Foto: Pixabay

Hoe gemeenten om moeten gaan met de huisvesting van opa en oma

Een groot deel van de gemeenten ziet dat de woningvoorraad moet veranderen om ouder wordende bewoners passend te huisvesten. Zo’n 83 procent van de Nederlandse gemeenten onderschrijven die conclusie, blijkt uit onderzoek van SiRM en Finance Ideas waarbij de woonvisies van 339 (van de 355) gemeenten zijn onderzocht op de aanpak van wonen en zorg voor ouderen.

Daarnaast geeft 70 procent van de gemeenten aan dat de doorstroming van ouderen naar een meer geschikte woning aandacht verdient. De meest genoemde knelpunten zijn het beperkte aantal geschikte woningen en het gebrek aan bewustzijn van ouderen over hun toekomstige zorgvraag. Ook spelen woongenot en -lasten ook een rol. Roderik Ponds van SiRM: ‘Het is natuurlijk begrijpelijk dat als je woonlasten toenemen of er geen aantrekkelijk alternatief is, je ervoor kiest om niet te verhuizen.’

Volgens Ponds is het van belang dat gemeenten een coördinerende rol op zich nemen. ‘Zij zijn de partij die zowel met woon- als zorgpartijen in direct contact staan en dus kunnen bemiddelen en actief sturen. Het is namelijk zo dat de kosten en baten tussen verschillende partijen niet in evenwicht zullen zijn als ouderen anders gehuisvest moeten worden. Als partijen op de vastgoedmarkt investeren in bijvoorbeeld geclusterde ouderenwoningen, profiteren zorgaanbieders daar bijvoorbeeld van omdat ze efficiënter zorg kunnen leveren en zorgverzekeraars omdat het beroep op acute zorg mogelijk lager wordt.

Gedifferentieerde aanpak

De onderzoeker benadrukt dat er niet één geschikte aanpak is en dat gemeenten kunnen kiezen tussen verschillende smaken. Ponds: ‘De gemeente kan terughoudend zijn maar ook de regisseursfunctie grijpen, door wat te doen aan regelgeving en via het maken van prestatie-afspraken. Ook kan een meer faciliterende rol aangenomen worden. Breng het probleem in kaart en breng partijen bij elkaar. Zorg er in ieder geval voor dat er een visie is. Het is maatwerk, want elke gemeente zit natuurlijk anders in elkaar. Sommige gemeenten hebben maar één of twee woningcorporaties of ouderenzorgaanbieders, terwijl grote steden te maken hebben met meer partijen. Hoe de ouderen erbij zitten, is ook van belang. In de ene gemeente heb je bijvoorbeeld meer ouderen die hun huis afbetaald hebben.’

Het is wel zaak dat gemeenten de handschoen oppakken, omdat dit anders kan leiden tot bijvoorbeeld een tot een toename van de kosten, het aantal vermijdbare ongelukken en eenzaamheid. Tot en met 2040 neemt het aantal 65-plussers in Nederland toe met 40% en het aantal 85-plussers zelfs met 115%. Tegelijkertijd blijven ouderen langer zelfstandig wonen door veranderende woonvoorkeuren en gericht overheidsbeleid.

De Taskforce Wonen en Zorg, een initiatief van VNG, Aedes, ActiZ en de ministeries van VWS en BZK, presenteerde eerder dit jaar een plan van aanpak, met daarin een drieledige oproep aan gemeenten: breng het probleem rondom wonen en zorg in kaart, stel een heldere visie op en maak prestatieafspraken. Het onderzoek van SiRM en Finance Ideas bevestigt deze oproep en geeft een beeld van waar gemeenten op dit moment staan en laat zien dat er wat te kiezen valt voor gemeenten in rollen en instrumenten. Uit het rapport komt naar voren dat de meeste gemeenten het niet slecht doen, omdat heikele thema’s wel benoemd worden. De grootste slag moet gemaakt worden in het concreet maken van plannen.

Lees het hele rapport hier.

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen