Foto: metingen in het project Cool Towns (door Gideon Spanjar)

Protocol helpt hitteproblematiek in kaart te brengen

Volgens het KNMI gaat 2020 samen met 2014 de boeken in als het warmste jaar sinds het begin van de metingen. Steden moeten anticiperen op weersextremen zoals hitte. Het project Cool Towns, onder leiding van de Hogeschool van Amsterdam, werkt aan handvatten voor overheden. Met een nieuw protocol kunnen gemeenten hitteproblematiek in kaart te brengen en de effectiviteit van maatregelen meten.

Niet elke gemeenten heeft de kennis en capaciteit om hittestress in kaart te brengen. Met name bij kleine en middelgrote gemeenten kunnen kennis en capaciteit om hittestress in kaart te brengen ontbreken, vertelde Gideon Spanjar, projectleider Cool Towns, vorig jaar. ‘Ze weten dat water, groen en het ophangen van doeken verkoelend werken, maar hebben onvoldoende inzicht in het hitteprobleem zelf en de effectiviteit van mogelijke maatregelen. Is er bijvoorbeeld wel sprake van hittestress? Waar, wanneer en voor wie precies?’

Het recent gepubliceerde Cool Towns Heat Stress Measurement Protocol helpt bij deze vragen, middels drie methodes waarmee beleidsmakers, ontwerpers en adviseurs zelf de hitteproblematiek in hun gemeenten in kaart kunnen brengen en een kosten-batenafweging van maatregelen op dit gebied kunnen maken. 

Gebiedsanalyse, metingen en bezoekersperceptie

Omdat in het bijzonder in de stad de omgeving invloed heeft op de (gevoels)temperatuur wordt allereerst een gebiedsanalyse inclusief de ruimtelijke (bebouwde) context uitgevoerd. Hiermee wordt in kaart gebracht welke invloed de omgeving heeft op het beleefde en gemeten thermisch comfort. Daarbij wordt rekening gehouden met de aanwezige bebouwing en bijvoorbeeld gekeken of er plekken zijn waar warmte blijft ‘hangen’.

Eenzelfde temperatuur kan op diverse plekken anders ervaren worden. De gevoelstemperatuur wordt uitgedrukt als physiological equivalent temperature (PET). De PET houdt op zijn beurt geen rekening met bijvoorbeeld kleding en activiteit van de gebruiker van een locatie. De tweede methode bestaat daarom uit een vragenlijst om de thermische perceptie van gebruikers in kaart te brengen. Het thermisch comfort is naast luchttemperatuur gebaseerd op luchtvochtigheid, de aanwezigheid van wind en de straling van de zon en omliggende gebouwen.

Het derde onderdeel bestaat uit richtlijnen om met mobiele weerstations die gevoelstemperatuur (PET) te meten. Het protocol behandelt de benodigde apparatuur om PET te meten, maar bijvoorbeeld ook de opstelling ervan en de beste momenten om te meten.

Beslissingstool

In het Europese project Cool Towns worden sinds twee jaar de ruimtelijke, economische en leefbaarheidsconsequenties van hittestress in kaart gebracht en wordt er gekeken naar de effectiviteit van (integrale) maatregelen en de behoefte naar aanvullend beleid.

Het anticiperen op hitte is niet alleen belangrijk om lichamelijke ongemakken te voorkomen, maar ook voor de levendigheid van het centrum, zei Spanjar vorig jaar. ‘We weten dat retail te lijden heeft onder langdurige hitte; er is een duidelijk verband tussen het aantal bezoekers van winkelgebieden en de temperatuur. In Breda bijvoorbeeld was de gemiddelde maximumtemperatuur in juli 2018 5 graden hoger dan het jaar ervoor, de gemiddelde bezoekersaantallen 10 procent lager dan in dezelfde periode in 2017.’ 

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen