Foto: Pixabay

Top 10 aardgasvrije gemeenten

In het klimaatakkoord staat dat in 2050 ongeveer acht miljoen gebouwen in Nederland van het gas af moeten zijn. Hoe verloopt de energietransitie in ons land en welke gemeenten hebben de meeste aardgasonafhankelijke woningen? Op basis van gegevens van RVO en CBS geeft energiemaatschappij Vattenfall een tussenstand.

Eind 2019 was minstens 11 procent van de Nederlandse woningen aardgasvrij. Gemeenten met relatief veel nieuwbouw en een hoge dichtheid van sociale huurwoningen scoren hoog op deze ranglijst. Purmerend is koploper aardgasvrij, met een percentage van meer dan 70 procent. Duiven (60,7) en Almere (58,9) completeren de top drie. Deze gemeenten lijken hun topklassering vooral te danken te hebben aan het percentage woningen dat is aangesloten op het warmtenet. Hieronder staat de volledige top 10.

1.Purmerend (70,5% aardgasvrij)
2.Duiven (60,7% aardgasvrij)
3.Almere (58,9% aardgasvrij)
4.Nieuwegein (54,1% aardgasvrij)
5.Westervoort (43,5% aardgasvrij)
6.Utrecht (29,6% aardgasvrij)
7.Capelle aan den IJssel (29,2% aardgasvrij)
8.Tilburg (27,9% aardgasvrij)
9.Diemen (23,5% aardgasvrij)
10. Breda (22,1% aardgasvrij)

Van aardgasvrije woningen wordt ruim 5 procent verwarmd via een warmtepomp en een kleine 6 procent door stadswarmte (warmtenet).  Een warmtepomp zet energie uit lucht, water of bodem om in bruikbare warmte voor ruimteverwarming en warm-tapwaterbereiding. Hierbij gebruikt de warmtepomp alleen wat elektrische hulpenergie. In Nederland kiezen huiseigenaren het vaakst voor een warmtepomp die energie haalt uit buitenlucht (56,1%), gevolgd door warmtepompen die hun energie onttrekken uit grondwater (29,1%) en de bodem (14,8%).

Warmtepompen zijn de afgelopen tien jaar met een opmars bezig. Waar er in 2010 slechts 51 duizend warmtepompen geïnstalleerd waren in Nederlandse woningen, was dit aantal eind 2019 opgelopen tot 412 duizend.

Bij stadsverwarming wordt er warm water door geïsoleerde leidingen gepompt naar woningen om die te voorzien van warmte en warm kraanwater. Deze warmte is nu nog vaak afkomstig van elektriciteitscentrales, fabrieken of afvalverbrandingscentrales. Dat verandert snel. Door geothermie, datacenterrestwarmte, aquathermie, zonthermie en biomassacentrales aan te sluiten op  warmtenetten kan de energievoorziening duurzamer worden. 

Woningen die zijn aangesloten op een warmtenet hebben geen cv-ketel. De overgang van aardgas naar stadswarmte zorgt nu voor een?CO?-reductie van 45 tot 85%. Richting 2050 wordt dat 100%. Stadswarmte is daarom nu al een duurzaam alternatief voor verwarmen met een cv-ketel op aardgas en is geen nieuwe techniek. Al in 1923 werden in Utrecht de eerste leidingen voor een stadsverwarming gelegd.

Andere opties op de weg naar aardgasvrije woningen zijn waterstof en groen gas. Bij een cv-ketel die draait op waterstof komt geen CO2 vrij en er kan gebruik worden gemaakt van de huidige infrastructuur. Wel heeft een cv-ketel op waterstof vier keer zoveel energie nodig als een reguliere cv-ketel. Daarnaast wordt onderzocht of waterstof aardgas kan vervangen als brandstof in gascentrales.

De stap naar het gebruik van groen gas vergt de minste aanpassingen. Groen gas, gemaakt uit bepaalde grondstoffen (bijvoorbeeld: slib, mest, gft-afval en gemaaid gras), kan gewoon door de huidige infrastructuur ‘stromen’.

Op het gebied van groen gas valt nog een hele wereld te winnen. Op basis van de laatste cijfers zouden we jaarlijks in totaal bijna 90.000.000 m³ groen gas kunnen opwekken met al het ingezamelde gft-afval van Nederlandse huishoudens. Dit is bijna gelijk aan de jaarlijkse gasconsumptie van Haarlem. Op dit moment wordt volgens Milieu Centraal ‘slechts’ 62 procent van al het groente-, fruit- en tuinafval ingezameld. 

 

De app van Stadszaken is gratis te downloaden via de Google Play Store en de App Store van Apple. Met de app heb je nieuws, opiniestukken en achtergrondverhalen over de fysieke inrichting van Nederland in een vloek en een zucht op het scherm van je smartphone of tablet. Een must-have voor de RO-professional en de liefhebbers van stedelijke en ruimtelijke trends.
Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen