Foto: Cjh1452000

Voormalige topregio's zijn nu economische verliezers

De regio’s Haarlemmermeer en Amsterdam werden in het derde kwartaal van 2020 economisch het hardst geraakt door de coronacrisis. Wel zijn de cijfers rooskleuriger dan vorig kwartaal, onder meer door hogere omzetten in de detailhandel. Hoe duurzaam die verzachtende bijdrage is, valt echter te betwijfelen.

Haarlemmermeer en Amsterdam krompen in het derde kwartaal van 2020 het sterkst ten opzichte van een jaar eerder. Haarlemmermeer liet de grootste krimp zien met een afname van 19 tot 21 procent. De economie in Amsterdam kromp tussen de 6 en 7 procent. Ook in Groningen krimpt de economie gestaag met 4-5 procent, waarmee de regio op de derde plaats komt. Dat blikt uit analyse van het CBS.

De flinke negatieve groei in de twee regio’s komt niet als een verrassing. Ook in het tweede kwartaal kenden zij de grootste negatieve groeipercentages, becijferde het CBS eerder. Afname van het vliegverkeer van en naar Schiphol en het wegvallende buitenlandse groepstoerisme zijn vooral debet aan deze regionale recessies. Vorig jaar maakte Schiphol de regio Haarlemmermeer juist één van de grootste stijgers. Ook de relatief grote economische krimp van 4-5 procent in Groningen heeft een evidente verklaring: de provincie heeft bovenop de coronacrisis te kampen met een beleidsmatig gewenste vermindering in de aardgaswinning.

Wat verder meespeelt in Amsterdam, is de werkfunctie van de stad. ‘Veel mensen die voorheen naar de stad forensden, werken nu thuis. Zij besteden dus geen geld meer bij horeca en winkels in de stad,’ zegt Gerlof Rienstra, directeur van Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies. De krimp in Amsterdam is ook zichtbaar in omliggende woongebieden. Zo scoren het Gooi en Vechtstreek en de Agglomeratie Haarlem relatief slecht met krimppercentages oplopend tot 3 procent. Hun afhankelijkheid van arbeidsplaatsen in de hoofdstad en op Schiphol maakt de woonregio’s kwetsbaar voor economische crises, zegt Rienstra.

Detailhandel dempt krimp

Geen enkele regio scoorde positief in het derde kwartaal van 2020. Wel zijn de krimpcijfers lager dan in het tweede kwartaal. Toen krompen de Amsterdamse en Haarlemmermeerse economie nog met respectievelijk 12-14 procent en 27-29 procent. De krimp wordt vooral veroorzaakt door de impact van de coronamaatregelen op de horeca, reisbemiddeling en cultuursector. In het tweede kwartaal waren de coronamaatregelen strenger voor deze sectoren dan in het derde. Aanvullend groeide de omzet van de (online) detailhandel, wat de schade voor de gehele economie beperkte.

Rienstra verwacht dat de verzachtende werking van detailhandel niet duurzaam zal blijken. ‘Mensen besteden nu al conservatiever dan in 2019. Als de economische malaise doorzet en werkloosheid toeneemt, gaan mensen significant minder shoppen.’

Macrotrends

Het CBS keek voor haar analyse primair naar trends op regionaal niveau. Rienstra wijst aanvullend op een aantal macro-economische trends die van grote invloed zijn op de ontwikkeling van Nederland en haar regio’s.

Allereerst: export en importcijfers. De internationale export liep in het begin van de coronacrisis sterk terug. Het exportoverschot daalde gestaag, maar krabbelt volgens Rienstra sneller op dan verwacht. ‘Het exportvolume is nog steeds lager dan in 2019, maar de land- en tuinbouw en de maakindustrie exporteren nu meer dan aanvankelijk voorspeld.’ Daarmee kan de internationale handel een reddende engel blijken voor regio’s die (deels) op export van goederen draaien. Rienstra: ‘Als de horeca wegvalt, wat met de verlengde coronamaatregelen het geval is, vangt export van goederen de economische klap op.’

Ten tweede: het investeringsvolume. Investeringen in de Nederlandse economie lopen gestaag terug ten opzichte van 2019. De overheid investeert sinds de kredietcrisis anticyclisch, het bedrijfsleven doet dat niet. Het effect van die terugloop zal in 2021 blijken.

Rienstra verwacht dat de regionale cijfers voor het vierde kwartaal gemiddeld tussen die van het tweede en derde zullen schommelen. De inkomsten uit horeca, reisbemiddeling en cultuur lopen terug, maar toenemende export dicht het gat deels. Voor 2021 durft de onderzoeker nog geen harde voorspellingen te doen. De dalende investeringen kunnen zich laten gelden, maar een vaccin voor COVID-19 kan voor snel herstel zorgen. ‘Als dat vaccin er begin volgend jaar is, krabbelt de Nederlandse economie in de loop van 2021 weer gestaag op.’

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen