Foto: Wikimedia

Hoe de stad leefbaar en bereikbaar blijft in 2035

Op basis van huidige prognoses heeft Nederland in 2035, met Amsterdam, de eerste miljoenenstad. Naast onze hoofdstad zullen andere steden ook een groei doormaken. Hoe houden we deze plekken leefbaar en bereikbaar? Bij een rondetafelgesprek op vastgoedbeurs Provada kwam deze vraag aan bod.

Stedelijk directeur Ruimte & Economie van de Gemeente Amsterdam, Henk Jagersma, legt twee doelstellingen op tafel.  80 procent van de openbare ruimte moet straks beschikbaar zijn voor fietsers en/of voetgangers. Volgens hem neemt de auto nu nog een te groot deel van de ruimte in beslag. De eerste doelstelling versterkt de tweede; het creëren van een gezondere stad. Het autoluw maken van bepaalde gebieden draagt daar ook aan bij.

Rutger Schuur van Parkbee, een scale-up die partijen adviseert over mobiliteit in combinatie met de openbare ruimte, benadrukt dat er verschillende definities van autoluw zijn.  Volgens hem bestaat er altijd de behoefte om met de auto de stad in te gaan. ‘Daarom is het zaak om goed te kijken naar de inrichting van de stad. Zorg ervoor dat mensen zo snel mogelijk naar hun eindpunt gaan. Dit doe je door ze niet eindeloos te laten zoeken naar parkeerplaatsen. Ook is er veel ruimte onder de grond.’

Jagersma wordt geconfronteerd met het plan van ‘zijn’ stad om ruim 10 duizend parkeerplaatsen te verwijderen voor 2025, terwijl de stad meer huizen gaat bouwen. Volgens hem heeft dit nauwelijks effect. De parkeerplaatsen worden vooral in het centrum weggehaald. Dit zijn de plekken waar met name toeristen veel gebruik van maken. Daarnaast wordt de parkeernorm voor nieuwe gebouwen minder hoog. Dus minder parkeerplaatsen per gebouw/woning.

Volgens Schuur moet je niet kijken naar parkeernormen, maar naar de context van een gebied. Volgens hem kan je dan rekening met behoeften van bewoners en verschillende soorten van vervoer aanbieden. Met deelmobiliteit kan dit uiteindelijk bewerkstelligd worden. Deze ‘deeltransitie’ is volgens Schuur tot nu toe nog niet gelukt, want we hebben het al tientallen jaren over deelvervoer. ‘Ik verwacht wel dat het de komende jaren een grotere vlucht zal nemen ten opzichte van de afgelopen jaren. Hier moeten we wel goed op inspelen met wat betreft de laadinfrastructuur. De mobiliteitshubs zijn de benzinepompen van de toekomst.’ Hier sluit Jagersma zich volledig bij aan. Ook erkent hij dat laadinfrastructuur voor elektrische auto's een groot probleem kan worden als er niets gaat gebeuren.

Matthijs van Dijk, professor aan de TU Delft, wil daar nog aan toevoegen dat het sociaal verdelen van mobiliteit essentieel is.  Je ziet dat mobiliteit in verhouding is met het bnp. Het is zaak dat iedereen gebruik kan maken van vervoermiddelen en dat er geen groepen buiten de boot vallen. Ook staat de professor stil bij de hoeveelheid ruimte die vrijkomt bij het weghalen parkeerplaatsen uit de openbare ruimte. Het gaat om heel veel voetbalvelden. Deze ruimte moet volgens hem gericht zijn op ontmoeting, iets wat pas echt fijn en gezond voor de mens is.

 

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen