Foto: Novio Tech Campus Nijmegen
‘De Nederlandse economie draait op innovatie’

Rijk kan veel meer betekenen bij campusontwikkeling

Campussen zijn de drijvende innovatiekrachten in Nederland. Overheid, onderwijs en het bedrijfsleven komen er samen. Gemeenten en provincies investeren daarom graag in campusontwikkeling, maar bij de Rijksoverheid is er een blinde vlek. Een roep om meer nationale bemoeienis vanuit de campussen zelf was reden voor Kamervragen.

Meer weten over bedrijven in de stad? Op 29 oktober organiseren de SKBN en vaklad BT het congres 'De bedrijvige stad'. Deelnemen of meer weten? Klik dan hier.

Bij gemeenten en provincies staan campussen, gebieden waar kennisinstellingen en bedrijven fysiek bij elkaar zitten, op de radar. Gemeenten verankeren campussen in economisch en ruimtelijk beleid, provincies zijn meer van een afstandje betrokken met bijvoorbeeld regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Kijk je naar campussen waar de nadruk echt op research and development ligt en waar substantiële kennisdragers als universiteiten, een TNO of grote R&D-centra van bedrijven aanwezig zijn, dan zijn er in Nederland 35 campussen, verspreid over het hele land.

De grote animo voor en miljoeneninvesteringen in campussen zijn niet verbazingwekkend. Het samenbrengen van bedrijvigheid en kennis sluit naadloos aan bij het aloude economisch geografische adagium ‘proximity is key’. Cluster bedrijven die elkaar wat te bieden hebben, en ze versterken en inspireren elkaar. Voeg er een kennisinstelling aan toe, en je geeft een flinke impuls aan het innoverend vermogen. Kruisbestuiving gedijt bij nabijheid.

Het succes van campussen blijkt uit de cijfers. In de periode 2014-2018 was de groei van het totale aantal arbeidsplaatsen op campussen 22 procent, ten opzichte van 6 procent in de gemeenten waar zij gevestigd zijn. Bij de ruim 2.200 bedrijven op de 17 grootste campussen werken meer dan 47 duizend mensen, becijferde Buck Consultants International (BCI).

Gregor Heemskerk, partner en adviseur bij Twynstra Gudde, moedigt campusontwikkeling van harte aan: ‘Gemeenten en provincies investeren graag in campussen en ook het bedrijfsleven ziet er steeds meer het belang van in. De Nederlandse economie draait op innovatie. Campussen en de samenkomst van overheid, markt en onderwijs die zij faciliteren, zijn daarin essentieel. Zij zorgen voor koppeling van theoretische kennis aan uitdagingen vanuit het bedrijfsleven.’ Heemskerk werkte met Twynstra Gudde onder meer aan de Brainport Industries Campus in Eindhoven, het Utrecht Science Park en de Novio Tech Campus in Nijmegen.

Rijk is amper betrokken

Schitterend in afwezigheid bij de regie op campussen is het Rijk. Vanuit het topsectorenbeleid wordt in 2020 bijna vijf miljard euro geïnvesteerd in kennisontwikkeling en innovatie, deels met geld afkomstig van maar liefst acht ministeries. In het Kennis- en Innovatie Convenant van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), waarin de miljardeninvestering wordt toegelicht, blijft het fysieke aspect van innovatie echter nagenoeg onbelicht.

Voor de tien grootste campussen van Nederland, verenigd in het Nationaal Campussen Overleg, was de dit reden om in juli het manifest Toplocaties te publiceren. Hierin pleiten de partijen voor een actievere betrokkenheid van de centrale overheid. ‘Dat campussen en scienceparken belangrijk zijn voor innovatie in Nederland staat vast. Qua ‘beleid’ vallen we echter tussen wal en schip. Zowel vanuit Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) als EZK wordt er geen actief ‘toplocaties-beleid’ gevoerd,’ staat in het document.

‘Als we op Europees niveau aan de top willen blijven, is meer Rijksregie nodig’

René Buck, directeur van BCI, deed de afgelopen jaren veel onderzoek naar de rol van campussen in de Nederlandse economie. Hij duidt de beperkte betrokkenheid van het Rijk: ‘Nederland kent een geschiedenis van nationaal ruimtelijk en economisch beleid. Denk bijvoorbeeld aan Pieken in de Delta. Nu is economische en ruimtelijke ontwikkeling gedecentraliseerd. De bal ligt bij de regio’s, maar meer regie vanuit het Rijk is wenselijk.’ Lex Boon, directeur van de Automotive Campus Helmond, sluit zich daarbij aan: ‘We voeren in Nederland geen industriepolitiek meer. Onze buurlanden Frankrijk en Duitsland doen dat wel. Als we op Europees niveau aan de top willen blijven op het gebied van innovatie, is meer Rijksregie nodig.’

Bereikbaarheid

In het manifest Toplocaties doen de campussen een aantal aanbevelingen aan het Rijk. De meest voor de hand liggende is hulp bij financiering. Verder kan het Rijk op het gebied van infrastructurele ontsluiting een grotere rol spelen. Goede bereikbaarheid is één van de belangrijkste vestigingsfactoren voor bedrijven. Zonder goede spoor- of wegverbinding is de kans van slagen voor een campus aanzienlijk kleiner. Deze infra is vaak regio-overstijgend of gaat de pet van de provincie te boven, dus een proactieve Rijksoverheid is hier geboden.

Ook kan het Rijk bijdragen aan meer kennisuitwisseling tussen de Nederlandse campussen. Dan wordt voorkomen dat het innovatie-eilandjes worden. Buck: ‘Op dit moment komen de tien grootste campussen al regelmatig bij elkaar. Maar ook de kleinere en groeiende campussen kunnen van elkaar leren, zodat niet op verschillende campussen het wiel telkens opnieuw hoeft te worden uitgevonden.’ Deze uitwisseling is vooral in het belang van het midden- en kleinbedrijf. Grote (internationale) bedrijven zijn vaak zelf in staat hun weg te vinden.

Sturing op waar campussen worden ontwikkeld, is er niet vanuit het Rijk. Campusdirecteur Boon zou dat wel graag zien. ‘Campusontwikkeling zou niet bij gemeenten moeten liggen, maar bij een hogere overheidslaag. Daarmee voorkom je een wildgroei van campuslocaties, zoals we dat eerder bij reguliere bedrijventerreinen zagen.’ Boon doelt hiermee op het massaal opkopen van landbouwgrond voor bedrijventerreinen, wat voor een versnipperd aanbod van bedrijfslocaties zorgde.

‘Campusontwikkeling zou niet bij gemeenten moeten liggen’

Adviseur Heemskerk ziet wel aanwijzingen dat de aandacht voor campussen vanuit het Rijk toeneemt. Hij noemt de MIRT-studie naar het Utrecht Science Park als voorbeeld. Deze campuslocatie is al jarenlang slecht bereikbaar per auto of openbaar vervoer. Inmiddels heeft een nieuwe tramlijn voor verbetering gezorgd, maar files zijn nog steeds aan de orde van de dag. Doel van het onderzoek, waar twee ministeries betrokken bij zijn, is de bereikbaarheid van het Utrecht Science Park vergroten. Ook wijst hij op onderzoek naar campusontwikkeling in Zuid-Holland dat Twynstra Gudde uitvoert, in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, de regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter en het ministerie van EZK.

Gesprek

Het manifest Toplocaties was reden voor Kamerlid Wiersma (VVD) om Kamervragen te stellen aan minister Van Engelshoven van OCW en staatssecretaris Keijzer van EZK. Begin september gaf van Engelshoven schriftelijk antwoord. Zij kan zich niet vinden in de constatering dat het Rijk te weinig oog heeft voor campussen en schrijft: ‘Onze beoordeling is dat het kabinet voldoende aandacht heeft voor campussen en dat nationale instrumenten, direct en indirect, campussen faciliteren.’

Bij dergelijke instrumenten kan men volgens de minister denken aan rijksbijdragen aan kennisinstellingen vanuit OCW en innovatiesubsidies, innovatiekredieten en andere financieringsmiddelen vanuit EZK. Helemaal onontvankelijk voor de oproep vanuit de campussen is de minister echter niet. ‘We gaan graag in gesprek met de opstellers van het manifest,’ schrijft ze in haar brief.

Een uitgebreidere versie van dit stuk verscheen eerder in vakblad ROm. ROm is gratis voor ambtenaren ruimte, infrastructuur en milieu bij de rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen. Klik hier voor een abonnement.

Dit bericht delen via:

Gerelateerde artikelen