Foto: Pixabay

Nederland gebruikt nog te veel grondstoffen in race naar circulariteit

Het Planbureau voor de Leefomgeving publiceerde vandaag de eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER 2021). Hierin wordt de vooruitgang naar de gewenste circulaire economie van 2050 geschetst. Ondanks dat de Nederlandse grondstofefficiëntie is toegenomen, daalt het absolute aantal gebruikte grondstoffen nauwelijks. Dwingende instrumenten vanuit de overheid zijn dus essentieel in de race naar circulariteit.

De Nederlandse grondstofefficiëntie steeg tussen 2010 en 2018 met 12 procent. Deze verbetering betekent echter niet dat er belangrijke stappen naar een circulaire economie zijn gemaakt. De vraag naar grondstoffen is namelijk niet afgenomen. Sinds 2010 is de hoeveelheid nodige grondstoffen zelfs nauwelijks veranderd.

Ook worden zes van de zeven overkoepelende afvaldoelen - zoals afgesproken in het Landelijk Afvalbeheerplan - naar verwachting niet gehaald. Zo is de hoeveelheid huishoudelijk restafval en het vergelijkbare afval van bedrijven en organisaties nog bijna het dubbele van de voor 2020 en 2022 gestelde niveaus. Ook zal de halveringsdoelstelling voor verbranden en storten in 2022 naar verwachting niet worden gehaald.

Het enige overkoepelende doel dat naar verwachting wel wordt gehaald, is de reductie van het totale afvalaanbod voor 2021. Met een recyclingpercentage van 80 procent van al het afval behoort Nederland tot de koplopers in Europa. Hier hebben we in de afgelopen decennia al veel vooruitgang bij geboekt en daarmee halen we de EU-doelen zelfs eerder dan de afgesproken deadline.

Dwang nodig vanuit overheid

Omdat veel effecten van circulariteit langer op zich laten wachten, kijkt het rapport ook naar de ondernomen acties en middelen van partijen, bedrijven en het beleid van overheden. Zo kan het proces tijdig bijgestuurd worden. In vergelijking met de circulaire ambities vanuit het Rijk concludeert het PBL in de ICER dat de basis voor circulariteit in 2050 is gelegd.

Tot nu toe heeft de overheid vooral ingezet op de brede samenwerking tussen publieke, private en maatschappelijke partijen. Maar omdat veel instrumenten nog te vrijwillig ingezet worden – zonder integrale verplichtingen - is het van belang dat het Rijk de komende jaren dwingende instrumenten invoert om zo naar een circulaire economie toe te werken. Denk hierbij aan wet- en regelgeving, monitoring en producentenverantwoordelijkheden. Ook moet voor alle uiteenlopende sectoren, productieketens en productgroepen een concrete aanpakt worden gemaakt.

Verkeerde focus

De groei focust zich volgens het PBL momenteel niet goed genoeg op innovaties die het grondstoffengebruik radicaal efficiënter maken. Er moeten nieuwe businessmodellen ontstaan met vormen van financiering die dit ondersteunen. De huidige innovatieve bedrijven en projecten zijn nu vooral gericht op de reparatie, recycling en hergebruik, en waren voor de circulaire trend ook al actief in deze sector.

ICER 2021

Het ICER werd geschreven in opdracht van het kabinet, en biedt zicht op het internationale en nationale grondstoffengebruik. Hier gaat het om zowel grondstoffen die worden gebruikt, als het afval dat na afdanken van producten en materialen vrijkomt. Ook worden de milieu- en sociaaleconomische effecten die daaruit volgen in kaart gebracht, en kijkt men naar de gevolgen voor bijvoorbeeld klimaat, biodiversiteit en leveringszekerheid. Het rapport verschijnt eens in de twee jaar en wordt in samenwerking met andere kennisinstellingen geschreven, waaronder Universiteiten, CBS en RIVM.

De app van Stadszaken is gratis te downloaden via de Google Play Store en de App Store van Apple. Met de app heb je nieuws, opiniestukken en achtergrondverhalen over de fysieke inrichting van Nederland in een vloek en een zucht op het scherm van je smartphone of tablet. Een must-have voor de RO-professional en de liefhebbers van stedelijke en ruimtelijke trends.
Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen