rijnenburg precies willen gaan doen, en zolang er geen enkel perspectief is op miljardenbijdragen vanuit het Rijk, is het zinloos te spreken over ‘aanwijzingen vanuit Den Haag’.

Met dit artikel doe ik een aanzet voor wat deze droom zou kunnen zijn. Reacties zijn welkom!

Maarten Koning is voor D66 gemeenteraadslid (o.a. woordvoerder ruimtelijke ordening Rijnenburg) in Utrecht. m.koning@raad.utrecht.nl

De app van Stadszaken is gratis te downloaden via de Google Play Store en de App Store van Apple. Met de app heb je nieuws, opiniestukken en achtergrondverhalen over de fysieke inrichting van Nederland in een vloek en een zucht op het scherm van je smartphone of tablet. Een must-have voor de RO-professional en de liefhebbers van stedelijke en ruimtelijke trends.
Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen